We naderen de T-splitsing. Mijn broer en ik. De oudste bestuurt zijn brommer. Logisch is dan dat ik achterop zit. Als jongste. Mijn broeder in voor en tegenspoed brengt zijn grootste liefde, van dat moment, tot stilstand voor de stopstreep. Verstandig. In het verkeer de minste willen zijn werkt levensverlengend. Er nadert van rechts een vrachtauto. Reclame: “Melk de witte motor”. Logisch dat je dan rust in acht neemt. De bestuurder van de MAX 80 sorteert keurig voor. Opeens wordt van links een angstaanjagend geluid hoorbaar en een motor plus bestuurder zichtbaar. Motoren hebben als prettig voordeel dat ze binnen seconden vlotjes op toptempo komen Dit exemplaar komt wel heel hard vanuit een flauwe bocht binnen ons gehoor- én gezichtsveld. Geschatte snelheid nog net binnen de bebouwde kom: 120 km! In de hoogste versnelling passeert hij de aan de rijweg gelegen begraafplaats. De symboliek ontgaat ons. Nog wel. Met het projectiel in ieders vizier besluit de chauffeur van de truck ook gas te geven en voor ons en de motorduivel langs de weg in te draaien.

“Dat gaat fout!”, stel ik nuchter vast. Mijn brommergenoot lijkt het met me eens te zijn. Voor ons onzichtbaar maar uiterst hoorbaar verloopt de manoeuvre inderdaad niet geheel naar wens. Gezien de snelheid van de motor is er geen houden aan. Gierende banden, piepende remmen. Met een ongelofelijke knal boren staal, rubber en bestuurder zich in de zijkant van het obstakel op de weg. Inderdaad, dat is slecht voor mens en materiaal. De man achter het stuur van de vrachtauto gaat er op volle snelheid met zijn voertuig vandoor. Vreemd!

Wij overzien het slagveld voor ons. Het verfrommelde slachtoffer ligt roerloos in een gekreukelde houding op straat. Zijn gezicht naar beneden gewend. Gelukkig maar. Helm en verminkte bestanddelen van het 2-wielige monster liggen her en der verspreid. Veel bloed op weinig asfalt. “Die is dood!”, stel ik nuchter vast. Mijn brommergenoot lijkt het opnieuw met me eens te zijn. Al met al een bizarre, lugubere aanblik. Eeuwig zonde.

Mijn beste broer en ik vormen de enige getuigen. In de snel aanwassende volksoploop geven we tekst en uitleg. Razendsnel zet iemand de achtervolging in op de ‘dader’. Wanneer die uiteindelijk ten tonele verschijnt, walmt de alcohollucht ons tegemoet. Furieus is mijn reactie. De gearriveerde politie heeft onze verklaringen nodig voor het proces-verbaal. Geëmotioneerd verhalen we over het drama dat zich voltrok. Maanden later dienen we te verschijnen voor een Officier van Justitie in Zwolle om alles nog eens uit de doeken te doen. Onze reiskosten worden ruimhartig vergoed. Dat is het probleem niet.

Weer vele weken later worden we op de plaats delict geacht uiteen te zetten hoe de tragiek heeft plaatsgevonden. De Officier en kompanen willen terecht vooral weten waar de motorrijder zich bevond toen de chauffeur optrok. Of het juridische consequenties heeft wordt ons nooit duidelijk. Ook niet of de chauffeur overgestapt is op een ander biermerk. Zelfs niet of de motorrijder een laatste rustplaats vond op de begraafplaats die hij met onmetelijke spoed passeerde. Een jaar later verhuizen mijn ouders, broer en ik naar een nieuwbouwwijk. Net om de hoek wordt nog een woning betrokken. Door de chauffeur….

Categorieën: Algemeen

Avatar

clabamsk

Liefur sodt dann saay

3 reacties

Avatar

Libelle · 28 april 2012 op 11:04

Met 140 en een snelle wheely had hij het misschien nog gered. Je verhaal maakt iets los bij me.
De vriendelijkheid van de ambulancebroeders bijvoorbeeld.

Avatar

LouisP · 28 april 2012 op 11:11

Goed geschreven. Bijna herkenbaar.
Om over na te denken, dit stukje

Avatar

pally · 28 april 2012 op 11:57

Dit vind ik heel goed geschreven. Door de afstandelijke en nuchtere manier van vertellen, komt het dubbel binnen. :wave:

groet van Pally

Geef een antwoord