Adrie schrok wakker. Zijn gevoelige, bleke huid voelde klam aan. ‘Alweer zo’n nare droom,’ mompelde hij. Geeuwend strekte hij zijn beide armen schuin omhoog en balde zacht zijn vuisten. Zijn longen liet hij in één teug vollopen met lucht en liet die ingehouden adem vervolgens weer met een ferme zucht ontsnappen. Hij liep naar de gordijnen en opende ze langzaam. De zon was al geruime tijd op, zodat hij zijn ogen voorzichtig liet wennen aan het ochtendlicht op deze oudjaarsdag. Hij hoorde de kerktoren tien keer slaan. Nee, ik zal nooit een ochtendmens worden, dacht hij. Het liefst ging hij weer in bed liggen. Warm onder de wol. Wat moest hij immers met al die vrije tijd? Al die uren die tergend langzaam voorbijkropen?
In de hoek van de slaapkamer stond een oude radio. Adrie strekte zijn tengere arm en zette het ding aan met zijn lange, smalle vingers. Hij herkende Bowie’s Heroes al bij de eerste klank. ‘Just for one day’, zong hij zachtjes mee. In huis klonk plotseling wat gestommel. Mariska was, zoals altijd, vroeg opgestaan. Iedere dag maakte zij in huis een vertrek schoon en vandaag was de keuken aan de beurt. Ik moet haar toch eens aanspreken op die dwangneuroses, dacht Adrie. Dat mens maakt ruimtes schoon, die brandschoon zijn.
Hij liep de slaapkamer uit en streek met een hand door zijn volle haar. ‘Morgen, schat!’ riep hij zijn vrouw toe en liep door naar de badkamer. Ze reageerde niet. Voor de spiegel bekeek hij zijn bleke gelaat in het witte kunstlicht. ‘Toch zie ik er nog goed uit voor mijn leeftijd. Ik heb in ieder geval al mijn haar nog,’ mompelde hij trots. ‘Er zijn genoeg mannen zonder haar. Maar ze hebben wel genoeg plaats op hun bolle koppen,’ grijnsde hij honend. ‘Dus waarom zouden zij het dan niet laten groeien?’ Hij lachte.
‘Adrie!’ riep Mariska vanuit de keuken. ‘Ben je al uit bed? Jij zou vandaag boodschappen doen, weet je nog? En vergeet dat frisse, licht zure vruchtensap niet!’ ‘Ik ga nu eerst douchen, lief,’ antwoordde hij en stapte zuchtend de douchecabine in.
Het stromende, warme water maakte een kalmerend geluid. Adrie voelde zich hier veilig en ontspannen, dus voorlopig wilde hij er niet onderuit. De douchecabine was al snel volledig beslagen en de buitenwereld leek zo ver weg. Waar ging die droom ook alweer over? dacht hij. Nee, niet aan denken. Niet nu. Hij zeepte zijn oksels voor de derde keer in. ‘Uitstelgedrag,’ zei hij zachtjes, ‘want mijn armholtes ruiken inmiddels echt wel fris.’
Bij de gedachte aan de supermarkt voelde hij zijn lichaam protesteren. Een irrationele angst overviel hem. Wie weet wie ik daar tegen het lijf loop, dacht hij. Al zou een praatje met Joop hem welgevallen. Gisteravond was het afscheid na de film abrupt geweest. De film had langer geduurd dan verwacht en zonder naborrelen had Adrie zich vanuit de bioscoop naar de trein gehaast. In de coupé hadden naar zijn zin te veel passagiers gezeten met naast hem een knappe jongedame en een kreng van een kind. Ja, met Joop wilde hij best een praatje maken. Dat was vertrouwd. Verder kwam hij vandaag liever niet te veel mensen tegen.
Maar bij de kassa wacht de grootste uitdaging, vreesde Adrie. Daar lagen de beurtbalkjes. ‘Vreselijke dingen met een vreselijke naam,’ zei hij binnensmonds. ‘Met hemelse stimulatie heeft het niets te maken.’ Hij onderdrukte een harde lach bij deze gedachte en zijn gedachten maalden verder: Een balkje zonder gebruiksaanwijzing. Maar iemand moet dat ding toch neerleggen. Een sociale interactie zonder duidelijke regels. Geen houvast. Waarom word ik daar toch zo nerveus van?
Boodschappenlijstjes maakte Adrie overigens nooit. Hij vertrouwde altijd op zijn visuele geheugen. Zodoende stond er scherp op zijn netvlies wat hij allemaal in huis zou halen. Geen wijn, wist hij. Nee, het moest vruchtensap zijn. Iets met appel. Fris en licht zuur. Alsof hij dat ooit zou vergeten. Ze zeurde er ieder oudjaar opnieuw over. En voor het avondeten iets met kleur, want kleuren bevorderen de eetlust. Van pasta tricolore at hij daarom altijd veel. Ook als Mariska het niet als een waar kunstwerkje serveerde. Een keukenprinses was ze nooit geweest en zelfs de hond haalde zijn neus er soms over op. Die wist altijd instinctief wanneer zijn brokken de betere keus waren. Maar vooralsnog houdt ze me prima in leven, dacht hij met een brede glimlach en hij moest oppassen om niet te gaan schaterlachen.
