Op het perron aangekomen plaats ik mijn tas op het stalen bankje en begeef mij naar de reisplanning van het machinistencollectief. De matgele reiswijzer vermeldt dat ik mij binnen een kwartier op de komst van hun vervoer mag verheugen. Op het plexiglas van het kader waarin het spoorboekje is gehangen heeft zich een groene, vaalgrijs gestreepte vlinder gehecht. Het kleurmotief van de vlinder oogt alsof het een pakje draagt zoals generaals die dragen ten tijde van actieve betrokkenheid aan het front. In het midden en aan de onderkant van zijn lijfje hangt een tasje van een glimmende transparante substantie. Vanuit mijn ooghoeken zie ik verderop twee mid-puberknaapjes zich bij mijn rugtas vervoegen. De grootste van de twee draagt een zwart glimmend jack met over zijn hoofd een capuchon voorzien van bont en de kleinste is gekleed in een wit trainingspak van parachutestof. Ze slissen een voor mij vreemde taal afgewisseld met verbasterd Nederlands. Ik vermoed straattaal anno 2013 te herkennen. Een grote vlok ophaalchinees ontvouwt zich vanuit het trainingspakje welke na een sierlijke boog bij de perronrand tot een klein bruisend meertje te pletter stort.

Mijzelf vooraf bewust dat deze pubers niet kunnen reageren op ABN, wijs ik naar de generaal pardonvlinder op de reisplanning, richt mij tot de kleinste van de twee pubers en vraag: ‘Entschuldigung Bube. Ich spreche deiner sprache nicht, aber hast du dieser Schmetterling aus deinem Mund erspritzt? Wenn so, dan kan ich dich erzahlen das es einer riessen Stuck ist! Wie einer Kwätchen!’ Natuurlijk lul ik hiermee wat uit de nek, maar fonetisch klinkt het als een volwaardige slotzin uit een Duitse Krimi.

Vooraf een beetje verwarring zaaien helpt wanneer je confrontatie opzoekt, leerde mijn vader mij als puber. En hij had gelijk, ook dit keer lukt dat. Het parachutespringertje heeft geen idee waar ik het over heb. Hij wordt daarnaast duidelijk zelden geconfronteerd met zinnen die zijn opgebouwd uit zoveel woorden achter elkaar. Laat staan in het Duits. Zijn antwoord begint met ‘Héy, zebie’ en eindigt met ‘disse’. Tussendoor begrijp ik echter min of meer dat de keelpuree inderdaad door hem daar was opgehangen.

Op de vraag ‘Oder er das auch zu Hause tut’, neemt een oudere man die bij de perronrand staat het van de puber over. Met; ‘Hé, Ooi!’, trekt hij mijn aandacht. Na een lange schraap poneert hij welgemikt vanuit stand een spuugje op de verst verwijderde treinrails. Trots kijkt hij mij recht in de ogen en maakt met zijn gegroefd gelaat een kort knikje. Alsof hij mij duidelijk wil maken dat alleen hij de gave bezit om rails te raken vanaf die afstand. ‘En lul maar gewoon Nederlands, jij bent geen Duitser’, licht hij zijn prestatie toe. De sfeer op het station wordt grimmiger.

Terwijl ik eieren voor mijn geld kies en mijn rugtas pak, stroomt het perron niet veel later in no time vol met scholierachtigen. De vijftiger dirigeert de jongen in het trainingspak op het perronbankje en klimt er zelf naast. Even denk ik dat ze zich tegen mij gaan richten, maar de actie heeft een ander doel. Op zijn hardst galmt de vijftiger de groep rappertjes in het gareel. Terwijl het trainingspakje zijn mobieltje richt op de groep uitgelijnde jongens, schreeuwt de oudere man: ‘Hé, Ooi, Harlem milkshake!, 2, 3!’. Als uit één keel hoor ik minstens 40 huigen losgaan, waarna de jongetjes exploderen. Na de vierde synchroonkwat begint het extract zelfs een beetje te kabbelen op het perron. Terwijl de trein het station binnenrijdt, baan ik mij een weg door een dikke laag kwark naar de perronrand en kijk nog even achterom naar de oude dirigent. ‘Begrijp je het nu?’, zie ik hem overstemd door de fluimenflashmob playbacken. ‘Toll’, probeer ik nog terug te mimen, maar tevergeefs.

Als dit geen nieuwe internethype wordt, dan lik ik het perron schoon.

Categorieën: Gein & Ongein

7 reacties

Meralixe · 26 februari 2013 op 16:37

Meesterlijk! :hammer:
En he… Volgende keer dat tasje niet zo alleen laten he! 🙁
Heb het wel twee keer traag moeten lezen maar dat is niet kritisch bedoeld. Door dit te doen kwamen de diamantjes bloot… Mooi!
Mijn slagroomtaartje smaakte ietsjes minder. (goed voor de lijn) :eh:

Sagita · 26 februari 2013 op 20:03

Pierken goed geschreven, maar wat smeriiig! Jakkes ik moet nog eten klaarmaken. Reisen doe ik voorlopig maar niet!
groet Sa!

SIMBA · 27 februari 2013 op 12:48

Gatverdamme….zit ik dit bij m’n lunch te lezen 😀 Maar wel heel goed gedaan hoor!

Pierken · 27 februari 2013 op 14:10

@Sagita, Meralixe en Simba: Dank jullie voor de positieve reacties! Tsja, als jullie het onderwerp gaan associëren met taartjes, lunch en eten bereiden, dan is het best goor. Alhoewel er veel proteïne zit in spuug. Met name als het van diep komt, na het eten van een zacht gekookt ei. En het is gratis. Ik zeg: Recyclen die hap! Voordelig dipje bij hartige zoutjes, of op een toastje. Wat jullie?! 😉

Harrie · 27 februari 2013 op 15:27

😆 😆 😆

Doet me denken aan die mop van die zwerver die bij de pastoor komt vragen om een stukje brood en wat wijn. De pastoor wil hem dat best geven maar dan moet ie als tegenprestatie wel eerst een slokje uit de kwispedoor nemen. Geen probleem voor de zwerver die vervolgens de hele kwispedoor leeglubbert. Waarop de pastoor de zwerver met grote walging aankijkt en vraagt: Waarom drink je de hele kwispedoor leeg, ik had maar gevraagd om een slokje? Tja, antwoord de zwerver, maar het zat allemaal aan elkaar.

pally · 28 februari 2013 op 22:09

Ha,ha,lekker bizar en supergoor, Pierken! 😆 😆

fluim van pally

(Jij zag in mijn laatste column een gedicht, ik hierin een top animatiefilm of strip!)

arta · 2 maart 2013 op 11:44

Poeh, hoe goed ik ook mijn best doe om hier geen beelden bij te krijgen: Je schrijft zo beeldend dat ze gewoon op mijn netvlies ploppen, brrrr…

Erg goed geschreven, Pierken!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder