Een zee van crocussen strekt zich voor me uit als ik aan het eind van mijn fietstochtje in het park terecht kom. Ik leg de nadruk op tóchtje want men moet de zaken bij de start van het seizoen niet overdrijven. Er komen nog meer dagen. Bovendien berijd ik een damesfiets op leeftijd, model slagje in het voorwiel, waardoor elke omwenteling telt. Maar vandaag ben ik niet te houden, ik moet eruit. Oorspronkelijk is het plan om het buitengebied van onze stad maar weer eens te verkennen en via wat pittoreske dorpjes in de omgeving aan het eind van de middag via de westelijke nieuwbouwwijk weer op huis aan te gaan.
Een heerlijk ritje in de heldere voorjaarszon met een zwoel briesje dat ik me van vorige lentes nog meen te herinneren. Fototoestel mee voor unieke opnamen van de ontluikende natuur.

Maar eenmaal over de spoorbaan krijg ik een dermate kille wind tegen dat de frisse zin me linea recta in de schoenen zakt. Na een paar honderd meter maak ik rechtsomkeert en zet koers naar de binnenstad, waar altijd wel wat te doen is. Antiek -en curiosa marktjes, tweede hands boekenstalletjes, koopzondagen, live muziek in een oud cafe. Ik woon in een levendige studentenstad. Eenmaal aangekomen niets van dat al. Wat verdwaald toeristenspul, een enkel terrasje open, Roemeense straatmuzikanten en verder alles dicht.

Ik snap dat niet, dan ben je, zeg maar, voorzitter van de winkeliersvereniging en je hoort dagen vantevoren die lente aankomen. Wat doe je dan? Verplichte opening voor álle leden zou ik zeggen, spoedbraderie, je trommelt ze allemaal op; mandvlechters, spinners, pottenbakkers en klompenmakers, podium, DJ, wat oud Hollands Poepsteken en ‘n rommelmarktje. Is toch binnen een dag geregeld zou ik zeggen.
Maar nee hoor, een uitgestorven centrum. Zo komt die economie er nooit meer bovenop.
Op de terugweg dus even het park ingefietst. Bij de vijver neergestreken op een bankje in de zon. Kinderen die eendjes voeren zijn van alle tijden. En tegenwoordig komen daar allerhande fotografen op af.Met rugzakken vol fotospul en veel te lange telelenzen.

Ik zie haar langslopen, knielen, speuren en afdrukken, een jonge vrouw in een broek met duizend zakken. Voor alle hulpstukken, denk ik.
Ze passeert mijn bankje, kijkt even opzij, loopt quasi nonchalant het pad af en blijft een meter of 30 verderop staan.
Ik weet dat ik op de foto ga, zoiets voel je. En ja hoor, vanuit mijn ooghoek zie ik hoe ze de lange toeter op mij richt.
En eerlijk is eerlijk, helemaal verrast ben ik niet. Ik vind zelf namelijk ook dat die zwarte schipperspet me prima staat. Ik zie het onderschrift al voor me :

‘Jeugdig ogende senior geniet van eerste lentedag.’ Dáár wil je wel een foto van.

Maar er is ook een andere kant. Wat vind ik hier nou eigenlijk van. Het voelt toch als een licht ongewenste intimiteit. En hoe zit dat met beeldrecht enzo. Mag ze dit zomaar doen en waar is het voor. Privé genoegen of commerciele opdracht. Zal ik opstaan en er wat van zeggen, maar dan verpest ik de foto. Of blijven zitten en doen of ik niets merk.
IJdelheid en principe strijden een split second om voorrang. IJdelheid wint. Ik had niet anders verwacht.

Het valt me op dat ik intuitief mijn hoofd een halve slag draai, alsof iets aan de andere kant van het pad ineens mijn aandacht trekt.
Is dat uit ongemak of probeer ik een nóg fotogenieker houding aan te nemen. Ik ben er nog niet uit, maar vrees het ergste.

Als ik opkijk is ze, net als het lentezonnetje, om de bocht verdwenen.

Categorieën: Algemeen

5 reacties

SIMBA · 30 maart 2010 op 12:05

En waar kunnen we die foto bewonderen???

arta · 30 maart 2010 op 12:57

Aah, wat een lekker leesstukje!
🙂

Avalanche · 30 maart 2010 op 15:52

Geweldig stukje. :lach:

lisa-marie · 30 maart 2010 op 17:19

Heb ik nou nooit last van 😀

pally · 31 maart 2010 op 14:20

Lekker lentestukje, Trawant,

Groet van Pally

Geef een antwoord