Kingsford was mijn held van de week vanaf het moment dat hij resoluut een bloedzuiger van me afveegde die door mijn dunne broek heen zich aan mijn been wilde laven. Zoals hij het zei had hij alleen maar aan mijn benen willen zitten, waarop ik in gezang uitbarstte over [i]legs that are made for walking[/i]. Het ijs dat we her en der tegenkwamen was in onze twee harten gebroken met een heldendaad, een grap en protestgezang. Met zes mensen die elkaar nauwelijks kenden waren we zomaar een aantal dagen aan de wandel geslagen, waarvoor de enige reden was dat we nu eenmaal als herkenbare [i]gringos[/i] op dezelfde boot en daarna in dezelfde bus hadden gezeten. Je reist toch een beetje zoals de dag het brengt, als je lang weg bent en tijd niet op lijkt te kunnen.

We waren een bont gezelschap. Kingsford, de African American basketbalspeler, die meer aan tennis bleek te doen. James als volmaakte Brit met een stijve bovenlip, vers van de kostschool en een prestigieuze universiteit verscheept naar een ander continent, zoals al zijn jaargenoten dat leken te doen.

Jim en Chris, de Aussiesurfdudes met bijbehorend lang haar en een flinke voorraad wiet en meer bier dan kleding in hun backpacks. Dörte, het stereotype Duitse ordeningssekreet. En ik, die niet bezig was mezelf verder te classificeren dan met het label ‘ik’.

Dörte had echt een smetvrezige ordeningsdwang. Ik sliep bij haar in de tent en als sloddervos had ik het behoorlijk te verduren. Het mensch bleek onvermoeibaar in de correctie van al mijn slechte eigenschappen en dat waren er nogal wat. De surfdudes bleven nogal bij elkaar en hoewel hun getaande huid en de knallende blauwe ogen aantrekkelijk leken op het eerste gezicht, verdween de aantrekking nogal door de wolken wiet en het bijbehorende, onsamenhangende, suffige reactievermogen van de twee. James was alle dagen met name beleefd, wat afstandelijk. Soms grappig. Hij bleek een meester in gevechtsporten. Terwijl cricket meer een woord was dat opborrelde. Hij leek nogal gefascineerd te zijn door het Duitse sekreet. De menselijke verdeling was zo al met al vrij snel duidelijk binnen onze microkosmos die het verlaten eiland en het besloten gezelschap voor ons vormden.

Het was een indrukwekkende wandeltocht. We zagen vooral veel pinguïns. Ook dode. En aasgieren, die toch echt tot de lelijkste creaturen van de schepping behoren. En condors, die mogelijk juist weer de mooiste creaturen zijn. We probeerden ze te fotograferen. Helaas hadden we allen camera’s die de indrukwekkende vogels tot ielige huismussen reduceerden. Ik had de slechtste conditie, al was dat na twee dagen wandelen al voorbij. Vooral de tweede dag had ik een moeizaam gevecht met mijn benen. [i]Those legs are made for walking[/i] zong Kingsford me dan plagerig toe, terwijl hij als een berggeit over de paden danste.

De tocht was bar. Vier seizoenen op een dag, steeds in de herhaling. Veel regen. Veel wind. Natte tenten, muggenbeten, verkilde botten en voor mij als mooie bonus een dikke, ontstoken koortslip die mijn classificatie ‘ik’ al snel bedreigde met een minder vleiende, pesterige ‘wicked witch of the north’. Afkomstig van Kingsford, natuurlijk. We genoten, meestal. Raakten soms wat geïrriteerd van vermoeidheid en wederzijds aanwezige incompatibele eigenschappen, maar hielden ons goed en liepen. Leefden. Sleepten elkaar erdoor, soms letterlijk.

