Hoe schrijft men een column? Ik had het er onlangs over met een goede vriendin annex sidekick-chick cum allround muze; iemand die haar sporen op het pad der puntige teksten al lang en breed verdiend heeft en nu op de open plek aan het einde van het pad verkeert: ze wordt Gepubliceerd, en ze krijgt daarvoor Betaald. Iemand die van wanten weet, met andere woorden, en bij uitstek geschikt om mij het geheim van de woordsmid te ontsluieren. Flashback naar de nineties: al mijmerend na het lezen van een geweldig staaltje woordkunst met dito inhoud stelde ik me altijd voor dat het gilde van routine-essayisten en veteraancolumnisten door de eeuwen heen een systeem had ontwikkeld, een protocol, een leidraad… er zou ergens een manifest bestaan dat de beginnende columnist een houvast verschaft bij het ter wereld brengen van zijn borelingen. Een soort Steen der Wijzen, die aan elk in typspasmes geconcipieerd woordkindje met een chromosoom teveel of te weinig nog een gouden randje kon geven.
Vanzelfsprekend betrof het hier een hulpmiddel dat de aspirant-columnist niet zomaar in handen kreeg. Rituele reiniging van de hersenschors, flagellatie van de appendix, en uitputtende meditatiemarathons temidden van hordes heetgebakerde hooligans waren maar enkele van de beproevingen die ik aan mijn geestesoog zag voorbijtrekken, dit alles om de initiatie te doorstaan.

Maar dat gaf niet.

Ik wist tenslotte waarvoor ik het doen zou. Ik zou toetreden tot een select groepje mensen; een groepje mensen dat, het geschreven woord hanterend als zwaard of ganzeveer (of als batterijgedreven onzedigheidsmaatje, als je dat liever hebt) in staat is opinies te maken en te breken, de lezer in staat stellend een onvermoede gedachtensprong te maken en te komen tot nieuwe inzichten. Of gewoon met wat welgemikte woordspelingen “een glimlach te laten stromen in de droge bedding van een vermoeid gelaat”. Dit alles veilig geschoeid op de geheime leest van het gilde, schijnbaar moeiteloos een constante output van topcolumns garanderend.
Zo kon ik na het lezen van een Camuutje hier of een Jaeggi’tje daar uren wegdromen en mezelf wijsmaken dat je niet getalenteerd hoeft te zijn om topcolumnist te worden. Een beetje doorzettingsvermogen, de juiste draden in het web van je netwerk laten trillen, et voilá… een nieuwe ster aan het firmament.

Flashforward naar negentientweeduizenddrie: ik zat dus met mijn sidekick-chick cum allround muze etcetera gemoedelijk te resoneren op het basale trillingsspectrum van het universum (met andere woorden: we waren aan het chillen) en het gesprek kwam als vanzelf op haar loopbaan als columnist. Ik trok mijn stoutste schoenen aan en vroeg haar op de man (v) af hoe zij dat nou had ervaren, die initiatieriten. Hoe had ze nu ooit de juiste draden aan het trillen gebracht, de juiste spin in het web gevonden? Van talent was in haar geval geen sprake, dat was ons allebei wel duidelijk, toch?

Een snelcursus eénvuist-typen op mijn aangezicht later onderging ik wat ik, vrij naar mijn literaire sensei Ronald Giphart, een gemodificeerde Handelingen 9:18-ervaring zou willen noemen: de schellen waren mij van de ogen geslagen. Nadat de gemoederen weer wat bedaard waren en we in een hippe lounge-tent de vredespijp hadden gerookt legde ze me uit dat er niet zoiets bestaat als het door mij zo begeerde protocol. Een geheime groep alchemistisch aangelegde Rozenkruisers die hun Steen der Wijzen gebruiken om bij te schnabbelen als columnisten evenmin. Een portie good ol’ blood, sweat and tears, baby, daar kwam het feitelijk op neer. En alsof dat nog niet erg genoeg was vertelde ze me dat je evenmin kunt wachten tot een uit het leven gegrepen onderwerp zich in de oester van je hersenpan uitkristalliseert tot een parel van een column. Deadlines verhinderen dat. En hier raakten we aan een cruciaal punt, vertelde ze mij. Het schrijven van columns is geen kwestie van het lui volgen van een voorgekauwd stramien. Het schrijven van columns is geen kwestie van het wachten tot een idee vorm aanneemt, zich ontwikkelt, en haar op zijn gezicht krijgt.

“Nee”, zei ze.

