Het is zondag. Mijn vriend en ik zitten in mijn autootje dat ik een paar maanden voor de echtscheiding heb gekocht. De routeplanner wijst ons de weg, maar ik ben desondanks knap nerveus. Ten eerste leer ik nu pas écht autorijden, sinds ik in de stad Rotterdam woon. Heel wat anders dan rijden in een dorp. Ten tweede ga ik voor het eerst weer naar de kerk. Eigenlijk wilde ik niet, maar het zal wel moeten. Anders raak ik mijn baan kwijt. Ik troost me met de gedachte, dat ik misschien alleen vanwege de gemeente Berkel en Rodenrijs een aversie tegen de kerk heb gekregen en waarschijnlijk zijn ze in een stad veel toleranter. Anders had ik mijn vriend ook niet mee durven nemen. Zo kort na de scheiding… en nu al een vriend. Ik kon de fluisterstemmen al bijna horen gonzen door de dorpskerk.
Mijn vriend vindt het goed dat we naar de kerk gaan. Ik moet daar voor mezelf een beslissing in nemen. Bijna weggejaagd uit mijn dorp, maar dat wil niet zeggen dat het in alle kerken zo gaat. Hij wil in ieder geval graag, dat ik zélf uiteindelijk beslis maar het wel een kans geef. Het laatste dat hij zou willen, is dat ik voor hem stop met kerk en geloof.

Ik voel toch die druk. Onderduiken in Rotterdam gaf me in eerste instantie een veilig gevoel. Weg uit dat dorp! Toen mijn man en ik aangaven dat we wilden scheiden volgden een hoop gesprekken met de dominee, met ouderlingen. Ik kwam door alle stress in de ziektewet terecht. Volgens de dokter en de bedrijfsarts had ik een burnout. Zo voelde het ook. Ik kon niet meer. Maar toch moest ik nog de moeilijkste periode uit mijn leven gaan doormaken. Het werd bekend op mijn werk, een gereformeerde basisschool, dat er huwelijksproblemen waren. Door familie, vrienden en collega’s werden de handen ineen geslagen; wat kon men doen om dit huwelijk te redden?

Ik zette stug door, probeerde sterk en dapper te zijn. Want: wat men ook zei, uiteindelijk was ik degene die zou beslissen. Niemand had meer de macht om mij tegen mijn wil in dit huwelijk houden. Mijn man vond het ook erg dat ik wilde scheiden, maar hij verleende onmiddellijk zijn medewerking toen bleek dat het mij ernst was en dat het voor hem een verloren zaak was. We gingen naar een advocaat en de dominee was beledigd dat we eerst naar een advocaat waren gestapt in plaats van naar hem. Hij wilde ons helpen. Maar ook hij had maar één doel: dit huwelijk moest hoe dan ook gelijmd worden. En geluk? Ach, daar ging het in dit leven toch niet om? Gelukkig zouden we pas worden als we in de hemel kwamen.

Door een gunstige loting kwam ik snel in aanmerking voor een huis in Rotterdam. Geen hoogstaande wijk, maar dat interesseerde me niet zoveel. Ondanks het verdriet om de scheiding en met name wat dit voor de kinderen betekende, overheerste een gevoel van opluchting. Ik woonde niet langer meer in dat dorp. Geen glazen huisje meer voor mij. Ik kon doen en laten wat ik wilde.
Op school wenden ze maar moeilijk aan mijn ‘nieuwe’ naam. Tja, dat krijg je, als je de leerkrachten nog ouderwets met de achternaam laat aanspreken. De directeur deed wel zijn uiterste best om het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hij steunde mij enorm. Nooit eerder had hij in zijn carrière meegemaakt dat een leerkracht ging scheiden.

Langzaam wende ik aan mijn nieuwe leven. Ik was blij, dat ik in ieder geval mijn baan had behouden. Alles was immers veranderd? De gezinssamenstelling, de woonplaats, mijn nieuwe vriend, waar ik in mijn huwelijk al verliefd op was geworden, maar waar ik nu pas een relatie mee kon, en mocht, beginnen, alles was anders.
Twintig kilo was ik afgevallen. Van mijn blonde haren was nog maar een dun bosje over, zoveel haaruitval had ik van de stress. Maar nu kwam alles goed.