De laatste dag waren we volkomen uitgeput geraakt en moesten we ons overgeven aan een eindeloos laatste stuk wandeling. Het leidde ons over rul zand van een lelijk strand, dat zich maar bleef uitstrekken en ons in samenspraak met diverse stortbuien teisterde en tergde. Eenmaal bij het hotel waren we dan ook opgelucht en strompelden snel naar binnen. Warmte! Een douche! En een bed. Ons kostje leek gekocht. Terwijl we ons op de banken vleiden kwam de hoteleigenaar zich voorstellen als señor Köhler en liet ons weten welkom te zijn. Van harte. Nou ja, iedereen, behalve Kingsford dan…

Categorieën: Vervolg verhalen

16 reacties

champagne · 7 mei 2009 op 09:13

Mooi geschreven, Dees! Ik ben erg benieuwd naar deel 2.

WritersBlocq · 7 mei 2009 op 10:36

Oh jee een dijk van een vervolgverhaal, eindelijk weer eens, doe je het volgende deel alvast per pb plies??

[quote]Je reist toch een beetje zoals de dag het brengt, als je lang weg bent en tijd niet op lijkt te kunnen.[/quote]
hmmmm………. krijg weer helemaal dát gevoel ervan, hmmmm…..

Mien · 7 mei 2009 op 13:23

Rare mengeling dit wandelgepeupel.
Het verhaal doet me onwillekeurig een beetje denken aan een live-experience soap ala expeditie Robinson.

Volgens mij is er een connectie tussen Dörte en de hoteleigenaar.

Kom maar op met deel 2, en …

Mien Volgt

Nana · 7 mei 2009 op 13:30

Meer een “who dunnit”! Ben zeer benieuwd. Dit is weer eens een andere dees, beetje mannelijk. Grappig en ook ouderwets ergens. Maar spannend, snel door naar deel 2!

LouisP · 7 mei 2009 op 18:05

Dees,

vervolgverhalen bij CX. Niet gemakkelijk voor mij. Veel personen die er in voorkomen maakt het er allemaal niet gemakkelijker op. Ten minste als je het verhaal echt wil volgen. Ik hoop altijd maar dat het per aflevering de moeite waard is. In dit geval is het zo.

Mooi geschreven.

gr. Louis

lisa-marie · 7 mei 2009 op 18:33

En verder… ik wil verder ,wil weten hoe het met Kingsford afloopt.
Heb het idee van een robinson-eiland maar daar zal ik wel naast zitten aangezien er een hotel is.

Ik neem nu al mijn petje af voor het lopen, “my legs are not made voor walking” 😀

Kortom ik heb genoten en ben nieuwsgierig naar deel 2.

Ma3anne · 7 mei 2009 op 20:24

Pinguins? Waar was je nóu dan weer!
Een illuster gezelschap, heerlijk beschreven door de [i]wicked witch of the north[/i]. (Die houwen we erin! :hammer:)

Kom maar op met dat volgende deel!

Dees · 7 mei 2009 op 21:00

thx voor de reacties. het is een experiment, dus ik ben zelf ook benieuwd of ik het er ok vanaf breng en hoop op bergen feedback 😀 Waarom is dit manneliijk Nana? En L, is dat nou kritiek verpakt in een compliment of een compliment verpakt in kritiek..? 😉

arta · 7 mei 2009 op 21:02

Jaaaaa, helemaal lekker dit verhaal. Het staat prima op zichzelf en is open genoeg voor vervolg. Móói!
🙂

LouisP · 7 mei 2009 op 21:58

Dees,
bij alles wat ik nu schrijf moet je ‘ik vind of ik denk’ erbij zetten. En ‘misschien.’
Cx met zoveel verschillende verhalen per dag. Gelezen op verloren momenten. Met in de ooghoeken de verschillende mogelijke afleidingen. Met net eigen vers stuk of een toekomstig in het hoofd. Het zou zomaar kunnen dat een lezer het wel aandachtig wil lezen maar het niet kan door bovenstaande.
En dan ook nog een vervolgverhaal met een iets ingewikkelder plot dan anders. Verschillende namen, belangrijke zaken die voor de juiste evaluatie op het eind broodnodig zijn.
Het kost tijd, moeite en aandacht om een (vervolg)verhaal op de juiste waarde in te schatten.
Een (vervolg)verhaal dat is ontstaan door tijd, moeite en aandacht van de auteur verdient gewoon tijd, aandacht en moeite van de lezer.
In jouw geval, in ieder geval met dit verhaal is het niet anders.
Maar nu ga ik stoppen want ik krijg een mailtje.

