Señor Kingsford en de rest (3)

Dan is een aantal jaren jonger dan ik, maar hij intimideert mij. Een licht gevoel van zinderend, kriebelend, onbehaaglijk welbehagen heeft me in bezit genomen en dat gevoel groeit gestaag met de minuten, uren en dagen die verstrijken terwijl we aan het praten zijn. Hij is veruit de mooiste man die ik ooit gezien heb. Zijn donkerbruine krullende haar omlijst een mooi en vriendelijk gezicht. Met ogen als de spiegel van de ziel van God. Mijn God, de zijne mag je niet uitspreken. Zijn armen zijn beeldhouwwerken op zichzelf. Beeldhouwwerken waar ik onzekere knieën van krijg. Beeldhouwwerken die ik desnoods ook op zichzelf zou willen hebben en houden. Als troostprijs, voor als hij er niet meer is.

Señor Kingsford en de rest (2)

In de bus op het eiland zat ik naast een man die voortdurend in slaap dommelde en daar ongegeneerd steun voor zocht bij mijn schouders en mijn benen. Zuid Amerikanen, althans, de mensen die ik tot dusverre had meegemaakt, waren niet bepaald bang voor lijfelijkheid en hadden een ander begrip van persoonlijke ruimte dan de meter die ik het liefst zou hanteren. De man liet zijn hoofd steeds verder zakken om uiteindelijk enthousiast mijn kruis toe te snurken. Vergeefs duwde ik tegen zijn schouder en schudde ik aan zijn arm. De man sliep en bleef slapen als een os. Ik accepteerde het uiteindelijk maar. Zo ging het hier nu eenmaal soms.

Señor Kingsford en de rest (1)

Kingsford was mijn held van de week vanaf het moment dat hij resoluut een bloedzuiger van me afveegde die door mijn dunne broek heen zich aan mijn been wilde laven. Zoals hij het zei had hij alleen maar aan mijn benen willen zitten, waarop ik in gezang uitbarstte over [i]legs that are made for walking[/i]. Het ijs dat we her en der tegenkwamen was in onze twee harten gebroken met een heldendaad, een grap en protestgezang.

’s Zondags gaat ze naar de kerk (5)

Het is zondag. Zondag in Amsterdam, waar ik sinds augustus vorig jaar woon. Mijn vriend woont al zesentwintig jaar in dit leuke huisje in de Pijp en nu wonen wij er samen. Als ik wakker word, rek ik me eens heerlijk uit. Hoe laat zou het zijn? Een blik op de wekker leert met dat het kwart voor tien is. Mijn vriend ligt niet meer naast me. Ik glimlach. Hij is natuurlijk alweer druk bezig met een lekker ontbijtje. De kinderen zijn dit weekend bij hun vader en wij genieten dan van ons samenzijn door te starten met een uitgebreid ontbijt.

’s Zondags gaat ze naar de kerk (4)

Het is zondag. Mijn vriend en ik zitten in mijn autootje dat ik een paar maanden voor de echtscheiding heb gekocht. De routeplanner wijst ons de weg, maar ik ben desondanks knap nerveus. Ten eerste leer ik nu pas écht autorijden, sinds ik in de stad Rotterdam woon. Heel wat anders dan rijden in een dorp. Ten tweede ga ik voor het eerst weer naar de kerk. Eigenlijk wilde ik niet, maar het zal wel moeten. Anders raak ik mijn baan kwijt.