Zeven uur ‘s ochtends. Ik lig op de zolderkamer in de woning van mijn vriend in Amsterdam. Ik ben wakker geworden van gestommel op de gammele houten trap die naar deze kamer leidt. Gezien het feit dat deze trap letterlijk niet meer is dan het idee van een trap, is hij niet bedoeld voor kleine mannetjes van drie om op te klimmen, alleen geschikt om er vanaf te vallen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling en dus krijgen kleine mannetjes van drie een beetje hulp als ze toch naar boven willen. Mijn zoon krijgt een laatste kontje van zijn vader, die zijn hoofd ter eigen geruststelling even boven het gat uitsteekt, even kijken of ik wel wakker ben, en dan holder-de-boldert Duka mijn bed op. Rap glipt hij bij mij onder de dikke donzen deken en kruipt lekker bij me. Met grote ogen kijkt hij mij aan. Wat gaan we nou voor leuks doen? Als het aan mij ligt: nog helemaal niks, en dus sluit ik demonstratief mijn eigen ogen in de hoop dat hij de hint begrijpt. Tevergeefs. Was dit een normale situatie dan zou Duka al niet meer kunnen slapen, maar nu zeker niet. Want ongeveer gelijktijdig met Duka’s entering zijn de werklui in de woning naast ons begonnen met hun luidruchtigheden. Mijn zoon wordt er onrustig van en friemelt me klaarwakker.
Eenmaal samen wakker worden we vanzelf stil, luisteren gaat automatisch.

Het is raar: de geluiden maken ons stil en rustig, en die rust opent onze oren voor het geluid.

We horen instrumenten en apparaten, en blote handen met daarin gereedschap dat korte dan wel lange klinkers uitstoot. Soms zijn er meerdere geluiden tegelijkertijd, maar meestal individueel, elkaar afwisselend, als zijn ze in gesprek. Ik hoor een decoupeerzaag, bezig zich een zaagdunne route te bijten door een plank of een plaat. Ik hoor een hamer die af en toe een roffel slaat, op hout. Dan een zwiepend geluid, hoog en kort, geëindigd voor het begint. Daarvan kan ik de betekenis niet terugvinden in mijn mentale klusklappertje. Planken worden losgetrokken van de vloer; rrrrts!, met de plopjes van de spijkers die na grondige trekkracht eruit schieten.

De zwieper maakt zich los en wordt het eerste beeld. Ik zie een zweep voor me, wel zwart, maar vuist-dik, met de schubben van een gordeldier. Een lange dikke zwarte zwieper die de decoupeerzaag antwoord geeft. De decoupeerzaag: een donkerbruine driedimensionale rechthoek die in zijn taille buigt op de maat van zijn eigen geratel, een vierkantige slang zonder kop en staart. Roffelende hamer wordt een loden pootje, zonder lichaam, dat staccato om aandacht tikt. Trekkracht waarmee vloerdelen worden losgetrokken verandert in sperkracht van twee enorme kaken, met spijkertanden; ook zonder lichaam, alleen een muil waarvan het opensperren samenvalt met het brullen.

We horen menselijke geluiden. Pratende stemmen worden door de muur vermomd als mompeltjes. Grap- en lachmompeltjes, commandeermompeltjes, overlegmompeltjes. Zelfs een fluitmompeltje horen we, met verder weg op de achtergrond, parallel lopend aan die omfloerste trillers: een radio. We horen een liedje, erg verwaaid; een bekende hit wordt een miniliedje, als een zingend muisje. De mompeltjes vliegen onbekommerd door de lucht, elfen met baritonnetjes, en het liedje kabbelt door, langs en om de wilde, gemankeerde dierachtige lichamen heen, als een zacht beekje.

Binnen wordt buiten, naast ons. Waar ik bij het begin van het luisteren nog een vage voorstelling had van de kamer aan de andere kant van de muur zijn nu alle muren verdwenen en is het plafond verdampt. Er is alleen een bodem waaruit een bos van bewegend geluid groeit, even amorf als zijn wilde bewoners.

We staan op. Liggen wordt lijden, want we hebben honger. Mijn zoon dan.

Beneden, in de woonkamer, letten we niet meer op de werkgeluiden in de andere woning. We maken zelf te veel rumoer.
Ik raak verstrikt in een web van strijdige belangen. De aandacht en concentratie die mijn kinderen vragen en ook verdienen, wil ik eigenlijk aan dit verhaal geven. Dus schrijf ik stiekem, in mijn hoofd, mezelf wijsmakend dat ik daarmee mijn zorgplicht niet verzaak. Maar mijn kinderen zijn niet gek. Ze hebben radars voor geïnspireerde dus onbereikbare mamma’s en dat maakt dat ze extra hard aan me trekken. Het is een neerwaartse spiraal. We maken mekaar steeds nerveuzer. En uiteindelijk barst de bom.

