De koffiekan hadden we niet meegenomen naar Tilburg. Een fanatieke Heerenveen-supporter verafschuwt mensen die een dergelijk attribuut meenemen naar een voetbalstadion, zo dachten we. Op zich een terechte conclusie, ware het niet dat er binnen de gelederen van fantieke Heerenveen-supporters een geheel nieuwe stroming is ontstaan. Een stroming die zich niet gemakkelijk laat omschrijven en die tot nog toe niet door de buitenwacht is ontdekt. De nieuwe hardcore-Heerenveen-aanhanger reist naar uitwedstrijden, voorzien van een Bôlepûdsje (boterhamzakje). Sommigen maken het extra bont door een appel mee te nemen. Vol bravoure begeleiden ze de spelers tijdens de warming-up. Ze zingen de helden in het blauw-wit-rood één voor één toe. De spelers wuiven terug, om aan te geven dat ze begrepen hebben dat hun trouwste aanhangers weer present zijn. De trouwe aanhang juicht en klapt, blij dat de spelers beseffen voor wie ze het eigenlijk doen. Het meest opvallend aan de nieuwe harde kern is echter de enorme flexibiliteit en het vermogen om zich aan te passen aan het spelpeil van de Trots van het Noorden. De literaire kwaliteit van de gezongen teksten holt zienderogen achteruit, zodra het spelpeil van de Friese formatie naar een bedroevend niveau zakt. Dat is na ongeveer 2 minuten, als Hadouir Willem II naar een 1-0 voorsprong countert. Het repertoire van voortvarende, aanmoedigende en optimistische teksten verdwijnt onder de stoel. Enthousiast raadt de aanhang Foppe de Haan aan om de rest van zijn dagen te slijten achter de zelfgekweekte geraniums van Geke of om anders eens een kijkje te nemen bij het Arbeidsbureau (CW-Wie?). Echte kenners hebben rechterspits Selakovic in de eerste 2 minuten van de wedstrijd zo snel ouder zien worden dat ze hem hooguit een plaatsje links op de eerste de beste wachtlijst gunnen: “Sella doet ook mee, olé, olé!” Berucht is inmiddels ook het vermogen om conflicten binnen de nieuwe supportersgroep in een ommezien op te lossen. De onenigheid die we zagen en hoorden bij een 1-0 achterstand (“Steun je club nou eens!”) maakte razendsnel plaats voor eensgezindheid toen de 2-0 op het scorebord verscheen. Alle Bôlepûdsjes (met appel!) snelden met de haastig losgeknoopte spandoeken richting gracht om zich daar een half uur voor het einde van de wedstrijd bij een nederlaag neer te leggen. De stewards, onbekend met deze vorm van verdrietverwerking, keken toe en lachten minzaam. Weer wat nieuws!

In de wandelgangen circuleert inmiddels het hardnekkige gerucht dat er na de verbouwing van het stadion een speciaal vak voor de ultra-fanatieke Bôlepûdsjes (met appel!) wordt ingericht. Het vak bevindt zich op de onderste ring en krijgt een extra brede trap, zodat de Bôlepûdsjes (met appel!) nog sneller in de gracht kunnen verdwijnen. De reling van de tribune is zo gemaakt, dat eventuele spandoeken met klitteband kunnen worden opgehangen. Niet alleen omdat dat gemakkelijk is bij het ophangen ervan, maar meer omdat het reuze handig is bij het losmaken van de doeken bij de eerste de beste kleine tegenslag. Het is een vak met een geheel eigen sfeer en een eigen identiteit. Terwijl op bijna twintigduizend stoeltjes in het prachtig verbouwde stadion de blauw-wit-rode vlaggetjes klaar liggen, zullen we in het vak voor de echte fanatiekelingen iets heel anders zien. Op de stoeltjes in dat vak zien we een glaasje melk (goed voor elk), kuipjes boter (voor op het hoofd) en de liturgie voor de komende wedstrijd. Wie goed kijkt, ziet dat het een liturgie in twee delen is. Eén in het geval van voorsprong (“Wij zijn de super-super-Friezen”) en één voor het geval de tegenstander een doelpunt maakt (“Foppe rot op!”). In de kiosk in de gracht verkopen sympathieke Friese dames allerlei soorten beleg: hagelslag in diverse kleuren (melk en puur), Mika-pindakaas, boterhamworst (met een clowntje erop) en Foppe-bebogeen.

