In de wat bedompte vergaderkamer op de vijfde verdieping van het verouderde kantoorgebouw levert Marleen een gevecht met de misplaatst moderne stoelen. Licht hijgend zet ze een stapje achteruit om het resultaat van haar gezwoeg te bekijken. ‘Volkomen coronaproof, als je het mij vraagt.’ Ze blaast een paar uit haar opgestoken kapsel ontsnapte lokken uit haar gezicht en verlaat de ruimte.

Een kwartiertje later zet ze in een verder lege kantine gretig haar tanden in een glutenvrije quinoa salade. Links van haar schuift Jacques op veilige afstand een stoel onder een tafel vandaan. ‘Gelukt?’ roept hij naar Marleen. Ze steekt haar duim op. ‘Was wel een dingetje, hoor. Zwaar! Maar ze staan keurig de vereiste anderhalve meter uit elkaar.’

Na de lunchpauze ergert Jacques zich wezenloos aan het stukje ossenworst dat tussen zijn tanden is blijven zitten. Er iets aan doen zit er niet meer in, want Rogier stapt de vergaderruimte al binnen. ‘Vanwaar dit idiote risico?’ Geïrriteerd begint hij aan de stoelen te trekken. ‘Twee meter, minstens. Wat denk jij, Willemijn?’ Willemijn beent met een mondkapje op de kamer in, steekt bevestigend twee vingers op naar Rogier en wendt zich tot Jacques. ‘Ik begrijp in tijden van Skype en corona de noodzaak van fysieke aanwezigheid ook niet.’

De middag is al een eind gevorderd als de leden van De Taalpolitie eindelijk zitten. ‘Marleen laat zich excuseren,’ bulkt Jacques. Zijn stembanden doen hun best de afstand tot zijn team te overbruggen. ‘Boos als ze is,’ mompelt Rogier. In gedachten hoort hij haar weer uit haar stekker gaan na zijn voorstel de grote zaal te nemen. ‘Heb ik me daar een beetje voor Jan Joker lopen uitsloven met die stoelen! Ik ben verdorie de jongste niet meer!’ Op het moment dat Willemijn ook pleitte voor meer ruimte voor meer afstand, ontplofte ze helemaal. Met een gekrijs waaruit af en toe het woord “sisterhood” opklonk, verdween ze van de afdeling.

Om te voorkomen dat zijn stem in crisistijd ongepast juichend uitschiet, neemt Jacques voor hij verder praat een slokje van zijn eerlijke kruidenthee. ‘Het is echt geen kattenpis waarvoor ik jullie laat komen. Een uniek moment als dit kan écht niet via beeld.’ Beheerst zet hij zijn glas neer en gaat staan. ‘Het Rijk verbiedt per direct het woord “nuchter” in combinatie met woord “Nederlander” te gebruiken. Het roept te veel irritatie op bij mensen die na een dag werken op lege schappen stuiten in de supermarkt.’ Blij als een kind kijkt hij zijn mensen aan. ‘En wij mogen handhaven met álle bevoegdheden!’

Op weg naar zijn eigen bureau moet Jacques zijn ergernis flink verbijten. ‘Heb ik daar verdomme toch staan jubelen.’


1 reactie

Nummer 22 · 24 maart 2020 op 07:54

Enfin, nu 24 maart blijven de stoelen bij de kappers ook leeg! Leuk geschreven Marieke!

Geef een reactie