Het gepuf is weer achter de rug. Gepuf door de warmte bedoel ik. Het was nogal wat de laatste tijd met die zonneschijn en de warmte. We roepen met zijn allen dat we dat zo graag hebben. Een aaneenschakeling van dagen waarop de zon maat niet ophoudt te schijnen en waarop het kwik schijnbaar moeiteloos de 30 graden haalt. En dat nog wel in de vakantietijd bij uitstek! Voor heel velen viel vakantie en zomerse zomer samen. “Verkoeling zoeken aan het water” noemt men het dan als we met zijn zovelen tegelijk naar stranden, plassen , kanalen, meren en noem maar op trekken. Maar toch ook vaak puffen in de auto, wanneer al dat blik zich ophoopt op de stroken asfalt die naar al dat water moeten leiden.

Jaja, Zandvoort kon wedijveren met de Cote d’Azur en de Zeeuwse stranden deden niet onder voor de Spaanse costa’s. Of waren zelfs aangenamer. Hoorde ik niet op weg naar mijn eigen zeeuws plekje “am Meer” mensen verhalen over familie die vanwege de hitte op Ibiza voortijdig de koffers pakten om weer huiswaarts te keren, daarmede de “schade” van de niet genoten vooruitbetaalde vakantie voor lief nemend ? Of van Fransen die omwille van de thermometer hun steven naar het noorden richtten en nu in Pays Bas hun vakantie vierden ? Of van ouders die moeite hadden hun kroost “koel” te houden en daarom met enige regelmaat de gieter gebruikten, niet om de geraniums nat te houden maar om hun “eigen blommen van vlees en bloed” tegen oververhitting te beschermen ?

Dat is wel een hard gelach als je het zo leuk vindt in zuidelijke streken bij verdraagzame temperaturen neer te strijken en via de wereldomroep te vernemen hoe “waardeloos” het weer in het noordelijke kikkerlandje is. Badend in je zweet te denken “was ik maar thuis gebleven”. En intussen het grootste deel van de dag verkoeling zoekend onder het lover van de camping, als er tenminste nog zo’n plekje te vinden is. Om van het vuur van de bosbranden maar niet te spreken. “Erg hè” zeggen we tegen elkaar als het journaal ons de geblakerde campings en caravans laat zien!

En maar elkaar wijs maken “dat we toch zo’n mooie zomer hebben”. Dat er toch zeker een klimaatsverandering gaande is. Maar in het geniep er blij mee zijn als er eens een zeewindje opsteekt, als die verhittende zonnestralen eens even achter en wolkje schuil gaan.

En de tuinen maar verdorren, de bomen in augustus al in herfsttooi, de producten op het boerenland verpieterend onder de droogte, stofwolken bij het oogsten van het graan alsof je in de Sahara bent.

Maar toch, we zeggen met velen dat we een mooie zomer hebben. Vergeten dan even de keren dat we door de hitte de slaap maar niet konden vatten. Dat er volgend jaar beslist meer mensen in eigen land zullen blijven in hun vakantie. En als er dan weer eens een zomer is waarbij de regenbuiten niet van de lucht zijn ? Waarbij op de campings de barbecues worden ontstoken, niet om het vlees te verbranden, maar om je eigen ledematen op te warmen? Dan vergeten we de zomer van 2003 net zo snel als die gekomen is en roepen we weer met z’n allen: “Toch maar weer naar het zuiden, naar de files in het Rhonedal, naar overvolle Duitse autobanen en noem maar op.

Jaja, zo zijn wij mensen nu éénmaal. Dat kan een hittegolfje in 2003 niet veranderen!!!


0 reacties

Geef een antwoord