“Het schrijven van een column is je met behulp van je observatievermogen, je taalgevoel, je pure steroïdhormoon-geïnduceerde spierkracht, en je vlijtige typvingers een weg banen door de wereld om je heen; zin aanbrengen in de zinloosheid, en orde in de entropie. Je baant zelf de paden, beplant de bermen met humor en scherpzinnigheid, en werkt gestaag van A naar B. Het leven kent geen plot, en je column ook niet. Een columnist neemt geen gevangenen. Op volle laxeersnelheid doe je je ding. Ik noem de werkwijze van de columnist: de tactiek van de verschroeide aarde.”

En wat kon ik anders, dan apathisch “ja” knikken? Ik droeg tenslotte de kloppende handtekening van de columnist nog op mijn beurse kaak. Lijdzaam keek ik toe hoe ze vanaf haar lounge-bankje nog wat groene thee bestelde. Boven ons hoofd wentelden sterrenstelsels onverstoorbaar rond, en het universum gonsde rustig verder. En ik dacht: “dus zó schrijft men een column.”

De rest is geschiedenis.

Categorieën: Diversen

8 reacties

Clueless · 17 maart 2003 op 12:44

Voor iemand die eerst jarenlang leidzaam wachtte tot de Bijbel der Schrijvers en de handleiding der columnisten zich aan hem openbaarde, vind ik dat je een geweldig debuut hebt gemaakt als een rasechte ik-doe-maar-wat columnist. Je ziet, het resultaat lijkt net echt! 😉

Even zonder gekheid: wat is mijn percentage als ontdekker van deze nieuwe ster aan het firmament?

archangel · 17 maart 2003 op 13:01

Laten we daar nog eens over palaveren onder het genot van een bakkie meloenthee 😛

Zonder gekheid: ik vergeet dit niet. Ik ben je veel dank verschuldigd, nu al! 😉

Ion · 17 maart 2003 op 13:24

Een genot om te lezen! Mooie woordenschat heb je en tevens een leuk onderwerp. Inderdaad een mooi debuut zou ik zeggen.

[quote]”Het schrijven van een column is je met behulp van je observatievermogen, je taalgevoel, je pure steroïdhormoon-geïnduceerde spierkracht, en je vlijtige typvingers een weg banen door de wereld om je heen; zin aanbrengen in de zinloosheid, en orde in de entropie. Je baant zelf de paden, beplant de bermen met humor en scherpzinnigheid, en werkt gestaag van A naar B. Het leven kent geen plot, en je column ook niet. Een columnist neemt geen gevangenen. Op volle laxeersnelheid doe je je ding. Ik noem de werkwijze van de columnist: de tactiek van de verschroeide aarde.”[/quote]

Wow… Nederland be prepared… nieuw schrijverstalent op komst. 😮

godsgift · 17 maart 2003 op 13:32

Pppfff als ik jouw column lees moet ik gelijk denken aan een romantische poeeet van een eeuw of twee geleden..wat schrijf jij apart en mooi.

R@@F · 17 maart 2003 op 15:10

De perfecte cocktail in mijn ogen
heeft een zachte ondertoon
De romige smaak van begrip
maar moet meer zijn dan uiterlijk vertoon
Humor is een belangrijk ingrediënt
zelfs al is het wat pikant
Een eigen maar gestaafde mening
is voor mij de gesuikerde rand
Voldoende pit is een vereiste
zonder is de smaak te flauw
Een eerlijke cocktail met pittige afdronk
voorzien van onverborgen krachten
Verdoof ons dus vaker met zulke mooie woorden
Zoals alleen een aartsengel het ons kan laten horen

PRACHTIGE COULMN!! vandaar het gedicht!
En nee R@@FIANEN ik ben niet stoned!:-D

R@@F
😀 😀 😀

Maurits · 17 maart 2003 op 22:49

Indrukwekkend barok bouwwerk. Maar weet je dat er aan een column niet alleen een deadline maar ook meestal een maximum aantal woorden gesteld is?

Mr. Moderator · 17 maart 2003 op 23:38

[quote]Maar weet je dat er aan een column niet alleen een deadline maar ook meestal een maximum aantal woorden gesteld is?[/quote]

Gelukkig nemen we het daar hier niet zo nauw mee. Hoewel er richtlijnen zijn is iedereen vrij om zijn of haar eigen creatie neer te zetten.

gast · 18 maart 2003 op 00:21

Wollig en een hoop gelul, maar wel beter als de retoriek van Balkenende!!!!
Je zult wel even nodig hebben om bij te komen en lastig om weer zoiets neer te zetten….beterschap!

Geef een antwoord