Op de stoep, vóór de Apotheek, sta ik met negen mensen te wachten op mijn beurt. Iedereen houdt keurig afstand. Twee personen verder staat Gré Witje, de ex van mijn oude vriend Wiebe.

‘Heb je het al gehoord?,’ roept ze mij toe.
‘Eh..wat gehoord, Gré?’
‘Dat hem van Kreukelglad…eh…K heeft!’
‘K?? Bedoel je Kanker??’
‘Nee!!! Ik moet het ook anders zeggen; “C”
‘C?????’
‘Ja, fluistert ze op stadionsterkte. Die nieuwe ziekte van nu, weet je wel?’
O, bedoel je Corona! Nee, daar weet ik niets van. Volgens mij heeft hij wel beginnende ‘A’
‘A?’
‘Ja, Alzheimer.’ Maar voor de rest is hij nog ‘G’ voor zover ik weet.’
‘G?
‘Ja, die toestand die we vroeger nog wel eens zagen’ We noemden dat Gezondheid.’

Niemand reageert. Ook Gré niet. En ik vraag mij al wachtend af hoe de tijd ná Corona, als de saamhorigheid weer is uitgedoofd, eruit gaat zien. Krijgen we dan scheldwoorden als Corona-leier. Of dat mensen je liefdevol de Corona toewensen. Dat zijn dingen die ik mij afvraag.

Iemand in de rij barst uit in een hevig genies. De rij spat uiteen. De klodders niesvocht ook. Als een roedel kippen voor een hebberige vos.
“Kankerleier!!!! schreeuwt iemand naar de niezer. Het klinkt niet eens zo afschuwwekkend als voorheen…


van Gellekom

Observeren, zelfspot, humor. En niet persé in die volgorde, bepalen mijn NU moment. Kortom; I love my cat, as much as I love you..

0 reacties

Geef een reactie