Mariska stapte de badkamer binnen en haar ogen zochten die van Adrie in de benevelde ruimte: ‘Schat, ga je snel boodschappen doen? De winkels sluiten vandaag eerder hoor. Ik heb twee eieren voor je gekookt en er staat een kop verse koffie op het aanrecht.’ Verstoord draaide Adrie de kraan dicht en wreef het water met beide handen uit zijn gezicht. Tijd genoeg, dacht hij. Er is volop tijd op zo’n dag. Meer dan een mens nodig heeft. Hij pakte een handdoek, wreef zich droog en kamde zijn volle haardos. In de keuken liet hij zich de hardgekookte eieren goed smaken met wat peper en zout. Hij dronk zijn koud geworden koffie in een teug op en kleedde zich warm aan voor een korte wandeling door de gure wind. De blauwe plekken in de lucht verdwenen door samenpakkende grijze wolken en met een knoop in zijn maag ging hij op weg.
Niet veel later liep Adrie nerveus door de supermarkt en laadde de boodschappen in zijn mandje. Het beurtbalkje had hem de gehele ochtend al niet meer losgelaten. Maar een discussie over zo’n balkje? Vandaag? Zou ’t …? Ja, vandaag moest hij er toch echt voor gaan. Het juiste moment om dapper toe te gaan slaan, liet nu misschien niet lang meer op zich wachten. Schichtig zocht hij een kassarij uit met een goede prooi en alles in zijn lijf vertelde hem dat hij zijn comfortzone nu echt had verlaten. Adrie zette zijn boodschappen met een ietwat verkrampte, trillende arm op de kassaband en voelde zijn hart bonken. Voor hem stond een vrouw. Een quasi deftige dame die waarschijnlijk nooit iets tegen een onbekende zou zeggen, maar verwaand zou wegkijken als ze aangesproken zou worden. Zo’n typetje dat eigenlijk heel onzeker is. Dat wist hij bijna zeker. Ze keek verkrampt naar de kleine ruimte tussen haar yoghurtpak en zijn pastasaus. Zij wil die vast niet gaan afrekenen, dacht hij. Zijn handen werden klam. De boodschappen schoven nu langzaam vooruit en hij vertikte het om een balkje achter haar boodschappen te leggen. Dat mag ze lekker zelf doen, dacht hij. Adrie wachtte op het spannende moment, waarnaar hij al zo lang uitkeek. Hij voelde dat hij dit keer echt beet had.
Te laat! Jubelde hij vanbinnen. Bits attendeerde het deftige mevrouwtje de kassière erop dat de pastasaus niet van haar was. De ogen van de kassière zochten een beurtbalkje. Het lag er niet. Adries hartslag vloog omhoog en hij voelde zijn nek steeds harder tegen zijn coltrui bonken. Hij kon zich nu niet meer beheersen. Hardop riep hij dat sommige mensen niet begrijpen waar die balkjes voor bedoeld zijn. Brutaal predikte hij zijn eigen regel: ‘Je behoort zo’n ding altijd áchter je eigen boodschappen te leggen! Héél eenvoudig.’ Met haar kin in de lucht nam ze het wisselgeld aan, pakte haar yoghurt mee en droop af. Hautaine trut!, wilde hij haar naroepen, maar hij kon die woorden nog net inslikken. Het schuim stond in zijn mondhoeken. Omdat hij gelijk kreeg van de dames achter hem, werd zijn ego flink gestreeld. Zo trots als een aap met zeven lullen verliet hij de winkel. ‘Zou dit alles nu echt gezien zijn?’ vroeg hij zich af. Zelden had hij zich zo trots en opgelucht gevoeld en in een draf liep hij fluitend naar huis. Het waterige zonnetje deed haar best om door te breken. De lucht vertoonde voorzichtig alweer wat blauwe plekken.
Bij thuiskomst kuste hij zijn vrouw en verzekerde haar dat hij het vruchtensap niet vergeten was. Hij liep naar zijn fauteuil, dichtbij de verwarming, ging zitten en sloeg een fleecedeken om zich heen. De warmte maakte hem heerlijk loom en bij het lezen van de krant, voelde hij zijn ogen al snel zwaar worden. De radio speelde zacht op de achtergrond een klassiek pianospel. Adrie hing achterover, vouwde zijn handen in zijn nek en zoog zijn borstkas vol lucht. Hij ademde rustig uit en dommelde voldaan weg voor een middagdutje.


Robert Leek

Componeren met woorden. Ik doe dat heel graag.

5 reacties

Nummer 22 · 30 maart 2020 op 13:12

Schitterend beeld! Chapeau!

Mien · 30 maart 2020 op 22:32

Moou verhaal met een heerlijke titel.
Deed me meteen denken aan een co-columnpie met Arta.
https://www.columnx.nl/a-h-a-d-h-d/

Tim uut Kwedamme · 31 maart 2020 op 12:48

Ik moet toegeven het is prachtig geschreven stukje. Ik denk dat weinig woorden moet toevoegen aan de complimenten van nummer 22 en Mien. Het is echt mooi. Mijn complimenten.

Robert Leek · 31 maart 2020 op 15:25

Bedankt voor deze reacties! Ik probeerde de eerste zin van elke alinea te laten inspringen, maar dat lukt me niet. Het zou misschien net iets prettiger ogen/lezen.

Geef een reactie