Mijn vrouw en ik, we reizen vaak en graag met de trein. Uitstapje hier uitstapje daar, de trein is voor ons met afstand het favoriete vervoermiddel. Meestal vertrekken we dan vanaf station Deurne. Laatst ook weer.

Tijdens de stop in Helmond kwamen er reizigers bij. Een man ging op de bank naast ons zitten en keek ons aan. Hij kwam me bekend voor. “Ken ik u ergens van?” vroeg ik. “Jawel,” beweerde hij. “Jullie wonen toch in de Kromstraat?” “Och, nu zie ik het, de man met het hondje!” reageerde ik. Hij knikte. Jarenlang kwam hij bijna dagelijks met zijn hondje voorbij ons huis gewandeld. Als wij dan ook met onze viervoeter op pad gingen, maakten we wel eens een praatje. Maar we hadden hem al sinds enkele jaren niet meer gezien. “Het beestje ging dood en dan ga je zomaar niet wandelen. Tenminste ik niet,” beweerde hij. We buurten nog wat verder. “Onze hond is nog steeds even enthousiast als hij met ons mee mag,” zei ik. (Helaas is het beestje korte tijd naderhand gehemeld, maar dat terzijde.) Tegenover ons zat een Helmonder en die begon zich in het gesprek te mengen. Ook hij had een hond en daar wou hij graag iets over vertellen. Van het een kwam het ander ter sprake en met ons vieren buurten we er op los. Bij het volgende station moesten de twee uitstappen. De Helmonder verklaarde; “dè is laang geleeë, dè ik in de trein een proatje heb gemakt!”

Categorieën: Algemeen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

0 reacties

Geef een reactie