groet,
Louis

Anne · 7 mei 2009 op 22:02

Dees, mijn indruk is dat je een voor jezelf erg dwingende manier van schrijven hebt, in die zin dat je de drang om verhalen (als deze) op te delen in korte pakkende alinea’s met elk een eigen uitsmijtertje, zodat ook elke alinea te lezen is als een afgerond stukje, niet kunt weerstaan. Ik herken het overigens wel, ik heb dat ook. Maar soms is het beter om dat te laten, om de moed te hebben om het verhaal met minder toe te laten komen. Uitsmijtertjes weglaten en alinea’s in elkaar laten overvloeien. Waarom? Omdat het mij als lezer mee betrekt bij het verhaal, als die telkens weer terugkerende ironie waarmee je via de scherpte van nou net die eindzinnetjes zélf afstand neemt van je verhaal, weglaat. Zoiets. Geldt voor mij althans.

Het dubbele is waarschijnlijk dat juist die manier van schrijven zo makkelijk leesbaar is, voor heel veel mensen. Het trekt de lezer heel krachtig door de tekst heen. Het heeft dus wel een functie, dat is duidelijk.

Maar ik blijf me afvragen hoe het zou zijn zonder die verscherpende afrondingen voortdurend. Je schrijf sowieso boeiend genoeg, daar kun je rustig op vertrouwen. Kun je het dus niet eens proberen? Om mij een plezier te doen? 😀

Dees · 7 mei 2009 op 22:21

Mijn reactie was eigenlijk een beetje plagerig Louis. Je klinkt een beetje tobberig in het reageren. Terwijl een stukje er is om te voelen, proeven en ruiken als je er zin in hebt. Zo niet is het ook helemaal goed. Alles verdient aandacht, vind ik, maar niet perse de jouwe, het is geen plicht…

Anne, ik ben heel erg blij met je reactie. Afstand scheppen, je hebt helemaal gelijk! Dank je wel, dat had ik anders nooit gezien en het sluit enorm aan op wat andere ontdekkingen. Thx!

edit, je hebt je reactie ge-edit. maar het antwoord is ja 😉

doemaar88 · 9 mei 2009 op 17:57

Heerlijk geschreven, boeiend verpakt. Ik sluit me ook aan bij de reactie van Anne. Ben benieuwd naar part2. Experiment geslaagd, als je het mij vraagt.

LouisP · 10 mei 2009 op 10:46

een beetje plagerig. Hmm, zal ik mijn reactie updaten, euh, da’s trouwens flauw. Ik laat het maar zo, denk ik.

L.

KawaSutra · 10 mei 2009 op 23:39

Boeiend genoeg om nieuwsgierig te zijn naar het vervolg. Ik hoop, net als Louis, de personages te onthouden. En Anne kan ik volgen m.b.t. de ironie van de ik-figuur. Ik vraag me trouwens af hoe het verhaal zou overkomen in de tegenwoordige tijd. Een vervolgverhaal dat doorlopend terugblikt wekt bij mij soms irritatie op omdat de ik-figuur dan al veel meer weet dan ik als lezer, gezien de ironie en soms zelfs cynisme welke tussen de regels door te lezen is.

Nana · 11 mei 2009 op 11:36

Misschien de manier van vertellen, het ritme en de uitsmijters. Maar ook de namen en personages (of beschrijvingen). Doet me ergens denken aan de Saint ofzo.

Geef een antwoord