En daar ligt ze op straat. Al surfend op Internet zie ik op mijn scherm in wazige kleuren deze vrouw liggen. Op de vluchtstrook van een drukke autoweg, alleen. Langsrazende auto’s, geen één stopt. En daar ligt een vrouw met een gapend gat in haar hoofd, in een akelige pose, het opdrogende bloed dat onder en naast haar ligt bewijst dat ze er toch al een tijd ligt. Ik denk dat ze een aantal botten verbrijzeld heeft. Ik denk dat ze dood is. En ze ligt daar. Voor mij een volslagen onbekende, deze vrouw. Maar misschien voor een ander een moeder, vriendin, echtgenote, juffrouw, collega, hartsvriendin. Ik zie op het computerscherm niet genoeg om te zien hoe oud deze vrouw is. Of hoe ze eruit ziet. Ik zie alleen dat ze dood is. Morsdood. En ze ligt daar.

“Mama komt zo thuis, jongens. Ik denk dat ze nog even boodschappen gaat doen. Ze blijft wel heel lang weg nu. Ik zal haar eens bellen op haar mobiel. Ze neemt niet op. Hoe kan dat? Politie? Weet niemand waar ze is? Ze had al lang thuis moeten zijn.”

Auto’s razen nog steeds voorbij. Een enkele bestuurder of passagier kijkt uit het raam, ernstig of verschrikt. Maar ze rijden door. Niet mijn pakkie-an, hoor je ze denken. Een hond komt langs, snuffelt aan de vrouw en gaat ernaast liggen. Het gezicht van de vrouw moet er nu grauw uitzien, en schreeuwt om aandacht. Schreeuwen zonder geluid. En ze ligt daar.

“Dadelijk komt ze. Eindelijk. De hele week naar verlangt. Alles is perfect, kaarsjes branden. Wordt een heerlijke avond. Waar blijft ze? Is ze onderweg? Waarom komt ze niet? Ik kan haar niet bereiken.”

Het wordt al donker. En koud. Als in de avond de eerste politieauto stopt, is de vrouw zo koud en stijf dat ze haar met moeite in de lijkwagen kunnen leggen. Overleden na aanrijding, dader is doorgereden. Zo schrijft de agent ter plaatse het op in zijn boekje. Misschien was ze nog niet dood voordat ze aangereden werd, maar negen uur lang bloeden overleeft niemand. En zo staat het de volgende dag in de krant, samengevat in vijf regeltjes, op pagina 7 rechts onderaan, onder de advertentie van Albert Heijn; Vrouw ligt negen uur lang dood langs de snelweg.

Alle discussies over normen en waarden blijken net zo zinloos als geweld als we leven in een beschaving waarin een vrouw, een moeder, vriendin, echtgenote, juffrouw, een hartsvriendin negen uur dood langs een autoweg kan liggen zonder dat iemand er naar omkijkt. Dit is slechts één persoon, waar ik me druk om lijk te maken. Denk groter.

But nobody cares. Mensen denken niet meer aan anderen. Ze zijn iets te veel met iemand anders bezig: zichzelf. Ik weet niet hoe het vroeger ging en ik kan er ook niets aan verbeteren. Ik ben ook maar een wijzende vinger. Misschien zit het gewoon in de aard van de mens, egoïsme. Maar toch denk ik aan een gedachte van Jana Beranova:
Als niemand luistert naar niemand, vallen er doden in plaats van woorden. Verdomd waar.

F. van Bergen


8 reacties

Mup · 6 november 2004 op 22:28

😥

Mup.

rrobin · 7 november 2004 op 06:40

[quote]Verdomd waar.[/quote]
Niets aan toe te voegen..

Ma3anne · 7 november 2004 op 09:33

[quote]Als niemand luistert naar niemand, vallen er doden in plaats van woorden. [/quote]

Aangrijpend.

viking · 7 november 2004 op 10:09

Tja…

Anima · 7 november 2004 op 13:42

Surreëel eng, tot wat voor een onverschilligheid wij in staat zijn.

ignatius · 7 november 2004 op 21:46

Triest verhaal. Prima column. Top. Niets aan toe te voegen.

Mar · 8 november 2004 op 10:02

Krijg er een brok van in m’n keel.

Mar

Hendriks · 3 december 2004 op 13:42

Ik lees hem pas nu, maar ik zou hem zowat in moeten lijsten!!! sterker nog. Met alle crediet die erbij hoort, wordt dit verplichte kost als ik voor de klas sta!

Geef een antwoord