Ik lees net op Twitter: ’Un fleuve (rivier) komt uit in zee of oceaan, une rivière (rivier) komt uit in een andere rivier’. Is dat niet prachtig? Un fleuve, om van te smelten zo’n woord.

Mijn francofiliteit (of zou het francofilisme zijn?) zit diep. Mijn vader deed, in den beginne, nog een verwoede poging om mijn kinderhart sneller te laten kloppen voor paella en tapas: elke autorit, kort of lang, draaide het cassettebandje van Julio Iglesias overuren zodat ik als kleuter makkelijker ‘Amor de mis amores’ meezong dan ‘Op een klein stationnetje’.

Maar nooit zou Julio het winnen van Charles Aznavour en zijn Franse makkers die mijn moeder thuis grijs draaide. Prachtig vond ik dat als kind (en nog). En niet alleen de Franse chansons stalen mijn hart op jeugdige leeftijd. Ik was als 7-jarige al meer te porren voor een petit pain met een blauw geaderd kaasje dan een bammetje belegd met jong belegen uit de Beemster.

Tijdens onze jaarlijkse vakanties in Frankrijk reden we door slaperige plattelandsdorpjes waar Renaultjes 4 (met zo’n uitstekend pookje) op het erf stonden. Mijn moeder kocht ‘petit chèvres’, geitenkaasjes, op de boerenmarkt die, voor we terug waren op de camping, al op waren. Pa en moe sleepten ons mee naar kastelen en grotten tot we geen stalactiet meer konden zien maar dat mocht de pret niet drukken.

Mijn eerste French kiss kreeg ik uiteraard van een Fransoos (Jean-Luc.. oh la la). Terug in Nederland ontving ik brieven geschreven in zijn beste Engels, iets te letterlijk vertaald vanuit het Frans: You miss me (Tu me manque, oftewel: ik mis je) schreef hij, kan het liever?

Uiteraard heb ik een abbo op ‘Leven in Frankrijk’, las Jean Paul Sartre en ‘Zout op mijn huid’ van Benoîte Groult. Mijn voorjaar begint als de openslaande deuren open kunnen, en ik naar Aznavour kan luisteren op het trapje naar de tuin, met een café au lait in een schraal zonnetje. En als de dagen lengen wordt de café verruild voor ‘vin’. Dan wil ik geen oesters eten maar huîtres, zelf geraapt langs de Bretonse kust. Mijn kaken beginnen te prikken terwijl ik dit schrijf.

Tot nu toe heb ik ze nog niet zo ver kunnen krijgen, ‘de rest’. Een definitief  ‘On y va’ zit er voorlopig niet in. Maar het gaat er ooit van komen, en schrijven kun je gelukkig overal. Je sait à coup sûr.*

 

*Coup de coeur, favoriet

*Je sait à coup sûr, ik weet het zeker

Categorieën: Algemeen

21 reacties

Mien · 9 januari 2017 op 07:39

En hoe zit het met de coup de foudre, buiten de big bissou? Ook in Frankrijk of op zijn Frans gevonden? Mooie column Karen. Roept bij mij verlangens naar het voorjaar op. Met Erik. Satie.

    Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 10:44

    Cou cou Mien, ik leerde onlangs nog dat de Fransen het geluid van de koekoek gebruiken als aanhef ipv bv ´howdy´ of ´hallo´. Ook zo leuk.
    En dan onderaan natuurlijk een bissou, klinkt stukken beter dan ‘groetjes’ 😉 Dank je wel!

NicoleS · 9 januari 2017 op 07:55

Ik wil dat het voorjaar wordt. NU. leuke column.

Nummer 22 · 9 januari 2017 op 08:42

A french kiss..oh oh de betekenis is anders.
Gilbert Becaud “Nathalie” draaide ik toevallig op mijn nieuwe platenspeler gisteren. Tsja. La France!?

    Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 10:53

    Becaud op een nieuwe platenspeler klonk vast formidable! 🙂

      Nummer 22 · 9 januari 2017 op 18:12

      Karen, zelfs met wat een licht krassend geluid was het in mijn werkkamer direct een- op mijn netvlies- verschijnend klein hotel kamertje in Parijs, waar je vanzelf naar het midden op het matras rolde (en dat gaf mogelijkheden) en in de ochtend een croissant, cafe au lait. Merci Madame,

      Nummer 22 · 9 januari 2017 op 18:18

      Karen, jawel! Het krassend geluid bracht me terug naar de vorige eeuw. Een klein kamertje, dat na het 4 draai trappen, eindelijk geopend kon worden en een bed dat we zelfs geen twijfelaar zouden noemen. Hup, vanzelf met de blonde blauwogige schoonheid (maar dit terzijde.. we hadden wat met elkaar) naar het midden van het matras rolde en dat gaf mogelijkheden om elkaar verder te ontdekken. En een croissant soppen in een cafe au lait op een vroege ochtend in Parijs, toen.

van Gellekom · 9 januari 2017 op 10:54

Zoals mijn eerste vriendin al zei : le goe lieb arde et viele ( de koe liep hard en viel)
Francoise Hardy als u het goed vindt. Heerlijke column

    Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 10:57

    Zalig van Gellekom, zowel Francoise als fransozen die Nederlands spreken, dank u wel!

Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 10:55

Pensez maintenant
Tout l’été les pieds nus dans le sable
🙂

Bruun · 9 januari 2017 op 13:40

Leuke feel-good column. Zelf heb ik geen uitgesproken voorliefde voor de Franse taal, maar je enthousiasme werkt aanstekelijk…

pally · 9 januari 2017 op 21:23

Heerlijk die voorliefde pour La France, die ik met je deel. Met alles wat daarbij hoort: De ’tarte au framboises’ van de patissier die je gewoon op eet uit het doosje bij een terrasje verderop…

    Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 23:34

    Precies! Ik moet ook altijd even de charcuterie in. Om even naar vitrine te kijken naar de (meestal niet zo) smakelijk uitgestalde waren. Tip: zet nooit je tanden in tripes of rilette, brrr maar de merguezjes zijn dan wel weer om van te watertanden 😉

Arta · 9 januari 2017 op 21:39

La douce France, ik ben dól op die prachtige taal, minder dol op het ( vakantie)land.

Wat heb jij jouw midwintermancholie mooi neergezet!

    Karen.2.0 · 9 januari 2017 op 23:37

    Het is al net als met oesters: je houdt ervan of niet 😉 Dank je wel!

Esther Suzanna · 10 januari 2017 op 18:45

Ik kan niet anders dan van Frankrijk houden met twee Franse zoons en voorouders. Hele leuke column!

    Karen.2.0 · 11 januari 2017 op 18:14

    Haha! Ook voor Frankrijk geldt dus: ✔, what’s next? ?

JC · 12 januari 2017 op 16:22

Leuk stukje! Ik ga bijna van Frankrijk houden, bijna.. mais je ne peux pas. Mijn trauma’s aan de Franse les zitten te diep..

Geef een reactie

Avatar plaatshouder