Er was eens een heel klein jongetje dat luisterde naar de naam Erwaseens. Erwaseens leefde in een donker bos ver weg in een land dat nog nooit beschenen was door de zon. Het land heette Verdonkermaan en lag verscholen achter een oceaan die nooit bij naam genoemd wilde worden. Waarom kon niemand vertellen. Zelfs de schrijver van dit sprookje niet.
Erwaseens had twee lieve ouders. Zij heetten Was en Er. Het waren lieve ouders. Ze trokken zich niets aan van de donkerte waarin ze leefden. Het was geen pretje om in Verdonkermaan te leven. En zeker niet achter een oceaan met onuitgesproken naam. Ooit hadden ze zich er nog kwaad om gemaakt. Het lot, hè. Maar al snel begrepen ze dat ze daar niet veel mee konden. En al helemaal niet veranderen, dat lot. Wat hun restte was liefheid. En daar blonken ze al snel in uit. Liefheid in donkerte.
De ouders van Erwaseens waren dolgelukkig toen hun kleine spruit ter aarde kwam. Ter aarde kwam? Ja, ter aarde kwam. Plots stond ie voor hun neus. Was en Er snapten er niets van. Ze hadden ooit geleerd van hun ouders dat kinderen normaal gesproken uit een buik komen, na pakweg negen maanden en na wat moeilijk gedoe. Iets met biologisch, logisch. Enfin, erg ingewikkeld allemaal.
Maar niet met deze kleine jongen. Daar was niks ingewikkelds aan. Die stond ineens voor hun neus. Zonder luiers, naakt. Het maffe was dat ie ook al meteen kon praten. En nog netjes ook. Hij sprak zijn ouders met meerdere woorden aan: “Hoi pa en ma, ik ben jullie nieuwe kindje, hebben jullie misschien een naam voor mij? Dan kan ik me even aan jullie voorstellen.”
De ouders waren compleet van hun à propos. Al jaren probeerden ze een kindje te krijgen. Op een conventionele manier. Talrijk waren hun penetreersessies geweest, maar telkens zonder resultaat. Bijna hadden ze de moed opgegeven. En daar, daar stond die dan. Zo maar uit het niets. Zo maar uit de klei getrokken. Met twee kleine platvoeten op moedertje aarde. Er hing zowaar nog wat gele modder aan zijn oren. Wat een puik en koddig ventje.
Ze hoefden er niets meer aan te doen. Hij was een kant en klaar kindje. De poep en plas bindingsfase had de kersverse bambino al achter de rug. Gelukkig maar. Was en Er hielden niet van binding. Daar kon je immers alleen maar van uit elkaar gaan. Bindingsangst kon je beter niet hebben in een land dat nooit beschenen werd door de zon.
Was en Er waren het er samen meteen over eens en besloten de kleine Erwaseens te noemen. Dat vonden ze wel passen bij de situatie. Heel even twijfelden ze nog even over Erwasineens in plaats van Erwaseens. Maar die naam bestond uit te veel lettergrepen. En als ze ergens een hekel aan hadden, dan waren het woorden met veel lettergrepen.
Erwaseens was er blij mee. Hij vroeg zich alleen af waarom zijn ouders ‘eens’ hadden toegevoegd aan zijn naam. ‘Er’ en ‘was’, dat kon hij nog volgen, dat was een samenstelling van de namen van zijn ouders. Maar ‘eens’ daar snapte Erwaseens niets van. Hoe langer hij er over nadacht hoe minder hij er van begreep. Hij was er toch niet eens maar altijd? Eigenlijk had hij Erisaltijd moeten heten. Of wilden zijn ouders hem misschien nog ooit wegdoen? Dat kon hij zich niet voorstellen. Maar hij durfde het ook niet te vragen. Stel je voor? Nog maar net op aarde besteld en dan alweer ter aarde besteld worden. Niks daarvan. Dat ging niet gebeuren. Dat was de sprookjesgoden verzoeken.
Erwaseens had het koud. Naakt als ie was. Hij beefde als een rietje. Het vader en moeder instinct werkte onmiddellijk bij Er en Was. In het bos zochten ze gepaste kledij. In het bos? Ja, in het bos. Bij gebrek aan Zeeman, Hema en V&D. Maar eerst kreeg Erwaseens een flinke wasbeurt. Vooral achter zijn oren. Die zaten nog steeds vol gele modder. Wat een smurrie. Bah. Er waste Erwaseens flink de oren. En Was keek toe. Met een brede smile. Was was apetrots. Diezelfde avond nog trakteerde hij zich op een dikke sigaar.
De komst van Erwaseens loste heel veel problemen op. Was en Er waren nu verzekerd van een zorgeloze oude dag. Ze wisten zeker dat Erwaseens hen later in huis zou nemen, zonder pardon. Want zo ging dat in Verdonkermaan. En dat zou gebeuren zonder korting op huurtoeslag en andere flauwekul. Het mocht dan wel donker zijn in Verdonkermaan, van één ding bleef iedereen af. Van verworven toeslagen. Eenmaal toegekend werden deze streng bewaakt door de oceaan die nooit bij naam genoemd wilde worden. Die oceaan was conform de totale mensheid van onbesproken gedrag. En dat moest zo blijven. Voor de eeuwigheid.
