Wathadjepatatje woont boven op een berg. Hij woont daar al heel lang samen met een damesfiets. Door de jaren heen is de verstandhouding tussen zijn fiets en hem verzand, maar ze laten elkaar daar niks van merken. ‘Goedemorgen fiets’, probeert hij iedere ochtend. Maar zijn fiets zwijgt sinds jaar en dag, keer op keer. Zijn fiets is een beetje timide waardoor er gaandeweg een ongemakkelijke sfeer op de berg is ontstaan. Voor de vorm plukt de jongeman na het ontwaken aan de bel van zijn vriendinnetje. ‘Ting!’, zegt zijn fiets dan. ‘Ja, duh…, ting’, antwoordt Wathadjepatatje dan verveeld. Oh, oh, oh, wat zou hij graag hebben dat zijn fiets een fatsoenlijk gesprek met hem zou kunnen voeren. Hij heeft immers, net als iedereen, ook dingen die hij wil delen.

Eén keer per jaar, op de verjaardag van zijn zoon, komt de vader van Wathadjepatatje op bezoek. Hij heeft dan altijd taart bij zich. Dat is een welkome afwisseling voor de feestneus, want normaliter eet hij berggeit. Op zich zijn die prima weg te knagen, maar het vangen, slachten en bereiden van zo’n dier is nog een heel karwei. Met name aan het slachtprocedé kan hij maar niet wennen. Wathadjepatatje is een dierenvriend pur sang. Het één keer in de drie dagen inslaan van een geitenschedel met een schep staat hem nog steeds tegen.

Zijn moeder stuurt hem op zijn verjaardag altijd een kaart. Een kaart die nooit aankomt, maar dat weten ze niet van elkaar. Haar laatste boodschap voor haar zoon luidde: ‘Hallo Wathadje. Gefeliciteerd. Ik zou graag zien dat je vandaag voor je verjaardag een ons kaas eet’.

Op 25 augustus (ja, Wathadje is maagd) arriveert zijn vader voor het vijfde achtereenvolgende jaar boven aan de berg. Hij is wederom buiten adem. Na een korte verwelkoming komt hij dit keer snel to the point bij zijn zoon. ‘Wij moeten eens praten, jongen’, zegt hij. ‘Jouw moeder en ik vragen ons af of jij wel gelukkig bent. Volgens mij ben je dat niet’.

‘Volgens jou? Volgens jou?’ Antwoordt Wathadhadjepatatje geïrriteerd. ‘Natuurlijk ben ik gelukkig. Dit is mijn thuis, vader. Ik zou toch niet kunnen aarden tussen al die mensen in het dal. Dan maar samenleven met een fiets die niet praat als gezelschap. Dat is ook niks, maar ga jij maar eens een alternatief voor mij verzinnen. Daarop zeg ik altijd nee! Dat weet je toch, want ik lijk teveel op jou’.

Ja, dat begrijpt zijn vader wel en het verdere verloop van de ontvangst kantelt van ongemakkelijkheid naar meer gemoedelijk. ‘En stel dat jouw fiets ook nog eens zou kunnen spreken?’ Vraagt de vader enigszins opgetogen.

‘Een fiets die zou kunnen praten, vader? En dan vragen jij en mama zich af of ik wel gelukkig ben? Stam ik van debielen af?! Hoe durf je zoiets voor mogelijk te stellen? Zijn jullie eigenlijk wel gelukkig?’

‘Willen jij en jouw fiets een stukje taart?’ stelt de vader al wijzend naar de doos voor, de vragen van zijn zoon ontwijkend. ‘Je moeder heeft ‘m gebakken’.
‘Oh, ja hoor. Kan die taart ook praten?’ Vraagt Wathadje aan zijn vader. ‘Nou inmiddels misschien wel’, grapt zijn vader. ‘Ze heeft ‘m twee weken geleden gebakken’.

‘Mamma en ik hebben nog eens nagedacht over het midden’, zegt de vader tijdens het snijden van de taart. ‘Oh, het midden’. Antwoordt Wathadje. ‘Ja, het midden!’ Vervolgt Wathadjepatatjes vader bits. ‘We hebben drie zekerheden in het leven. Er is niets, iets en alles. En bij dat iets in het midden, daar gebeurt het. Maar ook over de miscommunicatie tussen jou en de fiets hebben jouw moeder en ik het gehad. Dat was een lastige. Jouw fiets en jij ervaren het midden verschillend’.

Wathadje schudt moedeloos zijn hoofd en zucht diep. ‘Ik heb geen zin om weer die kansloze filosofieën van jou te moeten aanhoren, vader. Een fiets is een fiets. Basta. Ik ga jou toch ook niet voorhouden dat mamma een fiets is? Als je mij en mijn fiets nu weer gaat situeren in een sociale verstandhouding, dan ga ik daar dit jaar niet op in, hoor. En waarom begin je überhaupt altijd over het midden? Je legt iemand boven op een berg toch niet uit wat het midden is? Bovenaan sta je altijd in het midden, anders lazer je er van af. Toch? Daarom woon ik op een berg met een fiets die inderdaad niet kan spreken. Nee. Het zou alleen maar een wedstrijdje worden als zij kon praten. De top van deze berg zou te klein zijn voor ons tweeën’.