Zwaar gefrustreerd schreeuw ik mijn kinderen toe dat ze rustig moeten worden en mijn kinderen, ook niet onmondig, schreeuwen terug dat ze honger hebben, en dat mamma zelf niet rustig is, en dat het hun schuld niet is!!

Het is in een keer stil. Ook aan de andere kant van de muur.

Categorieën: Diversen

10 reacties

Troy · 20 februari 2006 op 22:07

Ontzettend knap hoe je op zo’n interessante manier beschrijvend dingen weet te verwoorden. Soms is het bijna poezie. In het begin van het verhaal werd ik direct gegrepen door je schrijfstijl, waarna het iets later een beetje afzwakte. Misschien had ik een iets spannender ontknoping verwacht. Iets meer into the twilight-zone. Ik denk namelijk dat je zo’n sfeer erg goed op zou kunnen roepen… Maar hoe dan ook, ik vind het zeer goed geschreven.

Nana · 20 februari 2006 op 22:27

Beste Anne, je column hinkt volgens mij nog een beetje op twee gedachten: dichterlijk mooi en heel direct door elkaar. Dat mag best, maar misschien moet je je column iets inkorten en dan kijken wat mag blijven wat kan weg? Verder is het prachtig geschreven;-)

Trukie · 21 februari 2006 op 01:02

Anne ik heb genoten van jouw zinnen en mooie woorden. Zoals je de handelingen van gereedschap uitbeeldt. Heerlijk. Als ik die woorden in mijn hoofd had gehad tijdens de verbouwing op eigen terrein, dan had ik al die rommel een waar feest gevonden.
Maar uiteindelijk blijk menselijk kabaal toch baas boven baas te zijn 😉

melady · 21 februari 2006 op 01:17

Las je column, hinkende op twee gedachten.
Prachtige beeldspraak en poëzie door elkaar gehusseld.
Eerst is er één kind (Duka) en later zijn er meerdere kinderen.

[quote]en dus sluit ik demonstratief mijn eigen ogen [/quote]

‘Eigen’ had je weg kunnen laten.

Beetje inkorten kan geen kwaad.

Welkom en ik zie uit naar nr 2.

KawaSutra · 21 februari 2006 op 01:33

Idd. knap geschreven.
De eerste twee alinea’s beloven een ander verhaal dan het werkelijke verloop der waarnemingen. Dat geeft mij wat verwarring. Alsof ik twee collumns lees: van de een het intro en van de ander het slot, maar toch een vloeiende overgang. Apart!
Het slot vind ik prachtig. De storende invloeden van buitenaf juist als je een mooi verhaal in gedachten ziet ontstaan. 🙂

Dees · 21 februari 2006 op 19:13

Zoals ik elders ook schreef, je schrijft met zoveel zorg en aandacht (je geeft het zelf ook aan in je relaas) en dat vind ik bewonderenswaardig.

Misschien kun je een klein beetje uitkijken voor het daardoor verzanden in langdradigheid. Het verhaal is beschrijvend, mooi, met oog voor detail. Maar een paar details minder, daar zou je stuk niet onder lijden, denk ik.

Groetje,

Dees

Li · 21 februari 2006 op 21:39

Iets instrakken en je hebt een prachtig verhaal.;-)

Al mijn zintuigen zijn benieuwd naar waarnemingen 2.

Li

sally · 21 februari 2006 op 22:43

[quote]Dus schrijf ik stiekem, in mijn hoofd, mezelf wijsmakend dat ik daarmee mijn zorgplicht niet verzaak.[/quote]
Heel herkenbaar Anne 😉

Prachtige beschrijving van een alledaagse situatie.
Petje af!
Groet Sally

Anne · 22 februari 2006 op 14:03

Hartelijk dank voor alle positieve geluiden, en ook voor de zorgvuldig geformuleerde kritieken.
Ja, dat ziet de ander en niet jezelf; aspecten van een tekst blijven verborgen voor jezelf als er geen anderen naar kijken en hun eerlijke commentaar geven.
Over dit stuk kan ik het volgende zeggen. Inderdaad, er is sprake van enigszins met elkaar wrikkende stijlvormen; het directe, zogezegd “echte”, en het poëtische. Dat dit een risico kan inhouden voor de leesbaarheid had ik me nog niet gerealiseerd. Ik heb erg gegoocheld met dit stukje voor ik het instuurde, maar de keuze voor die twee verschillende waarnemingen in een stukje is op zich wel een bewuste.
Mij ging het erom duidelijk te maken hoe het niet zien van de oorsprong van geluiden zeer paradoxaal genoeg zulke kleurrijke beelden kan oproepen; om de merkwaardigheid daarvan te illustreren vond ik het nodig om deze waarneming te laten contrasteren met het gewone alledaagse leven.
Hoe dan ook, dank voor alle reacties.
Anne

Anne · 22 februari 2006 op 14:03

Sorry, twee keer geplaatst!

Geef een antwoord