‘Wilt u de bonnetje?’, vraagt het meisje van de Zeeman.
‘Kut!’, denk ik meteen. In gedachten trek ik haar onmiddellijk over de balie heen. Terwijl ik mijn zakwoordenboekje voor haar ogen heen en weer zwaai, steek ik achterlangs een potlood in haar hypofyse. Het is de meest rigoureuze manier om haar te verlossen van de woordleedgeest.
Maar ik doe het niet. Het molesteren van meisjes is strafbaar en de kans dat ze blijvend letsel oplopen is groot. Wat dan wel te doen? Ik weet dat hij daar zit, die pestetter en besluit om zijn spel mee te spelen. Via een omweg willen ze nog wel eens overspringen en als ik hem eenmaal heb, dan zeg ik het alfabet op. Een alternatieve manier om taaldemonen te verdrijven, maar ook effectief. Daartoe moet ik eerst vaststellen met welk soort woordleedgeest zij besmet is.
‘Bedoel je DE rekeningetje?’, antwoord ik haar. ‘Nou, dat hoeft niet, hoor. DE baby’tje voor wie het is HEBT mijn nicht bij HEM. Als DE rompertje niet past dan pakT ik HET ander.’
In de stilte die valt kom ik er achter dat ze niet te redden is. Ze blijkt besmet met het Fuck You-type. De gewiekste van het stel. Vanuit haar neus glijdt een alleen voor mij zichtbare middelvinger omlaag.
‘Okay’, zegt het meisje, verbaasd over mijn in haar oren vlekkeloze Nederlands. ‘Fijne weekend, meneer.’
‘Ja, fijnE weekend, DE meisje van DE ZeemanNETJE met DE hoofddoekje’, probeer ik nog tevergeefs, waarna ik plaatsmaak voor de volgende klant om mijzelf niet belachelijk te maken.
Tot zover een willekeurige greep uit mijn actuele ervaringen met woordleedgeesten. Ze bestaan dus in meerdere vormen en ik heb mijzelf getraind in het identificeren van hen. Het is een utopie om te denken dat je iedere soort kunt extraheren. Een frustrerend feit, want ze slachten onze Nederlandse grammatica. De taaltent in mijn broek tui ik tegenwoordig alleen al met juist gebruikte lidwoorden. Hoe laag is mijn verwachting gezonken wanneer ik voldoening haal uit het horen van een volledig correcte zinsnede? Zo nu en dan ben ik geneigd om te vragen of ze die zouden willen herhalen. Dan zal ik mijn ogen sluiten en mij wassen in juistheid. En dat allemaal veroorzaakt door een occulte entiteit.
Het trainen op herkenning van woordleedgeesten is geen appeltje eitje. Zo heb ik Nachtzuster gevraagd om een aantal verdachte woorden op te dreunen die mij dwarslagen. Eenmaal van wal gestoken heb ik haar verzocht te stoppen bij het woordje: doedoeoei. Dat mocht ze nog eens een aantal malen herhalen voor me. Eerst 2x snel. Daarna 2x langzaam. Een beetje wee spasmodisch gevoel overviel mij en we hebben zelfs nog ruzie gekregen ook, omdat ze er te pas en te onpas bewust misbruik van ging maken. Nu kijkt ze echter wel linker uit, want ze weet dat ik sinds kort altijd een potlood bij me draag.
De meest makkelijke soort om op te trainen zijn de overgewaaide woordleedgeesten. Zij zijn zich bewust van hun nutteloosheid binnen een andere taal en daarom infiltreren ze juist. Ontelbaar veel Engelse woordleedgeesten drukken hun stempel op hele mensenlevens. Zo zitten zij bijvoorbeeld weken aan de bedrand van zwangere vrouwen (ook zo’n woord: ‘zwanger’) om hen op het moment van gillen, barsten en baren de meest vreselijke woordleednamen voor hun pasgeborene in te fluisteren. Ik noem hier enkelen. Sluit uw ogen indien u ontvankelijk bent voor woordleed; Thorn, Ashley, Priscilla, Imogee, Kimberly, Jeffrey of Innocence. Voelt u het?
Het zijn ook met name de Engelse woordleedgeesten die er in de managementsferen een potje van maken. Laatst had ik telefonisch een offerte aangevraagd voor externe inhuur. De man die ik sprak zat vol met woordleed. Hij sprak half Engels, half Nederlands en toen ik hem vroeg naar zijn uurloon, verbeterde hij na enig zwijgen mijn gevraagde ‘uurloon’ met ‘fee’. ‘F_I_E’. ‘Oh, U bedoelt de fee’, sprak hij licht kokkend. Arme man. Hij bleek Executive Consultant bij een Human Resource-unit te zijn en zat onbewust geperst in het keurslijf van zijn woordleedgeest. Niet wetend waarom hij doorgaans zo misselijk thuiskomt na een dag werken.