Ja, dat begrijpt zijn vader dan weer niet en het verdere verloop van de ontvangst kantelt van gemoedelijk naar meer ongemakkelijk.

‘Waarom reageer je eigenlijk nooit op jouw moeders verjaardagskaarten?’

‘Welke verjaardagskaarten?’, vraagt Wathadjepatatje. Misschien is het maar beter dat hij haar laatste niet gelezen heeft.

————————

Deel 2 is bij nader inzien komen te vervallen.

 

Categorieën: Vervolg verhalen

18 reacties

Libelle · 8 juli 2013 op 07:46

Lang zo slecht nog niet.
Op een oude fiets moet je het leren en voor je het weet wordt het routine. Had hij toch niet een buurvrouwtje? Een keer in de drie dagen een geit? Op zoveel shoarma komen die af hoor.

    Pierken · 8 juli 2013 op 19:02

    Eén geit per drie dagen? En dan maar volhouden dat hij alleen samenwoont met zijn damesfiets. Dat zijn 120 geiten per jaar. Tis inderdaad een slecht verhaal.

SIMBA · 8 juli 2013 op 08:11

Hoe krijg je het verzonnen, hahaha mafketel! Een echt komkommertijd stukkie! En dan komt er ook nog een deel 2, wat een verwennerij!

    Pierken · 8 juli 2013 op 19:03

    Deel twee beslaat 5 pagina’s, Simba. En is niet te lezen, zo slecht. Zie laatste zin. Wellicht dat ik doorschrijf en deel 3 wel plaats. Dank voor je reactie.

      SIMBA · 9 juli 2013 op 07:21

      Laatste zin bewust “niet gezien” want ik wil meer! Kom maar op met het volgende deel, hoe je het ook gaat noemen 🙂

Spencer · 8 juli 2013 op 10:14

Een Kretenzische berggeit is een traktatie.

En als je De derde politieman van Flann O’ Brien nog nooit gelezen hebt moet je dat zeker doen. In het Nederlands alleen tweedehands verkrijgbaar.

    Pierken · 8 juli 2013 op 19:03

    Ik ben opgehouden met Googelen, Spencer ;). Evenwel bedankt voor de tip.

      Spencer · 9 juli 2013 op 08:08

      Probeer dan eens deze:

      http://www.boekwinkeltjes.nl/singleorder.php?id=112874914

        Pierken · 9 juli 2013 op 10:41

        Krijg nou een stuurstang. De schrijver was weldegelijk en zijn roman ‘De derde politieagent’ gaat idd over de filosofische benadering van een fiets. Wat gaaf dat daar een boek over is geschreven, Spencer.
        Mij staat bij dat er een tijdje geleden in Engeland een man is gearresteerd voor seksuele handelingen met een fiets. Of twee Aziaten die betrapt zijn tijdens seks met asfalt. Interessante materie.

Yfs · 8 juli 2013 op 11:41

Ik ben gek op ‘zukke’ verhalen. Wathadjepatatje… geweldig.
Wat mij betreft had de column gewoon ‘een goed slecht verhaal’ mogen heten, of ‘een goed verhaal’, of ‘een geweldig goed verhaal’ of ‘een hilarisch goed’verhaal.
Eh…het moge duidelijk zijn dat ik ‘m hartstikke leuk vind!

    Pierken · 8 juli 2013 op 19:04

    Het beste slechtste verhaal, daar doe ik het voor, Yfs. Thnx.

Ferrara · 8 juli 2013 op 12:18

Nou Pierken, dank je wel voor deze maffe column.
Ik heb al maanden een verhaal over een fiets die een muur helpt verhuizen op de plank liggen. (opdracht schrijfcursus)
Die durf ik nu na Wathadjepatatje wel te plaatsen.

    Pierken · 8 juli 2013 op 19:08

    Wat een slecht verhaal, Ferrara! Een fiets die een muur helpt verhuizen? Nou ben ik nieuwsgierig. Heeft de fiets een zitje met spanbanden? En waar gaat die muur heen? Geloofwaardig en prettig zwammen is ons wel gegeven. Dus, zwam mee en plaats ajb.

Blanchefort · 8 juli 2013 op 17:17

Geweldig verhaal. Zo lees ik die graag. :yes:

Mien · 9 juli 2013 op 08:10

Tsja, een slechte verhaal met een slechte titel.
Wat ga ik daar over zeggen?
Keigoed.
Staat als een rots.
Gaat door diepe dalen.
Maar ook over de top.
Bevat een vleugje Oliver.
Maar …
Wathadjepatatjemetcurrymayonaiseuitjespiccalilly …
Heette die niet toevallig Lance?
Deel 2 inderdaad schrappen.
Je kunt (nog) beter! 😀
Blijve schrijve … hiero 😉

Mien · 9 juli 2013 op 08:22

Een beetje Maarten B. zit er ook in?
Was ik nog even vergeten. 😉

    Pierken · 9 juli 2013 op 10:46

    Ach ja, Maarten. Ik heb zijn ‘Wilde zwanen’ nog ergens tussen m’n verzameling zweven. Bedankt voor dit compliment, Mien!

      Mien · 9 juli 2013 op 14:04

      Geen dank.
      Nu nog even Oliver toevoegen aan je verzameling.
      Bij voorkeur de man die zijn vrouw voor een hoed hield.
      Een echte aanrader. 😉

Geef een reactie

Avatar plaatshouder