Al drie kwartier lang heb ik de ruimte tussen twee treincoupé’s helemaal voor mijzelf. Er staat één bank, met er tegenover twee klapstoeltjes. Mijn krant en ik hebben de gehele bank ingenomen. Het is weekend en er is toch plaats genoeg. In Breda krijg ik, tot mijn spijt, gezelschap. Een gezette vrouw twijfelt even om op de klapstoeltjes te gaan zitten, maar zet na enige aarzeling toch haar tas demonstratief op mijn krant. Een beetje geïrriteerd kijk ik op om nog net een blik op haar achterwerk te kunnen werpen, dat ze met veel moeite door het deurtje van de WC perst. “Waarom maken ze die deuren niet wat breder?” hoor ik door de gesloten deur een klagerige stem. “Waarom maak jij jouw kont niet wat smaller?”grinnik ik laf tegen mezelf. Nog steeds mopperend eist ze, na haar toiletbezoek, de plaats naast mij op. Ik vouw mijzelf zo smal mogelijk tegen de muur, maar toch is er geen speld tussen ons te krijgen. Wijdbeens verontschuldigt de vrouw zich: “Ja, ik wil graag op de bank zitten, omdat ik slecht ter been ben.” Alhoewel de logica mij ontgaat – zitten doe je immers op je kont en niet op je benen- besluit ik niks te zeggen. Ik knik kort en duik mijn krant weer in.

“Ik kom net bij mijn vriend vandaan.” Weer een ongeïnteresseerd knikje, in de hoop dat ze mijn boodschap begrijpt. “Hij is ineens ziek geworden, weet je.” Ik kijk even op. De vrouw ziet er wat onverzorgd uit en verspreid een muffe geur. “Rot”, mompel ik. Dat had ik beter kunnen laten, want dat éne woord lijkt een startschot te zijn, om haar hele levensverhaal in tien minuten af te raffelen. Na jeugd, opleiding en huwelijk gehad te hebben komt ze bij de afgelopen week: “Ook al hebben ze mij vaak in de kou laten staan, ik blijf mensen gewoon helpen. Deze week nog heb ik het hele huis van mijn vriend schoongemaakt. Door een bacterie in zijn darmen had hij alles ondergescheten, de viezerik.” Nu begrijp ik de geur.

Ondertussen zit ze met haar worstvingers tussen ons in te graaien. Op mijn verbaasde blik zegt ze dramatisch: “Even een ibuutje, ik krijg weer hoofdpijn als ik er aan denk.” Ze rolt met haar ogen en gaat nog maar eens wat gemakkelijker zitten. Ik zit inmiddels met één arm in een vreemde hoek achter mijn rug geplakt en de andere op schoot. Mijn krant is gevallen, maar ik durf hem niet op te rapen uit angst dat ik dan nog meer centimeters bank verlies.

De vrouw ratelt gewoon door over de meest gore darmonderzoeken, die zij tot in detail beschrijft. Op het moment dat ze over haar eigen kwaaltjes wil beginnen sta ik resoluut op. “Ik moet er hier uit,” zeg ik, wetend dat het nog wel enkele minuten duurt. Uitvoerig bedankt ze me voor het prettige gezelschap, zonder een spoor van sarcasme in haar stem. Mezelf een beetje schuldig voelend over mijn ongeïnteresseerdheid, wens ik haar nog een prettige reis.

Eenmaal uit de trein haast ik me naar de rookpaal. Mijn acht minuten overstaptijd wil ik ten volle benutten. Ik voel in mijn jasje naar mijn sigaretten. Eén zak is uitgescheurd. De paar euro’s die er in zaten voor de fietsenstalling zijn verdwenen. “Een ibuutje, hè?” mompel ik tegen mezelf, terwijl ik mijn sigaret opsteek.

Categorieën: Algemeen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

17 reacties

SIMBA · 10 september 2007 op 21:14

[quote]en verspreid een muffe geur. “Rot”, mompel ik.[/quote]
Ik heb even een zin uit zijn verband gerukt 😀
Arme arta…het openbaar vervoer is af en toe een kwelling!

pepe · 10 september 2007 op 22:09

Sorry maar hier gelachen om deze tekst, gewoon leedvermaak zeg maar;-)

Je hebt het weer leuk geschreven, deze vrouw zal jouw boekje met columns toch niet kopen. Hoop ik:-D

Li · 10 september 2007 op 22:26

😆
Arme Arta!

