Oma werd dement. Na een aantal keer vermist te zijn geweest werd het te gevaarlijk. Vooral omdat ze zich door een slot op de deur niet liet belemmeren om te vertrekken. Er werd een passend tehuis voor haar uitgezocht. Een dag voor vertrek werd het aan haar meegedeeld.

Prompt lag ze ziek in bed. Dan kon ze toch niet weg? De buurvrouw kwam even langs om afscheid te nemen. Maar oma was er niet benieuwd naar. “Ik spring wel in de sloot. Zijn ze van mij af.” Ze vond het zelf een goed idee. De buurvrouw was de jongste niet meer. Ze was een streng gelovig katholiek. Haar mond viel open van ontzetting over deze duivelse opmerking. Dat kon toch zeker niet, zo kwam ze in de hel!  Maar oma trok zich van God noch hel iets aan en bleef in bed liggen, broedend op een ontsnappingsplan.

De volgende dag werd ze afgevoerd naar een tehuis. Ze kwam terecht op de eerste verdieping, waar een goed werkend slot op de deur zat. Haar kamer moest ze delen met een invalide dame in een rolstoel, die met haar kin op de borst kwijlend de hele dag wat verlaten in een hoek stond.

Oma had niet veel op met het tehuis of het verplegend personeel. En de patiënten maakten haar boos en bang. Ze wilde nog altijd weg. Met eten en drinken hield ze alvast op, voor het geval alle andere snellere ontsnappingsmethoden zouden falen.

Met een leeg damestasje onder de arm geklemd zat ze vanuit haar stoel afkeurend toe te kijken hoe een meelijwekkend figuurtje schreeuwde om haar mama. “Die is gek,” zei ze wijzend op het arme vrouwtje. “Dat zijn ze allemaal”, en ze trok haar handtasje steviger tegen zich aan. “Kun jij me niet meenemen? “Siste ze me toe. “Ik ben op de fiets,” loog ik. Het liegen haalde niet veel uit. “Dan ga ik toch achterop?” Antwoordde ze. “En daarna neem ik een mes. Je hoeft verder niks te doen. “

Ik wist niet wat te zeggen, toen gelukkig de verpleegster arriveerde. “Nou mevrouw,”  zei die met een gemaakte lach. “Ik kom zo meteen met het eten binnen. Eet u mee? Anders moet u weer vast. En dat willen we niet. Nee toch?” Oma reageerde niet. “Chagrijn,” mompelde ze voor mij alleen slechts hoorbaar. De verpleegster nam een blad met voedsel en drinken op en trachtte mijn oma vlot te passeren.

Tot mijn verbazing stak oma haar voet uit toen de vrouw voorbij liep. Het mens viel languit voorover met de inhoud van het blad over zich heen. Lachend gaf mijn oma mij een knipoog en sprak” Ik eet vandaag zeker niet mee.”


Avatar

NicoleS

Door veel te lezen word je een betere schrijver. Joost Zwagerman was ervan overtuigd. Ik houd van lezen maar ook van schrijven. Ik ben bij column x terecht gekomen dankzij mijn lieve vader die hier jaren columns geschreven heeft. Kees Schilder is zijn naam. Ik hoop evenveel plezier te beleven aan het schrijven als hij. Favoriete schrijvers: Gerard Reve, J.J Voskuil, Maarten 't Hart, Adriaan v Dis, Arnon Grunberg, WF Hermans, Simon Vestdijk, Louis Bordewijk en Jean Plaidy. Favoriete boek: Het bittere kruid, Marga Minco.

2 reacties

Avatar

Mien · 21 april 2016 op 08:09

Het einde dichtbij in humor en ernst gevat. Licht en zwaar verteerbaar. En toch maakt het hongerig. Naar wat?

    Avatar

    NicoleS · 21 april 2016 op 08:33

    Wie weet Mien, misschien wel naar meer. Hahaha. De honger van mijn oma was haar helaas wel vergaan..

Geef een antwoord