Erwaseens stond nog steeds te bibberen. Moeder Er vlocht van vingerplanten uit het bos een prachtig maatkostuum voor Erwaseens. Die had het sindsdien nooit meer koud. Vader Was haalde zijn eigen oude trouwschoenen uit de schoenendoos en zette ze stevig in de was. Erwaseens vond dat geweldig. De schoenen niet. Die glommen zo hard dat ze van schaamte bijna uit zichzelf wegliepen. Gelukkig wist Erwaseens dat nog net op tijd te voorkomen. Met zijn kleine platvoeten trapte hij op hun grote neus. Daarmee voorkwam hij de vlucht van de schoenen uit Verdonkermaan. Hij deed ze aan en nooit meer uit.
Vele jaren later trouwde Erwaseens met een mooie prinses die nog nooit gekust was. Ze smaakte naar appel en naar eeuwenoude rozen. Het was een vreemdsoortige smaaksensatie. Maar allez, wie maalt daar nu om? Het mooie prinsesje heette Lola. Lola Langgelukkig. Was en Er dachten bij de trouwerij nog heel even: O la la, als dat maar goed komt met hun Erwaseens en Langgelukkig. Zij hadden zelf veel te lang moeten wachten op hun geluk, de komst van Erwaseens. Maar ze wisten als geen ander, geluk viel niet te tarten. Dus lieten ze de gedachte snel los.
Op een grote roze olifant liep het pasgetrouwde stel het sprookje uit. Een mooie toekomst tegemoet. Maar uiteraard niet voordat alle trouwtaart op was. Zo eindigde een mooie dag in Verdonkermaan. En heel, heel eventjes leek het erop dat een mager zonnetje zich liet zien. Helaas gold dat alleen voor diegenen die in sprookjes geloven. De oceaan van onbesproken gedrag wist wel beter. Die plengde dikke tranen en stroomde stiekem over van geluk.

10 reacties
troubadour · 16 mei 2014 op 07:16
Volgens mij is het Harrie en hij heeft het geschreven nadat hij thuis kwam van een lang bezoek bij Mien.
Mien · 16 mei 2014 op 07:22
Ha, ha, die Troub. Gelooft in sprookjes. Wie had dat gedacht? 😉
g.van stipdonk · 16 mei 2014 op 09:43
En ik ga voor Mien zelf, zonder Harrie.
Pierken · 16 mei 2014 op 17:09
Tot nu toe heeft Gerard ‘iedereen’ goed geraden 😉 (denk ik), dus ik volg hem in dezen blind. Mienke dus.
Over het sprookje: Ik werd teveel afgeleid door het spelen met de namen om in het verhaal te komen. Een aantal elementen, zoals de autonome oceaan of het kind dat er (in)eens was, vind ik wel sterk gevonden :yes:
Sagita · 16 mei 2014 op 19:13
Ik ben een beetje reageer moe, maar dit sprookje kan ik niet links laten liggen. Indrukwekkend! Ja ik dacht heel even vanwege het spel met taal aan Mien, maar hij/zij die dit geschreven heeft sloeg niet op hol door wild te gaan associëren. Integendeel het verhaal wordt tot het einde toe gevoelig uitgewerkt met knappe vondsten (zie Pierken). Heel even dacht ik nog aan Troub ( vanwege de penetraties, sorry) . Maar allengs bedacht ik me dat dit alleen door een vrouw geschreven kon zijn. Yfs ? Nachtzuster? Maar neen de op het einde gebruikte Vlaamse woordjes gaven de doorslag. Ik denk dat alleen Anders in staat is om zo’n mooi sprookje te vertellen.
groet Sa!
Anders · 17 mei 2014 op 10:45
Wat lief Sagita, bedankt.
Maar ik gok toch ook op Mien, omwille van de taalspelletjes en in alinea 11 gaat het over ‘vingerplant’ en ‘schoenendoos’. Zoals uit de ergens/nergens column en die themacolumn was het idee van Mien.
Nachtzuster · 17 mei 2014 op 23:25
In eerste instantie dacht ik ook aan Anders, maar ik bedenk mij en noem Mien. Goed verhaal overigens.
arta · 20 mei 2014 op 14:23
Mien it is… Iets ingetogener dan anders…
Mien · 21 mei 2014 op 00:36
Deze is geschreven door:
[img]http://3.bp.blogspot.com/_6ZjKLTNP98E/TAHs042g7EI/AAAAAAAABGY/d3lfuZ8wMEQ/s1600/HCAndersen.jpg[/img]
Maar dan zonder ‘en’
Mien · 1 juni 2014 op 00:20
Nee, geen Andersen zonder ‘en’ maar Mi met ‘en’.
Goed geraden door de meesten.
Dank voor de complimenten.
Nachtzus en Pier dank voor het aangeven van dit dankbare thema.
18 sprookjes leverde het op. Cool.