“Gaat het?” vraagt de jongen geschrokken, terwijl ik moeizaam overeind krabbel, mijn schaamte verberg en naar een juiste houding zoek. Ik klop het vuil van mijn kleren en inspecteer mezelf én mijn kleding op kapotte onderdelen. Mijn knieën doen zeer, maar zijn nog heel, net als mijn handen. Mijn sleutel is van de sleutelhanger afgevlogen en is ook beschadigd uit de strijd gekomen. Mijn broek is nog heel, gelukkig. Ik kijk naar de daders. Een groepje pubers, dat een lolletje met elkaar uit haalde waar ik uiteindelijk het slachtoffer van werd. Onbedoeld, maar toch. In een poging mijn benen te beschermen voor een harde botsing met een skelter, wijk ik onverwachts uit, struikel vervolgens en maak een buikschuiver die menig groene-zeep-baan zelden over zich heen krijgt.

Nou is goed vallen een kunst op zich en duidelijk eentje die ik niet beheers. Eens in de zoveel tijd is het weer zover, dan ga ik genadeloos onderuit. Meestal voor een groot publiek. Nooit is het zo dat ik ten val kom en opkrabbel zonder dat iemand het ziet. Nee, mijn valmomenten gebeuren bij voorkeur op een vol terras, bij een puber hangplek of bij een winkel. Het moment van vallen gaat zeer snel, maar nog voor ik de grond bereik ben ik me al bewust van de zeer genante vertoning die dit gaat geven. Ik val niet gracieus, zoals sommige vrouwen. Ik vlij mij niet neder. Ik val gewoon hard, ga voluit op mijn bek zogezegd. Het eerste dat ik na mijn landing bedenk is of alles nog heel is. Geen bloed of uitstekende botjes? Mooi. Ook dit heb ik weer overleefd.

Vervolgens komt het moment waarop ik overeind moet krabbelen voor een nog steeds toekijkend publiek. Ik doe alsof ik het onderdrukte gelach niet hoor en probeer zo waardig mogelijk overeind te komen door mijn gezicht in plooi te houden en er zelfs een klein glimlachje op te toveren. Terwijl alles in mijn lijf gekneusd aanvoelt lispel ik beleefd; “Alles is nog heel, hoor, dank je”. Om me vervolgens, zo snel als ik kan uit de voeten te maken. Schaamtevol en met een beeld op mijn netvlies dat me de komende dagen blijft achtervolgen. Steeds weer wanneer ik mijn stijf geworden spieren zal voelen of mijn pijnlijke knieën me terugfluiten van al teveel lichamelijke inspanning mijnerzijds, zal ik weer zien hoe ik daar lag…als een walvis op het droge, happend naar adem, hopend dat Greenpeace me snel zal redden!

Categorieën: Algemeen

17 reacties

Dees · 29 augustus 2005 op 13:36

Owwww. pijnlijk. vrslk hrknbr.

Dat voert me terug naar de allereerste dag dat ik voor de klas moest. Ik kwam binnen, begon druk te praten, struikelde over een tas en lag languit in een klaslokaal met dertig pubers. En toen moest het schooljaar nog beginnen zeg maar.

De beste remedie is volgens mij zelf totaal de slappe lach krijgen, dat wekt altijd sympathie! 😀

Eddy Kielema · 29 augustus 2005 op 13:51

Aan de andere kant is het misschien wel beter om letterlijk te vallen in plaats van figuurlijk… 😉 Leuke column!

KawaSutra · 29 augustus 2005 op 14:28

Ik leef helemaal met je mee! 🙂

WritersBlocq · 29 augustus 2005 op 14:33

Och arme! Deze column gaat dagelijks voor mij op… 😮 😮

Geertje · 29 augustus 2005 op 15:40

Tsja, letterlijk vallen en weer opstaan. 😮
Lijkt het echte leven wel. 😀

[quote]Ik doe alsof ik het onderdrukte gelach niet hoor [/quote] Was ik niet hoor had me :laugh: :laugh: :laugh: gelachen, maar je wel de helpende hand toegestoken en desnoods naar het ziekenhuis gereden. 🙂

Met veel plezier gelezen.

KingArthur · 29 augustus 2005 op 21:54

Gelukkig overkomt mij dit echt zeer zelden. Een vervelende eigenschap van mij is dat ik op momenten dat ik dit zie gebeuren ook erg in lachen kan uitbarsten omdat het er zo heerlijk slapstickachtig uit kan zien. Dit compenseer ik echter wel door te vragen of alles nog in orde is. Ik kan me ook erg storen aan mensen die dit zien gebeuren en daar vervolgens helemaal niet op reageren.

Li · 29 augustus 2005 op 22:17

Struikelen kan ik als de beste maar ik laat me altijd opvangen 😛
Ik heb het met je te doen.
Maar eerlijk is eerlijk, het levert wel een leuke column op 😀

Li

Mosje · 29 augustus 2005 op 23:00

Heel herkennelijk. Precies drie weken geleden ben ik op mijn bek gegaan op een glibberig bospaadje waar alle bejaarden zonder mankeren passeerden. Been ernstig gekneusd. Ben er nog wel een paar weken zoet mee.
Dank dat je af en toe eens meevalt.
😛

melady · 30 augustus 2005 op 00:01

[quote]Geen bloed of uitstekende botjes?[/quote]
😀 😀

Louise · 30 augustus 2005 op 07:14

(Ik had tijdens het lezen al precies hetzelfde zinnetje gekopieerd als Melady…om te quoten dus)
Een heerlijk geschreven column over een gevallen vrouw, maar dan gelukkig letterlijk 😉

Kees Schilder · 30 augustus 2005 op 09:02

Ja, het valt allemaal niet mee. Troost je dat het ons allemaal overkomt leuk weer! 😀

Ma3anne · 30 augustus 2005 op 10:18

Een paar dagen geleden maakte ik een beauty van en schuiver. Gelukkig zonder publiek. Het gebeurde in mijn eigen huiskamer, waar ik met mijn linker grote teen in mijn rechter wijde broekspijp bleef hangen.
Het fijne was, dat ik inderdaad dat gevoel van gêne kon overslaan.
Wat ik altijd heel zielig vind, is, als oude mensen zomaar omkukelen. Mijn pa had daar een tijdje zijn hobby van gemaakt. Bleef ie als een zielig schildpadje op zijn rug op de grond liggen en kon niet meer overeind.
Maar mensen die zelf weer opstaan en zich schaamtevol uit de voeten proberen te maken, kunnen op mijn hulp en ingehouden lachbui rekenen.
Echt leuk geschreven, Champ!

Shitonya · 30 augustus 2005 op 11:31

jammer genoeg maar al te herkenbaar

Wright · 30 augustus 2005 op 12:04

Ging laatst nog ‘life’ op m’n bek, door een slordig geparkeerde kat en een iets te overhaaste run om de telefoon te pakken, tijdens een chat met een cx-dame. Gelukkig zonder webcam… 😛
Dus helaas zeer..(je weet wel)
Leuk geschreven, Champ!

Trukie · 30 augustus 2005 op 20:00

Brrrr ik voel het weer alsof het net gebeurd is.
Meesterlijk beschreven.

bert · 30 augustus 2005 op 22:08

Wouw, Champagne, wat heb je dat weer mooi op papier gezet. Het was net of ik daar op een terrasje zat en het echt meemaakte.

prikkels · 30 augustus 2005 op 23:11

Leuke en helaas pijnlijk herkenbare column. Zeer gloedvoel beschreven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder