Een nostalgisch verhaal over een ‘vintage’ product in de jaren ’50

Vroeger, toen de wasjes nog wassen waren, was de maandag wasdag. Vraag me niet waarom die wasdag voor de was was, maar het was zo.
Ik herinner het mij uit het eind van de veertiger en begin van de vijftiger jaren. Alles ‘op de hand’. Je had kleine wasjes en grote wasjes. Voor mij als kind, was dat één pot nat.

De ‘pot nat’ ontstond uit water dat in een grote pan op de gasvlam kokend heet werd gemaakt. Daarna werd de inhoud in een teil met koud water en zeep gegoten. Dat was dan ‘een lekker warm sopje’. De teil werd op een tafeltje gezet en een geribbeld wasbord stond erin.

Moeder deed haar oudste schort voor en nam een boender in de hand. Stuk voor stuk belandden de wasdelen op het ribbeltjesbord om daar schoon geschrobd te worden.
Daarna gingen de lappen, onderbroeken, lakens, sokken en ouderwetse zakdoeken door de wringer. Dat was een soort pastamachine voor was. De was werd door het apparaat gedraaid en een behoorlijke hoeveelheid water werd uit de doeken gedaan.

Ik werd bij de wringer geroepen. ‘Werk aan de winkel’. Met zo’n doek of laken tussen de rollen was dat voor een kind nauwelijks te doen. Ik had er dan ook een bloedhekel aan. Daarna moest ik ook nog vanuit een mand de wasstukken pakken en aan moeder geven. Dan hoefde ze niet te bukken. Ze hing alles sapperdeflap met wasknijpers aan de waslijn in de achtertuin.

Huis aan huis gebeurde hetzelfde; hoogstens verschillend door de aan de was toegevoegde luiers of kleine luiertjes. Die laatste lapjes gaven mij reden te vragen : ‘wat zijn voor lapjes daar bij de buren, mama?’
Dat zijn grote washandjes, jongen’.
Enige tijd na het op de markt komen van NEFA-maandverband, verdwenen die ‘grote washandjes’ van de lijnen.

Ik denk dat het hele wasproces in 90% van de huishouden op de door mij beschreven wijze werd uitgevoerd. Alleen de wat meer gefortuneerden besteedden de was uit of hadden een eerste vorm van een stalen bak met elektrisch aangedreven schoep.
Dat was niet voor ons weggelegd. Een eerste vorm van mechanisatie die huisvrouwenhanden uit het sop konden houden, kwam in 1952

Er werd iets langs uitgepakt. Ik kon het niet thuisbrengen, maar al snel stond een steel met een soort stalen UFO aan de onderkant, in de teil met was. Er ontspon zich een stampproces dat mij deed denken aan stamppot maken in een gaarkeuken.
‘Het wordt écht schoon’, juichte mijn moeder. Voor mij werd het een dag des oordeels, want ik werd benoemd tot bediener van de wasstamper. Als ik thuis was op wasdag, dan was ik de sigaar; om maar geen erger woord te gebruiken.
Zo’n wasstamper ging helaas jaren mee.

Aan een ieder die op wasdag in de eenentwintigste eeuw de luxe wasmachines en droogautomaten moet vullen en legen en daar nog over klaagt, draag ik dit artikel op.
Voor jullie is bij Vindingrijk te Breda nog een vintage wasstamper te koop.

Categorieën: Diversen

Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

5 reacties

Nummer 22 · 19 februari 2019 op 07:43

Mooi verhaal en dan direkt de zwart wit foto’s erbij zien met de ribbeltjes rondom. Het plaatje is compleet. Alleen zo jammer dat ik deze apparatwn bij mijn vriendjes thuis zag en ik dat wassen wonderlijk vond. De wasvrouw bij ons thuis was er 1 met een snor…! Ze kwam de was halen en gestreken terug brengen. Mijn ouders, waarvan alleen mijn moeder van 92 nog leeft, hielden van een proper huis. Bauhaus inrichting en wij, 3 zonen en later een dochter moesten net zo proper zijn. Nu ik terug denk… mwahhh een V- hals trui en daaronder een wit overhemd met stropdasje, korte haren en lachen voor de foto. Ik was 7 jaar of zo. Tsja, times flies..

Hans Schoevers · 19 februari 2019 op 08:12

Wij hadden een vrouwelijke apotheker, ook met een zwarte snor, Vast een zuster van jullie wasvrouw.

    Nummer 22 · 19 februari 2019 op 13:33

    Bij de oosterburen hadden ze ooit een man met een zwarte snor, maar dit terzijde. Een vrouw met een snor en baard won ooit het songfestival, jesnor drukken mogen apothekers nooi want dat is gevaarlijk bij de bereiding van medicijnen, Ted de Braak ( wie kent hem nog?) die had pas een snor net zoals Salvador Dali. Bromsnor ook maar die was geen schilder. De was stampen wordt nog alrijd gedaan aan de oevers van rivieren, in een ton. ‘ ze stampen de was is geheel wat anders dan..ze smelten de kazen, maar ook dit terzijde. Leve de snor, leve een fris ruikende op de bleek liggend wasgoed. Pas op voor loslopende honden!?

Hans Schoevers · 20 februari 2019 op 08:39

Honden bij de was wegjagen, deed je ook met de stamper.

Nummer 22 · 20 februari 2019 op 10:07

Ja Hans, vooral die kleine k*t blaffende beestjes!

Geef een reactie