Ja, dat dacht ik. Mijn dochter kwam om het weekend in Berkel en Rodenrijs om daar het weekend bij haar vader door te brengen. In zo’n weekend ging ze graag al haar oude vriendinnen opzoeken. Bij een van die meisjes werd ze helemaal uitgehoord. Want er gingen geruchten. Over de mama van Lisa die een vriend zou hebben. En hadden ze het nou goed begrepen? Bleef die man nou ook slápen? Of was dat maar een roddel? En klopte het ook, dat wij in Rotterdam niet naar de kerk gingen? Mijn dochter, in haar onschuld, vertelde over de vriend van mama. Die inderdaad bleef slapen. En nee, we gingen in Rotterdam eigenlijk niet naar de kerk. Mama was daar nog niet aan toe. De vader van haar vriendinnetje, een vooraanstaand ouderling, vond, dat daar maatregelen tegen genomen moesten worden. Dus schreef hij een brief.

Ik kreeg die brief ook. Ik zeg:óók, want eigenlijk was die brief niet voor mij bedoeld, maar voor de directie van de school waar ik werkte. Zij zouden ook een afschrift krijgen van de brief, zo schreef de gereformeerde broeder. In de brief werd ik aangesproken op mijn gedrag. En hoe slecht dit was voor de arme kindertjes die les van mij kregen op school. En dat het misschien beter zou zijn, als ik niet meer op deze school gehandhaafd zou worden. Mijn mond viel open toen ik de brief las. De schijnheiligheid droop eraf. Meteen heb ik een brief teruggeschreven: dat er toch in de bijbel staat, dat als een broeder of zuster zondigt, dat je dan een gesprek onder vier ogen moet houden? Deze man was maar op één ding uit: mijn ontslag.

De volgende dag ging ik meteen naar de directie. Of ze soms een brief van Ed Buitendijk hadden gekregen? Ja, dat hadden ze. Ik heb mijn antwoordbrief op het bureau gesmeten en gezegd dat ik een gesprek wilde. Dat gesprek kwam er. Mijn verwachtingen kwamen niet uit. Ik had echt verwacht dat de directie deze brief naast zich neer zou leggen. Dat ze niets zouden doen met informatie die van-horen-zeggen was. Dat ze pontificaal achter mij zouden gaan staan.
Maar dat had ik toch behoorlijk mis. Zij zagen in Ed een bezorgde broeder die mij wilde behoeden voor misstappen. Die mij op het rechte pad wilde houden.

Toen kwamen de vragen. Hád ik me eigenlijk al aangesloten bij de gereformeerde kerk in Rotterdam? Nee, dat had ik niet. Dan moest ik dit binnen zes weken doen, anders kon ik niet langer op deze school blijven werken.
De directie wist van mij al dat ik een relatie had, dus daar had Ed me niet mee verraden. Toch kwamen daar vragen over: of het waar was dat hij bleef slapen, en of we dan soms een seksuele relatie hadden…

Daar zat ik dan. Een vrouw van veertig. En dan zo’n vraag. Ik heb ze gezegd, dat het ze niks aanging. Dat mijn rolmodelfunctie zich niet verder uitstrekte dan tot aan mijn voordeur, laat staan de intimiteit van mijn slaapkamer.

Thuis barstte ik in tranen uit. En mijn vriend was woest. Hij sprak over de Gestapo, over Ed van de NSB. Ik begreep hem heel goed. En ja, als ik een rechtszaak zou aanspannen, zo had de bedrijfsarts mij ook al verteld, zou ik die zeker winnen en gewoon op deze school kunnen blijven werken. Maar wilde ik dat? Op die manier? Nee, dat wilde ik niet. Ik wilde daar geen energie instoppen.

En wéér voelde ik die druk. Ik móest me aansluiten bij de kerk, mijn vriend mocht niet bij me slapen. Ik woonde in Rotterdam, en nóg werd er over me gekletst. Ik vond het steeds vervelender worden om in mijn auto te stappen en naar mijn werk in Berkel en Rodenrijs te rijden. Vroeger was ik ‘die leuke juf’, tegenwoordig was ik ‘die gescheiden vrouw’. En het werd me duidelijk: oké, ik had me vastgeklampt aan mijn baan, omdat dat nog het enige vertrouwde in mijn leven was. Maar was het nog zo vertrouwd? Was er niet verschrikkelijk veel veranderd? Hoe er naar me gekeken werd? Geoordeeld over mij? En aan de andere kant: was er niet verschrikkelijk veel hetzelfde gebleven? Nog steeds mensen die mij in hun greep hadden door hun godsdienstige overtuigingen? Mij hun wil op konden leggen omdat het ‘zo nou eenmaal hoorde?’

