In Nederland staat democratie, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, weer in de oude kinderschoenen. De nieuwe onvolwassenheid waarmee politieke partijen in dit land gehoor hebben gegeven aan de brutale Armeense eis, om Turkse politici onder druk te zetten en kleur te laten bekennen, zegt iets over de abnominabele staat waarin de Nederlandse politiek op dit moment verkeert. Invloedrijke Armeense lobbygroepen dicteren het beleid in Den Haag lijkt wel. Ik stoor mij aan het gemak waarmee Nederlandse politici de woorden ‘Armeense genocide’ in de mond nemen, zonder dat er een VN-tribunaal zich heeft gebogen over deze hele kwestie. Tegelijkertijd zie ik hoe ongemakkelijk politici zich voelen voor de camera’s om de misdaden in de West-Soedanese regio Darfur als genocide te bestempelen. Terwijl ik mijn zinnen opschrijf worden er weer honderd Darfurezen over de kling gejaagd door de Janjaweed-milities in Sudan.

Acteurs en schrijvers, maar ook van religie verschillende geestelijken hebben de krachten gebundeld om aandacht te vragen voor het menselijk drama in Darfur. De Haagse politiek leunt achterover en wil de mensonwaardige situatie ibidem aan de verliezende hand overlaten. De erkenning van genocide in Darfur maakt militair ingrijpen noodzakelijk, maar de internationale gemeenschap en de Verenigde Staten voorop weigeren het gebied binnen te vallen. De VS wilden het olierijke Irak maar al te graag binnenvallen.

Als de chaos in Darfur compleet is, heelt de tijd de wonden zegt men dan. Achteraf, maar wel degelijk met de kennis van nu. Wat voor betekenis heeft het voor de Westerse wereld als Turkije een vermeende genocide erkent? Genocides zijn zo oud als de mensheid. Wat voor zin heeft het überhaupt om in het verleden te blijven hangen als tot op de dag van vandaag misdaden worden gepleegd tegen de menselijkheid? In kringen van politiek Den Haag steggelt men ondertussen verder over de symbolische, politieke erkenning van de vermeende Armeense genocide.

Waarom wordt die energie niet gebruikt om een breed draagvlak te creëeren om militair ingrijpen in Darfur mogelijk te maken? Ik moet toegeven, dat de Armeense lobby erin is geslaagd de genocide-kwestie veel eerder en beter te verkopen aan de Westerse wereld dan Turkije. De Turkse regering heeft jarenlang geslapen en steevast een politiek van ontkenning gevoerd en daardoor de verdenking op zich gelaten. Daarmee is echter nog niet bewezen dat Turkije zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan genocide.

Het is bijzonder verontrustend dat de Federatie Armeense Organisaties in Nederland erin is geslaagd om haar eigen politieke agenda door te drukkken tot in de hoogste politieke kringen. Als het aan de ChristenUnie ligt wordt de ontkenning van de Armeense genocide zelfs verboden. Wat is het vrije woord nog waard in dit land, vraag ik mij, af als we verongelijkte meningen gaan verbieden? De Armeense kwestie is geen uitgemaakte zaak. Bovendien is het geen zaak van politici maar van historici om te oordelen over wat er in ons verleden is gebeurd.

Politici moeten handelen in de huidige tijdgeest. Politici kunnen de loop van de geschiedenis nog veranderen en op zijn minst beïnvloeden. Als ze dat zouden willen tenminste. Maar sinds wanneer zetelen rechters en historici in de Tweede Kamer en als we al over genocide kunnen praten, dan zijn er tal van andere landen die genocide kan worden verweten, maar daar wordt angstvallig over gezwegen:

In de periode van 1945 tot 1947 met uitschieters tot ongeveer 1950, vonden etnische zuiveringen plaats in de gebieden die volgens de Conferentie van Potsdam, waarbij Stalin, Truman en Churchill Europa opnieuw verdeelden, uit Duitse handen genomen zouden worden en als compensatie aan Polen, Tsjecho-Slowakije en Rusland gegeven werden. Bij deze deportaties, maar vooral bij lokale executies, lieten vele Duitse burgers het leven (zie ook Wikipedia).

Zo’n drie miljoen van de vijftien miljoen gedeporteerde Duitsers kwamen in totaal om. Deze ‘Heimatvertreibung’ en de etnische zuiveringen die er mee gepaard gingen, worden nog steeds niet erkend door de Poolse en Tsjechische regeringen. Internationaal zijn deze misdaden tegen de menselijkheid weliswaar erkend, maar druk wordt er op Tsjechië en Polen niet uitgeoefend om de gebeurtenissen te erkennen.

Veeg eerst alle Europese met onschuld gewassen pleinen en straten schoon voordat u Turkije gaat vertellen, dat zij in het reine moet komen met haar verleden. De minister-president van dit land heeft nog van de week het VOC-verleden van Nederland geroemd. Even bij de les blijven… dat was een nare periode als u het niet meer weet. De tijd van plunderingen, het kolonialisme en de slavenhandel. Ik weet niet beter dan dat de sympathie voor de Christelijke Armeniërs altijd groter is geweest in Europa dan de steun voor de positie van de Turken.

Daar is op zich een begrijpelijke verklaring voor. De afstand naar de islam is te groot in de beleving van burgers in het ‘vrije en seculiere’ Westen. Het is geen toeval dat de Armeense lobby het huidig anti-islam klimaat in de wereld aangrijpt om de Turken te dwingen om onevenredige concessies te doen aan de onderhandelingstafel met de EU. Ik zal de eerste zijn, die de genocide op de Armeniërs zal erkennen, maar ik weiger mij neer te leggen bij eenzijdige beschuldigingen van genocide.

Politieke feiten tellen niet in een rechtstaat en die kan ik, en dat spijt me zeer, niet voor historische feiten aannemen. De Turkse premier heeft vorig jaar zijn Armeense collega uitgenodigd om gezamenlijk onderzoek te doen naar de gebeurtenissen in 1915 en later, maar de laatste heeft resoluut geweigerd. Geen enkel volk op deze wereld zal zich genocide in de schoenen laten schuiven, maar van Turkije verwacht men begrip en erkenning.

Geef Turkije meer tijd, vraag niet het onmogelijke, maar wees realistisch en wacht de uitkomst van een onafhankelijk historisch onderzoek naar de vermeende genocide op Ottomaanse Armenen in de periode 1915-1917 met geduld af. U zult zien dat de Armeniërs niet altijd het primaat van het gelijk hebben.


0 reacties

Geef een antwoord