In de Leeuwarder Courant van zaterdag 26 mei 2007 lees ik over Albert Schonewille (63) uit Rhoden in Drenthe, die naast een hondendrol op de stoep in zijn woonplaats met dikke krijtletters schreef: ‘Rondje hond, opruimen die stront!’ En wat denkt u? Albert kreeg van de plaatselijke hermandad een bon van 75 euro wegens het bevuilen van het trottoir. De drol bleef gewoon liggen. Nu is Albert wel meer actief geweest als hondendrolactivist, maar ik vind toch dat dat geen (d)rol had mogen spelen. Er was een tijd dat Albert, murw gepest door hondenstront voor zijn huis, elke drol verhuisde naar de stoep van het Gemeentehuis van Rhoden. Hij was een begenadigd dichter en voegde telkenmale een stuk poëzie aan zijn ‘verhuisdrol’ toe: Ook hier voor de deur, die walgelijke geur!’

Ik ga jullie wat bekennen: ik ben diep in het geheim ook een hondendrolactivist geweest. Net als Albert ergerde ik mij in het verlegen bont en blauw aan die schijtende viervoeters voor mijn deur in Bakkum (NH). In de jaren 70 was dat al een plaag van jewelste. De hele buurt verscheen aan de rand van Bakkum om daar hun Fikkies, Bello’s en Wodans voor mijn deur te laten schijten. Gek werd ik er van. En de kinderen kwamen regelmatig besmeurd en huilend thuis.

Op een regenachtige zondag heb ik mij, samen met mijn buurman Henk Schenk, enigszins gewroken. Van ontbijtkoek vervaardigden wij een reuzendrol en legden die midden in de vaste loopgang van schijtend Bakkum. De walging die straalde van de smoelwerken van hondenbezittend Bakkum, zodra hun viervoeter de vunzige drol in de bek nam. Vanachter onze vensters ontstond zelfs een gejuich toen de, als politiehond opgeleide, bouvier van parkeerwachter de Groot het ‘kleinood’ in één hap naar binnen schrokte. De gehate de Groot, die elke Bakkumer en Castricumer wel eens in het leven van een boete voorzag, mepte zijn politiehond bijna naar het hiernamaals. Wat een genoegdoening. Peijnenburg was het merk!

Terug naar Albert Schonewille uit Rhoden. Met hem ga ik nog wel even de strijd aan. Als het gaat om hondenpoëzie, meen ik dat hij nog even het onderspit moet delven als mijn gedicht uit de zeventiger jaren ten tonele wordt gevoerd. Het verscheen in 1975 in het regionaal blad ‘Nieuwsblad voor Castricum’ en riep veel reacties op.

De hond:

Hij is voor groten en het kindbeslist de allerbeste vrind.
Hij schenkt ons trouw, hij houdt de wacht,
hij helpt de jager bij de jacht
en menig sterveling in de nood
redt hij van de wisse dood.
Voor mensen zonder levenslicht
Is hij het enigst stukje zicht.
En ook bij criminaliteit
bewijst het beest zijn nuttigheid.
Het dier dat huis en haard bewaakt
is slechts op één punt na, volmaakt.
Zijn enig nadeel dat is dit:Dat bij zijn staart een gaatje zit.
Er wordt wat ongerief gesticht
zodra hij dit naar d’ aarde richt.
Het zit er, dus geaccepteerd
dat ook ons huisdier defaeceert.
Hoewel dat voor ons allen geldt
zij dit probleem nochtans vermeld,
omdat zijn bouw het hem belet
dat hij dat doet op ons toilet.
Zijn baas vindt het deswege goed,
dat hond het in zijn tuintje doet.
Dat is de logica ten top.
Helaas, de vlieger gaat niet op!

‘In eigen tuin, een hoopje poep?Er zijn toch kilometers stoep!
Een schepje mee? Wat denk je zeg!
Eén flinke bui en het is weg!En op de speelplaats voor de kinderen,
zal één hoopje echt niet hinderen!Men merkt niet eens een hondengift,
gelegd in ’t hoekje van de lift.
En op het schoolplein, vinden wij,
is een hond zo heerlijk vrij.
De man die ’t gras weer maaien moet,
die wordt betaald, dus dat zit goed.
In deze drukke winkelstraat,
kan een hoopje ook niet kwaad’.

Alle logica ten spijt,hierboven staat realiteit.
Wie om zich heen ziet, constateert
dat wie dit schrijft, niet fantaseert.
De hond die kan hier niets aan doen;
de baas ontbreekt het aan fatsoen.
Daarom zij hier opnieuw verhaald,
dat menigeen daar goed van baalt!

De geschiedenis herhaalt zich. Met terugwerkende kracht draag ik dit gedicht op aan Albert Schonewille uit Rhoden. Als blijk van waardering zend ik hem een Peijnenburg ontbijtkoek.


Avatar

Hans Schoevers

Flashbackpacker. Schrijver van columns; dikwijls met een knipoog naar vroeger. Tot december 2017 ook actief geweest als zanger/entertainer. Elts sprekt fan myn sûpen, mar nimmen fan myn toarst.

2 reacties

Avatar

Mup · 31 mei 2007 op 17:18

Met boter?
:lach:

groet Mup.

Avatar

KawaSutra · 3 juni 2007 op 02:12

Een beetje vreemde combinatie maar best leuk geschreven. Mooi rijm maar slordig geplaatst en als onderdeel van de column veel te lang.

Geef een antwoord