Voorafgaand: Op de begrafenis van oom Wilbert krijg ik een schrijven in handen van onze ambassade in Brazilië. Een verongelukte verre neef zou nog in leven kunnen zijn. Met de vagebond César ga ik op zoek naar deze Richard, in de jungle van Mato Grosso. Daar vinden we hem bij een Indianenstam, volledig geïntegreerd en met partner, gezond en wel. ’s Nachts droomt Richard over de vliegtuigcrash en zijn moeder. Met Richard, Mitaya en César reis ik terug naar de ‘geciviliseerde’ wereld. Onderweg maken we een tussenstop om brandstof en voorraad in te slaan.

De zatlap die tegen mij opbotst herken ik; het is een van de kerels die eerder de ongelukkige valsspeler hebben gemolesteerd. Ik verontschuldig mij, maar de vent gaat me daar ineens door het lint! Niet normaal. Drugs, vermoed ik. Zonder pardon slaat de malloot mij gelijk vol op mijn bek en nu moet ik wel in actie komen. En dan: In no time verandert het dranklokaal met inpandig gajes in een compleet gekkenhuis. Krukken vliegen door de lucht en overal om mij heen klinkt gerinkel van glaswerk dat aan diggelen wordt geslagen. Zoiets zag je vroeger standaard in westerns, of films met Bud Spencer en Terence Hill. Het lijkt wel of iedereen met iedereen vecht. Het lukt mij om me van de zuipschuit te ontdoen. Het is chaos alom. Naast mij zie ik hoe een gast vakkundig een nekklem aanlegt bij diens directe buurman en vervolgens zijn vuist tot bloedens toe stuk slaan op diens kale hersenpan. Amai! César, die al naar mij onderweg was, komt door de ontstane reuring extra gemotiveerd het stamineeke binnengestormd, maar krijgt meteen de volle laag. Om zich heen schoppend en slaand weet hij zich toch, met gehavend gezicht weliswaar, naar mij toe te werken. ‘Kom op capitanõ, wegwezen hier,’ snauwt hij mij toe. Als op bevel krijg ik een geweldige optater van iemand die, grote kans, tot het vaste clientèlebestand behoort. Door de klap vlieg ik als een ongeleid projectiel door een raam naar buiten. César volgt subiet via dezelfde weg. We krabbelen overeind en rennen lachend naar de jeep. Bizar! Richard en Mitaya hebben vanzelfsprekend de trammelant, waarin wij verzeild zijn geraakt, meegekregen en volgen ons op de voet. Bijna gelijktijdig springen we alle vier in de jeep, César start de machine en scheurt als een gek weg, wég van hier.

‘Hier kom ik dus echt nóóit meer terug,’ garandeer ik mijn medepassagiers. In de achteruitkijkspiegel zie ik de zatlap, die het startsein voor de kloppartij gaf, op de veranda voor het café staan. Hij zwaait met een pistool en schiet daarmee in de lucht. Iemand achter hem probeert hem het wapen afhandig te maken en stompt hem in de rug. De maniak valt voorover en een knal weerklinkt, het pistool gaat nogmaals af. Instinctief buk ik. Als ik vervolgens weer omkijk, zie ik hoe Mitaya zich over Richard buigt, op de achterbank.

Ze kijkt mij aan, het ziet er helemaal niet goed uit. Zodra we uit het zicht zijn geraakt van de losgeslagen bende achter ons, stopt César de wagen. Richard beweegt niet meer. De jongeman heeft domme pech gehad, geraakt door een verdwaalde kogel van de dolle mafkees met zijn pistool. Erger nog, het is over en uit voor Richard! Mijn achterachterneef overlijdt in de armen van zijn geliefde Mitaya. César en ik kijken verslagen toe. Na enige tijd overleggen we wat te doen. Terugkeren is geen optie, geeft César aan. ‘Dat is echt vragen om nóg meer moeilijkheden.’ We kijken Mitaya aan, zij is ontroostbaar. We zoeken een plek om te overnachten en waken om de beurt bij het levenloze lichaam van de onfortuinlijke Richard.

Wordt vervolgd

 

 


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

0 reacties

Geef een reactie