Tijdens de kerkdienst kan ik maar één ding denken: ‘Dit wil ik niet meer.’ Ik krijg het er Spaans benauwd van. Mijn kijk op de kerk is veranderd door de kerkmensen. Als ik echt vrij wil zijn, dan zal ik nog twee hindernissen moeten nemen: uit de kerk stappen en op zoek gaan naar een nieuwe baan.


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

16 reacties

Ma3anne · 26 april 2009 op 10:42

Meid, wees blij dat je uit de klauwen van deze sekte ontsnapt bent. Griezelegrubels wat een engerlingen.

champagne · 26 april 2009 op 10:54

Ik zeg dóen! Volgens mij zou een geloof juist iets toe moeten voegen, in plaats van je vanalles te ontnemen. Ik heb je verhaal met fronsende wenkbrauwen en groeiende afschuw gelezen. Wát een dwangbuis, dat geloof! 🙁

Mosje · 26 april 2009 op 11:04

Mooi, de nuchterheid waarmee ja alles opschrijft, maar net eronder toch de emotie.
Schrijf gerust meerdere delen. Je bent nu met hele grote sprongen door je leven gegaan, maar elk van de deeltjes uit je verhalen is weer een verhaal apart.

Dees · 26 april 2009 op 11:26

Er zit zoveel in deze tekst, terwijl ik denk dat je driekwart achterwege hebt gelaten. Iets doen dat je niet wilt met een burn-out. Gedwongen worden je grenzen op te schuiven. Impertinente vragen onder het mom van ‘je willen helpen’, het beschuldigen van iemand die afwijkende keuze maakt om het eigen hachie en het kerkhachie te redden. Zachtzinnige, manipulatieve onderdrukking. Het is allemaal zo zo laag, zo vals… Ik voel de beklemming en word er plaatsvervangend misselijk van.

Sommige kosten en verliezen lijken verschrikkelijk hoog als ze actueel zijn. Maar ik hoop en verwacht ook een beetje de bevrijding van de rotzooi van het verleden in deel vijf.

LouisP · 26 april 2009 op 11:33

DO,
de kerk, dopen, communie. Groot en klein. Het leek vroeger zo vanzelfsprekend. Dat hoorde er gewoon bij. Niet bij nadenken. Zoiets als verplichte militaire dienst zeg maar. ‘Is goed, ook voor je discipline’zeiden ze.
Ik geloof niet, dat je ‘hun’ wetten hebt overtreden. Een beetje misschien.
Je verhaal wordt steeds duidelijker.
L.

SIMBA · 26 april 2009 op 18:00

Ik ben dol op je vervolgverhalen DO!

pally · 26 april 2009 op 22:50

Goed dat je dit opschrijft, Do: een horrorscenario. Het maakt me heel boos op die hele hypocriete, schijnheilige zooi! Ze hadden je kapot kunnnen maken.
Gelukkig heb je kracht genoeg gehad je eraan te ontworstelen. Heel knap! Ook om het zo op te schrijven, :wave:

groet van pally

arta · 26 april 2009 op 23:37

Weet je, Do, ik deel met Dees het idee dat dit maar het tipje van de sluier is. Dat vermoeden maakt eigenlijk het verhaal nog triester. Gedreven geschreven, alsof het eruit móest, de onderliggende woede, wanhoop voelbaar, maar niet overheersend.
Jeetje, wat een verhaal, wát een vreselijk verhaal…

trawant · 27 april 2009 op 00:56

Mijn hemel wat een triestigheid die kerk.
Maar ik denk dat het dilemma ook nog bestaat uit dat onbenoembare stukje waarin je je ermee verbonden voelt. Ondanks alle shit.
Want van mij had je best wat kwader mogen zijn in je stuk, ik had gewild dat de woede er van af zou zou spatten.
Hallo we leven in de 21e eeuw. Er is keuzevrijheid en individualiteit bevochten.
Er is zelfbewustzijn gekweekt vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw..toch..?
Het zou verboden moeten worden die grefo terreur.
Maar ja het zit in alle haarvaten van zo’n samenleving en van je eigen ontwikkeling.
Schuld en boete. En scheur je maar eens definitief los.
Sterkte en moed gewenst.

doemaar88 · 27 april 2009 op 10:27

Het hypocriete komt perfect naar voren in dit stuk. Wat een horror. Goed geschreven, en ik vind die vervolgverhalen ook erg leuk!