Slimme tip. Als ik voortaan een zitplaats wil hebben, val ik passagiers gewoon lastig met darmperikelen. 😀

Li

pally · 10 september 2007 op 23:00

Lekker reisje, Arta! Fijn toch het openbaar vervoer, maak je nog eens wat mee 😆

groet van Pally

lagarto · 11 september 2007 op 07:18

[quote]ik blijf mensen gewoon helpen. Deze week nog heb ik het….[/quote]
Jaja haha

DriekOplopers · 11 september 2007 op 08:29

Een mooie beschrijving, Arta. Tijdens het lezen bekroop mij een ongemakkelijk gevoel van herkenning. Zat gisteren het hele parcours van Rotterdam naar Utrecht in de stank van een vieze dikke dame die naast me kwam zitten. (Maar ik geloof dat ik alles nog heb…)

Liefs,

Driek

Dees · 11 september 2007 op 10:30

Je wilt niet weten hoe herkenbaar dit is 😀

Heb ooit zelfs eens een levensverhaal aangehoord, terwijl ik mijn iPod demonstratief in mijn oren had geplugd. Pas toen de persoon in kwestie mijn dopje uit mijn oor trok ben ik ontploft.

Wat ik nou niet begrijp is waarom je die dikke vingers niet voelde poeren in je zakken 😀

Dubbele onvrijwillige liefdadigheid, maar daardoor een erg leuk stukje.

eLGee · 11 september 2007 op 10:44

Leuk verhaal! 🙂

lisa-marie · 11 september 2007 op 12:44

Heerllijk humoristisch geschreven. Ik heb echt zitten lachen. 😆
Maar eigenlijk is wat die vrouw deed om te 😥

dj_Eddy · 11 september 2007 op 15:58

Dit soort belevenissen maakt het openbaar vervoer zo verschrikkelijk, maar tegelijkertijd ook weer zo verschrikkelijk leuk! Het levert iig heel mooie verhalen op!!

schoevers · 11 september 2007 op 17:54

Arta, ik heb al lezend meegeleefd. Wat een ellendige gebeurtenis.
Daarbij kan je je toch niet voorstellen dat mensen hierom leedvermaak hebben. Ik heb niet on-line gelachen.

Ga dus nu even printen.
P.S. Geweldig verhaal……en ga zoveel mogelijk met de trein.

WritersBlocq · 11 september 2007 op 19:57

Leest als een trein! Goed geschreven, maar wat dat ibuutje nou is :eh: die term ken ik niet, maar ik hou hem er wel in, vind het wel gaaf klinken 😆

DreamOn · 11 september 2007 op 20:46

@WB: ibuproven, een pijnstiller!

Arta: heel herkenbaar en daardoor zo komisch! Ik krijg ook spontaan een allergische reactie, als zo’n mens al oogcontact-zoekend tegenover je gaat zitten met de mededeling: “Ziezo, ik zit. Dat was rennen!”
Voor mij ook reden genoeg om zo diep mogelijk mijn boek in te duiken!
Goed gedaan, liefs DO.

arta · 11 september 2007 op 22:16

😆 Wat een leuke reacties!

Dit voorval overkwam me vorige week in de trein, ik was stomverbaasd toen ik op het perron merkte dat ze in mijn zak had gezeten…
@ Dees: ik voelde haar vingers wel, maar ze zat zó dicht tegen mij aangedrukt, dat ik niet kon voelen of ze in haar zak of de mijne zat. Ik hoop dat ze gelukkig wordt met mijn €2,20! 😀

FatTree · 12 september 2007 op 08:55

Ik vind dit dus echt een toppertje. Zeer herkenbaar, ontzettend grappig en klasse geschreven.

Je moet maar zo denken: Deze column was de 2,20 wel waard die je er voor kwijt was.

Dinto · 18 september 2007 op 09:47

Grappig verhaal, met enige herkenning. Je schrijft leuk.

KawaSutra · 18 september 2007 op 23:17

Prima geschreven!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder