Dat er in mijn hersens een kronkel zit die een actieve bijdrage levert aan de soms ziekelijk vorm van mijn liefde voor muziek is u misschien wel eens opgevallen. De keren dat mensen mij in één van mijn pro symfonische betogen, onbegrijpend en in sommige gevallen zelfs met zweet in hun handpalmen en met enigszins verwilderde angstogen aan stonden te turen, zijn reeds lange tijd niet meer op één hand te tellen. Dat er naast die kronkel nog een tweede vierbaans snelweg door mijn kop raast, is voor de meeste mensen een iets minder bekend gegeven. Deze andere, iets minder dominante, geestesafwijking maakt mij ernstig vatbaar voor het duivelse ritueel van het spelen van een computerspel.

Al sinds mijn kindertijd was ik niet uit de buurt te slaan van alles wat een beeldscherm in combinatie met een besturingsmechanisme herbergde. Urenlang kon ik de guldens (!!!) uit mijn vaders broekzak kijken met maar één vervolgactie voor ogen: het redden van de prinses uit de armen van de oude stinkende gorilla. Ver voor het grote wereldwijde consoletijdperk wist ik, wederom door mijn vader mijn ideaalste zoongezicht te tonen, aan de eerste Japanse 100-spelletjes-in-1-apparaten te komen. Uren achtereen was ik, de toen nog wat zielig aandoende stuurknuppeltje aan het geselen in een poging een wit stipje op het scherm met een wit streepje tegen een witte lijn aan te beuken. “Squash!”: noemde die Jappen dat. Als ze het “Cricket”, “Polsstok Hoogspringen” of “Bobsleeën” hadden genoemd, had ik het ook geloofd. Niet veel jaren later begonnen de witte streepjes gekleurde verschijningsvormen aan te nemen op mijn, overigens door mijn vader volledig gesponsorde, Atari2600. Het spel “Enduro” verschafte mij mijn eerste race-ervaring. Het tot twee maal toe niet halen van mijn rijbewijs is met een middelgrote zekerheid terug te herleiden naar mijn digitaal opgedane rijstijl.

De stap naar de Commodore64, een gefinancierd project van de Stichting Vader Betaalt Wel, was de stap naar nog beter geluid en figuurtjes die op figuurtjes leken. Hier werd mijn specifieke smaak voor het sportspel levensvatbaarheid ingeblazen door de spellen “CBMfootball” en het meesterlijke basketballspel “One on One”, waarbij mijn spelplezier tot orgastische hoogtes werd opgestuwd als ik weer eens de glazen boarding aan gruzelementen had gedunkt waarna er vanuit de hoek van het scherm een conciërgeachtig gnoompje verscheen die op een naar kostelijke humor neigende manier het speelveld aanveegde. Echt jolijt werd het pas met de Sega 8-bit en nog even later met de Supernintendo en de Nintendo64. De buurt heeft het nu nog steeds over mijn vader met zijn krantenwijk en daar mijn vader vervolgens uiterst onsportief weigerde een derde hypotheek op zijn huis te nemen, kocht ik met mijn eigen zuur verdiende centen een Playstation2. Deze rib uit mijn lijf introduceerde me gelijk ook een nieuwe Eurovreter: de DVD. De intrede van de muziek-DVD heeft de financiële huishouding van menig muziekliefhebber danig in de tang. Dankzij de muziek-DVD eet ik tegenwoordig pennywafels van Euroshopper: NIET DOEN !!!!! Steek gewoon een bierviltje met chocopasta in je bek; zelfde effect.

Bij mij heeft zich sinds korte tijd ook het “Clubworld-virus” ontkiemd. Clubworld is een muziekprogramma dat volgens de superlatiefgevoelige beschrijving “Thé music making experience” is. Mijn terughoudendheid heeft het precies 30 seconden (laadtijd van het spel) uitgehouden. Ik ben los! Als een randdebiel zit ik Reggae, Drum & Bass, HipHop, Techno, Trance, Acid & Electro, Ambient en House te componeren. Met tranen van het lachen denk ik aan Beethoven drie maanden lang in eenzame opsluiting, rode wijn zuipend en schreeuwend tegen de koekoeksklok een stukkie hoempapa in elkaar zat te flansen terwijl ik liggend op de bank, de tijd dat de koffie doorloopt gebruik om een juweel van een technoversje geboren te laten worden. Schuddebuikend krijg ik visies van een huilende Boudewijn de Groot die al zijn kennissen telefonisch terroriseert onder een luid gillend:”Ik heb geen inspiratie meer, ik krijg niets op papier, help me, help me!”. Als de rook om mijn hoofd is verdwenen blijkt dat ik in mijn onderbewustzijn bijgedragen heb aan het gestaag groeien van het Drum & Bass-repertoire. En dat alles onder de bezielende leiding van de heer Carl Cox: een dikke kale neger met bril die van beroep DJ is en zijn virtuele lichaam klaarblijkelijk heeft verkocht aan het bedrijf eJay; de makers van dit programma,

Ik heb mijn brouwseltjes al aan mijn materiedeskundige vriendjes laten horen en ook zij zeggen dat ze niet van echt te onderscheiden zijn. In gedachte breng ik hele hordes kale, pillen verslindende trainingspakken in beweging en verwoest mijn HipHop-beat menige gangster die denkt mij te kunnen dissen. Kingston zal nooit meer hoeven te blowen en de laatst overgebleven hippie mag tijdens mijn gewichtloze Ambient-klanken zelf het licht uitdoen.

Twee kronkels komen samen.
Techniek ontmoet muziek.
Mijn ogen componeren.
Mijn oren slechts publiek.
Ik twijfel niet aan deze zonde.
Ik denk gewoon niet na.
Waar zou ik me nog voor schamen.
Ik House dus ik besta.

Specta Scriber

Categorieën: Algemeen

3 reacties

deZwarteRidder · 12 december 2003 op 10:50

interressante column..
Rich@Rd

viking · 13 december 2003 op 13:36

Tja je hebt het over hersenkronkels… persoonlijk denk ik meer aan kortsluiting wanneer je liefhebber bent van die stuiterherrie maar dat kan aan mij liggen.

Ik put enig vertrouwen uit je schrijfvaardigheden dat het met je muziek ook goed zal komen maar dan zou je de eerste zijn die acceptabele stuiter- c.q. p.c.-muziek maakt.

SpectaScriber · 15 december 2003 op 09:25

Wees gerust, ik laat mijn brouwsels slechts aan liefhebbers en massochisten horen.

Geef een antwoord