“Nu stop ik écht!” (4)

Met een zucht van zaligheid laat Pien zich op haar ligbed neerploffen. Zon, zee en zaligheid, de vakantie kan beginnen! De jongens zijn al richting zee verdwenen en Pien kijkt genietend naar de zee, terwijl ze zich insmeert met factor 8. Tjonge, als ze zo om zich heen kijkt mag ze wel haar uiterste best doen, wat is haar huid nog angstig wit! Maar ach, ze heeft er twee weken de tijd voor. Twee welverdiende weken rust, dat mag ze rustig zo stellen.

“Nu stop ik écht!” (3)

Pien is eigenlijk best trots op zichzelf. Vandaag zijn haar zoons Jos en Koen gekomen en ze hebben vanavond over hun vakantieplannen gesproken. De ouders van Pien hebben al jaren een stacaravan in Egmond aan Zee, en daar mag Pien ook gebruik van maken. Dat is wel fijn, want ondanks het feit dat ze het financieel best redt, heeft ze geen geld om dure vakanties te betalen. De jongens hebben er ook zin in, ze houden van zee en strand, en kunnen heel goed zwemmen en surfen.

Project Buiten Om (1)

In de verte in mijn straat herken ik twee silhouetten vergezeld met twee sportieve fietsen. Wethouder en opbouwwerker. Dit betekent aangekondigd slecht nieuws. Sinds kort zijn we door verschillende gremia op de hoogte gesteld van in- en aangrijpende veranderingen in onze wijk. Ik laat beide heren binnen in ons kleine paradijs. Drie jaar geleden aangekocht en grondig verbouwd.

“Nu stop ik écht!” (2)

Razend is Pien. Woest is ze. Als ze uit haar werk komt rijdt ze meteen door naar de supermarkt en thuis neemt ze niet eens de moeite om de fles wijn in de koelkast te zetten, nee ze maakt hem meteen open en schenkt een glas in. Ze zet meteen haar computer aan en steekt met trillende vingers een sigaret op. Wat denken ze wel? Zijn ze gek geworden? Ze heeft zich de hele dag nog in weten te houden op haar werk, maar nu komt alle woede eruit.

“Nu stop ik écht!” (1)

Het duurt even voordat Pien het harde geluid van de wekker registreert. Haar hoofd lijkt vol watten te zitten, haar mond voelt kurkdroog aan en als ze langzaam overeind komt om de wekker uit te zetten bonkt haar hoofd als een razende. O nee. Niet weer. Wat voor dag is het vandaag? Waarom gaat de wekker, moet ze werken? Nee toch? Hoe laat is het dan? Ze moet haar hersens pijnigen om al deze moeilijke vragen te beantwoorden.