Anne · 27 april 2009 op 10:35

Tjonge jonge. Wel vaker de verhalen van mijn ouders gehoord over vroeger, toen zij kinderen waren in het katholieke zuiden (Limburg), en vooral mijn vader kweekte woede over de walgelijke betutteling. Zodat hij zich later in zijn volwassen leven heeft losgemaakt van de katholieke kerk. Dat was echter vijftig jaar geleden! De katholieke kerk heeft ondertussen haar lesje geleerd en godzijdank 😀 haar sociale macht in Nederland grotendeels verloren. Maar dat dezelfde praktijken nog steeds gebeuren bij hervormde-gereformeerde-protestantse gemeenschappen of hoe die allemaal ook mogen heten, dat is echt schokkend. Ik zou zeggen zegt het voort, dit verhaal. De enige manier waarop ook zij macht kunnen verliezen is dat er meer mensen de ogen geopend worden en zich losmaken. Kerk bestaat uit de mensen die ze aan zich weet te binden. Zonder mensen…..geen kerk.
Graag gelezen Droomdoor(tje) 😉

DreamOn · 27 april 2009 op 11:11

Dees en Arta, jullie hebben gelijk. Ik heb ook veel weggelaten. Ergens voelt het ook nog als een soort verraad richting de kerk, waar ik toch 39 jaar bij heb gehoord, en waar ik natuurlijk ook goede dingen heb meegemaakt en leuke mensen heb leren kennen.

Ik merk zelfs, dat ik schrik van sommige reacties, die ik natuurlijk zelf heb uitgelokt door dit verhaal, maar ik zou het zelf nooit zo hardop durven uitspreken.

Deel 5 (het laatste deel) heb ik inmiddels geschreven en ingestuurd.

Maar bedankt voor de reacties, dat doet me goed! 😉

lisa-marie · 27 april 2009 op 15:22

De controlerende arm die zo ver reikt daar heb ik eigenlijk de goede woorden niet voor. Beklemmend en afschuw komen in mij op.

Heel knap dat je het zo heb kunnen opschrijven daar neem ik mijn petje voor af :wave:

En nu kijk ik reikhalzend uit naar deel 5, eigenlijk naar de bevrijding, ben benieuwd.

Prlwytskovsky · 27 april 2009 op 18:11

Ja Do, ik geloof ook. Maar ik geloof het ook wel.

KawaSutra · 28 april 2009 op 01:39

Een sterke en eerlijke column. Ik kan mij goed voorstellen hoe dubbel je nu in die situatie staat. Een houvast die je 39 jaar lang ook daadwerkelijk als houvast hebt ervaren, en opeens valt die weg. Dat kun je niet van de een op de andere dag achter je laten, daar is tijd voor nodig en misschien zelfs wel een andere invulling.
Helaas hebben de lokale gereformeerde kerken nog steeds een verstikkende greep op hun leden. Gelukkig zijn niet alle kerkgenootschappen zo, sommigen zijn wel deels met hun tijd meegegaan.
Toch staan er ook nu nog nieuwe kerken op die zich ook sektarisch gedragen, maar dan weer op een andere wijze. Spijtig dat deze kerkleiders hun macht misbruiken door hersenspoeling van mensen die daar niet tegen opgewassen zijn.
Goed dat je erover schrijft.

Mien · 28 april 2009 op 10:04

Ieder zijn eigen kerk, zingt Bløf met veel bluf.
En daar raakt het de kern.

Met veel moeite en hulp je eigen boontjes doppen en uiteindelijk de Gordiaanse knoop doorhakken.

Uiteindelijk ligt de weg naar vrijheid dan voor je open. Voor wat heet, vrijheid!

Succes en sterkte, je bent goed bezig in column, kerk en werk.

Mien

@Edit:
Zie bij herlezing dat je de naam van een collega gebruikt.
Fictief mag ik hopen?
Ondanks het zuur vind ik namelijk dat je geen reallife-namen in columns moet gebruiken. Uiteraard publieke personen buiten beschouwing gelaten.

Geef een antwoord