Ik kan u hier pagina’s vol eerste hulp bij besmetting geven, maar er zullen velen zijn van wie die afglijden. Daarom beperk ik mij tot de noodzakelijke tips en verwijzingen naar mijn websites hieronder. Indien de uitdrukking ‘Get a life’ u koud laat, dan kunt u zich afvragen in welke mate er infectie heeft plaatsgevonden door een (makkelijk te verdrijven) overgewaaide variant. Lees viermaal het leesplankje hardop en herhaal tweemaal het alfabet, dan bent u minimaal een dag verstoken van die onverschilligheid (indifference). Voor alle overige vormen adviseer ik professionele hulp. Woordleedgeesten hebben een bloedhekel aan taalinstituten. Schrijf u bij twijfel in. Negeer ze intussen en gaat u alstublieft niet zelf zitten rotzooien met een potlood.
www.de-of-het-bonnetje.nl of
www.waaromdickikzostrange-ineens?.kom

12 reacties
Libelle · 13 december 2013 op 08:54
Wat is dat toch met mij. Ik lees de column uit en geniet van de sprankelende kronkels, maar de opdrachten op het einde doe ik dan weer niet. Teveel ‘Mien’ denk ik dan.
Mien · 13 december 2013 op 09:23
Tsaj, voor mij ietske te veel Pier la la. En voor de franse uitleg ga naar > [b][url=www.tupeuxattendrealasaintglinglin.fr]www.tupeuxattendrealasaintglinglin.fr[/url][/b]
SIMBA · 13 december 2013 op 10:41
Dat soort woorden skip ik gelijk uit me zinnen om het zekeren voor het onzekeren te neme 😉
Ferrara · 13 december 2013 op 12:46
Pierken, de Zeeman?
Dan ga je zeker ook naar de Blokker, de VenD, de Albert Heijn?
Behalve het woordje Kut, is je taalgebruik meer dan keurig 😉
Met plezier gelezen. ‘k Zie je…tot later. Brrrr.
Ferrara · 13 december 2013 op 17:39
Pierken, het gaat me niet om de prijzen en/of de kwaliteit bij die ketens. Het gaat om het woordje de voor die namen. In het kader van je column is daar wel iets over te zeggen…oh alweer veel te serieus waarschijnlijk. 😉
Wibra zit ook in Den Haag.
Ik ben te weinig gemotiveerd om de lange reis naar Roosendaal te ondernemen.
Zowel per trein als met auto, vise versa, uren onderweg.
Zoals Trawant zo mooi zegt een mijl op zeven.
Pierken · 13 december 2013 op 16:08
@ Libelle: De laatste alinea is inderdaad teveel Mien. Ik vraag mij af hoe dat komt. Alhoewel ik mij ook afvraag waarom ik in het middendeel neig naar de schrijfstijl van Nelleke Noordervliet. Daar ga ik mij nog eens op beraden ?:-) .
@ Rob (alias Mien): Sorry, ik liet mij even gaan :starving: . Volgende column minder Pier la la, meer column. Of kies een schrijver naar keuze en ik zal mijn best doen. Niet zijnde Tolstoj.
@ Simba: Wordt het niet eens tijd dat ik langskom met mijn potlood?
@ Ferrara: Met dat puntje kut daar heb je een puntje. Had ik ook bij stilgestaan. Langer dan gemiddeld. Wat al lang is. In eerste instantie had ik er Godgloeiende Godcholera staan, maar ik wenste deze maand niet weer de best gelezen column te worden om verkeerde redenen. En ja, ik betrap mijzelf wel eens in de door jou opgesomde winkelketens. Zijn er nog betaalbare alternatieven die eenzelfde kwaliteit aanbieden? Zo ja, dan had ik die graag op 12 januari van je vernomen….. Volgende keer kom je toch wel weer, hè?
Mien · 14 december 2013 op 00:54
Misschien een Gontsjarovje proberen.
Lijkt me een mooie uitdaging.
Verras ons.
Pierken · 14 december 2013 op 17:09
Een beetje de hele dag op m’n nest liggen en daar een verhaal over schrijven, Mien? Ach, waarom ook niet.
SIMBA · 14 december 2013 op 11:55
Jeetje wat een oneerbaar voorstel Pierken…… :-/
Pierken · 14 december 2013 op 17:10
Oneerbaar, Simba? Wanneer je één zin volplempt met woordleed, dan bied ik je hierbij belangeloos mijn hulp aan. Ik kan m’n potlood ook thuislaten als je zelf een potlodendoos hebt?
SIMBA · 16 december 2013 op 13:03
LOL 😀
arta · 19 december 2013 op 12:18
Whaha, jouw biografie is echt hilarisch!
(De columnis ook leuk, maar dat terzijde ;-))