Dit jaar heeft hij ook vuurwerk afgestoken. Net als al die grote jongens uit de straat. Die jongens verzamelden vuurwerkfolders en daarin zaten ze dan uren te kijken en te vergelijken. Ze hadden er ook een paar voor hem meegebracht. Hij kreeg er zelfs drie. Eentje om al dat moois uit te knippen, eentje om aldoor in te kijken, en eentje om te bewaren. Het kostte wel veel geld, dat vuurwerk en hij krijgt maar 50 eurocent zakgeld per week. Maar in de jaszak van zijn moeder vond hij een euro en onder in de wasmand lagen ook nog wat muntjes. Precies genoeg voor een groot pak sterretjes. En al dat geld had hij aan de buurjongens gegeven. En die kochten dat dikke pak met sterretjes voor hem.

Eigenlijk mocht hij geen vuurwerk van zijn vader en moeder. Vuurwerk is voor duivelskinderen vinden ze. Dan word je door God gestraft. Maar daar gelooft hij niks van. Die jongens uit de straat verjagen al jaren duivels met hun vuurwerk, en ze lopen nog steeds vrolijk rond. Toch was hij een beetje bang. Tenslotte had hij geld van zijn moeder gepikt en dat was wel heel erg zondig. Voor hetzelfde geld was hij terplekke doodgevallen.

Eindelijk was het oudejaarsavond. Oud en nieuw werd bij hem thuis nooit gevierd.
Hij denkt dat zijn vader en moeder elkaar om twaalf uur zelfs geen kusje geven. Ze zeggen altijd dat elke nieuwe dag een geschenk is. Zoals gewoonlijk moest hij vroeg naar bed, om acht uur al. Hij protesteerde niet en deed net alsof hij moe was. Dit keer draaide zijn vader de slaapkamerdeur niet op slot, dat was een gelukkie. De cijfers van zijn wekker versprongen akelig langzaam en hij doodde de tijd met het natellen van zijn duivelse schat. Tientallen keren controleerde hij aan welke kant hij de sterretjes aan moest steken. Het leek een eeuwigheid te duren maar eindelijk werd het vijf voor twaalf. En toen was hij zachtjes naar beneden geglipt. Op handen en voeten was hij naar de kamerdeur gekropen. Stiekem gluurde hij door de lichtbruine ruitjes de huiskamer is. Net wat hij dacht. Zijn vader was verdiept in Het Boek en zijn moeder zat te knikkebollen. Met het pak sterretjes onder zijn arm, en een doos lucifers in zijn hand,sloop hij naar de buitendeur.

Met een zacht klikje sprong de deur open. Het was koud buiten. Uit zijn mond kwamen rookwolkjes en de wind speelde met zijn pyjamaatje. Maar hij voelde het niet. De kerkklok sloeg zijn eerste slag. Het kleine blonde jongetje wurmde zijn eerste sterretje uit het pakje. Precies na de twaalfde slag verlichtte zijn sterretje, met zilvergouden stralen en een zacht gesis, de donkere nacht. Nog voordat het gedonder van de grote jongens was begonnen, verwelkomde hij het jaar 2003. Met zijn sterrentoverstafjes had hij alle kwade duiveltjes verjaagd.
Als eerste.

Categorieën: Maatschappij

0 reacties

Prlwytskovsky · 7 november 2009 op 16:26

Ik zit vóór de monitor, en niet er achter. 😉

Mien · 20 november 2009 op 08:33

@Prlwy:
Volgens mij zit jij er ook wel eens bovenop 😆

sidneydb · 4 december 2009 op 18:48

ik hoop het niet voor de monitor…

Jannette · 6 januari 2010 op 16:23

In de kast, voor de kast, uit de kast.
De zogehete kastwoorden worden soms echt te serieus opgevat! 😉

axelle · 21 januari 2010 op 19:37

Kun je dan nog wel iets zien? Of is het het beeldscherm dat naar JOU kijkt?
HahAxelle

Geef een reactie