Niemand binnen de club wil het gerucht bevestigen of ontkennen. Foppe de Haan geeft wel aan dat hij blij is dat de trouwe supporters actief meedenken over het vervolg van zijn carrière. “Mar fierder wol ik der neat oer kwyt, dan moet ik earst mei Geke oerlizze”, zegt Foppe. “Boppedat ha ik pine yn’e holle en moat ik noch bânplakke”. Gerald Sibon zegt namens de spelers dat hij de Bôlepûdsjes (met appel!) dankbaar is voor het signaal dat ze afgaven tijdens de wedstrijd in Roosendaal: “We hadden namelijk helemaal niet door dat het zo slecht was. We vonden dat het best heel goed ging. Gelukkig hebben de supporters ons nu duidelijk gemaakt dat dat niet zo was en dat ze altijd achter ons blijven staan, ook al zien we ze niet.” Een woordvoerder van een niet nader te noemen hagelslagfabrikant heeft al aangegeven de nieuwe supportersclub te willen sponsoren. “We denken op die manier een heleboel publiciteit te krijgen, dat hebben we in Tilburg al gemerkt”, zegt woordvoerder De Ruyter. “Die supporters veroveren voor ons heel Nederland met de slogan ‘Laat je Venz maar in de steek’. Wedden?”.

Ps. “overeenkomsten met bestaande personen berusten niet op toeval”

Categorieën: Sport

8 reacties

archangel · 21 januari 2004 op 13:33

Heerlijk verhaaltje 🙂 En los daarvan heb ik sowieso een zwak voor mensen die veel taalgevoel hebben, hetgeen bij jou duidelijk het geval is. Dus: (hulde)²!

Michaël

Mosje · 21 januari 2004 op 13:59

En niet alleen voedselfabrikanten zullen in hun buidel tasten.
De dikke Van Dale wordt sponsor van supporteruitingen die nog niet in het woordenboek voorkomen, en een niet nader te noemen columniste wordt hoofdsponsor van de supporteryell:
“krijg tog allemaal de pleuro”.

Gaaf verhaal!

Maurits · 22 januari 2004 op 01:47

Duidelijk je beste bijdrage tot nu toe. Een echte column! Lekker verder schrijven op deze manier.

viking · 22 januari 2004 op 09:59

Ik heb nog steeds een hekel aan sport, voetbal in het bijzonder maar jouw columns hebben de zelfde uitwerking als de combinatie ‘sport’ en Dione de Graaf… lekker! 😀

Kees Schilder · 22 januari 2004 op 13:26

Ook ik begrijp niets van sport.Heb er ook niets mee.En al helemaal niet met zinloos geweldsporten
als voetbal.Maar schrijven kun je.

Mup · 22 januari 2004 op 16:41

Als je een anti-voetballiefhebber met je verhalen, ben je goed bezig.

Goed bezig dus,

Mup.

pepe · 22 januari 2004 op 17:42

Hoewel ik net als anderen hier geen voetballiefhebber ben, lees ik graag jouw stukjes!

Kan je ze niet voordragen voor de wedstrijden, op de stip!! Misschien dat ik dan toch kan genieten van een voetbalwedstrijd 😉

pleuro · 22 januari 2004 op 21:04

Ik moet jullie eerlijk bekennen dat ik zelf ooit Mrs. anti voetbal zelf was. Tot je eens meegesleept wordt onder het mom… “je moet het eens in een echt stadion meemaken!” “Proef die sfeer!” en nog meer van dat blabla.. en ze hebben gelijk gehad! En nu weet IK zelfs het verschil tussen een hoekschop en een corner 😀

Geef een antwoord