“Waar ben je?” hoor ik hem roepen terwijl ik mij achter de oude eik verschuil. Ik draai me om en zie nog de plek waar wij onze namen ooit in de bast hebben gekerfd. Er is een moment geweest waarop ik oprecht heb gemeend wat ik toen heb gezegd: “ik heb je lief, mijn liefste. Ik heb je voor altijd lief”. “Kom nou tevoorschijn alsjeblieft, het wordt donker!”. Zijn stem klinkt bezorgd. Hoe hard hij ook roept, hij zal me nooit meer vinden. Ik ben verdwaald en wil de moeite niet meer nemen om ooit mijn weg nog terug te vinden. Ik verlaat het pijnlijke moment en loop naar hem toe. Uit gewoonte leg ik mijn armen om heen en kus hem. Een kus met open ogen; een kus uit bedrog; de kus van een Judas. Het continue verlangen naar vrijheid heeft mij van hem vervreemd. De oude eik zal altijd blijven staan en onze namen met zich meedragen, maar mijn herinneringen vervagen met iedere stap die ik zet. Het verbaast me hoe moeiteloos de jaren samen met hem van mij afglijden terwijl ik hem loslaat en verder loop. Lachend komt hij achter mij aan. “Je gaat te snel” roept hij mij toe. “Nee, ik ga niet hard genoeg” prevel ik in mijzelf. “Wacht nou! Nog even en ik vind je niet meer terug”. Ik draai me om en begin hardop te lachen. Lachen om de onmiskenbare ironie van alles dat hij zegt, lachen uit bedrog; de lach van een Judas.

“Ik heb je lief” mijmerde ik toen hij mij weer had ingehaald, maar ik merkte dat het niet langer zin had om mijzelf dit wijs te maken. Liefhebben kan ik niet, niet meer. En ondanks de warme bries die de avond zwoel en aangenaam maakt, loopt er een rilling over mijn rug. “Ik heb je lief” fluisterde ik nog een keer, in de hoop mij de weg te herinneren die ik ooit was ingeslagen. “Ik heb je lief!” schreeuwde ik zo hard als ik kon, maar het bleef donker. De lichten die mijn gebaande pad ooit zichtbaar maakten waren voorgoed gedoofd.

“Ik ben verdwaald” mompelde ik zacht. Hij keek mij aan en ik zag de tranen glimmen in zijn ogen. Onze blikken kruisten elkaar en in dat ogenblik werd alles gezegd wat er te zeggen was. Hij legde zijn hoofd op mijn borst en huilde. Ik huiverde. Ik zat niet langer vast in de spelonken van bedrog. En zucht van vrijheid trok langs mij heen. Ik huilde mee. Tranen van geluk; tranen van opluchting; tranen van bedrog; de tranen van een Judas.

Categorieën: Liefde

7 reacties

Avatar

FatTree · 11 oktober 2007 op 18:15

Erg mooie column in het thema van de maand. Ik vond de beeldspraak erg treffend en je zinnen zijn erg mooi.

Ik heb eigenlijk geen nuttige kritiek voor je, voor mij is hij perfect!

Avatar

Siebe · 11 oktober 2007 op 18:23

Ik vind dit ook een erg mooie column, sowieso in aansluiting bij het thema van deze maand. Ik moet ook zeggen dat dit volgens mij de eerste deze maand is op die manier in haar soort. Maar misschien vergis ik me en is me er één ontkomen.

Ik vind de ‘omkeringen’ of de dubbele lading van wat gezegd wordt vooral erg aansprekend. Toch zie ik ook een paar cliché-dingetjes naar mijn idee. Bijvoorbeeld de warme bries en de rilling en zo zijn er in mindere mate nog een paar. Misschien overdrijf ik hoor, is het gewoon onvermijdelijk en is dit commentaar er een van een Judas, want die had je in de derde alinea nog overgeslagen. Opzettelijk?

Mooi.

gr
s

Avatar

arta · 11 oktober 2007 op 20:11

De gedachten achter de column vind ik erg mooi. De afwerking wat minder. De cliché’s waar Siebe het over heeft, daar vind ik de column een beetje van aan elkaar hangen. Maar met dit onderwerp zijn ze ook moeilijk te vermijden!
🙂

Avatar

geertsjohn · 11 oktober 2007 op 20:25

Wat een prachtig stuk. Eerder een stukje poezie dan een lekkere wegleescolumn. Compliment!

Avatar

Dees · 11 oktober 2007 op 20:42

Prachtig…! 🙂

Avatar

pally · 11 oktober 2007 op 22:30

Wel mooi geschreven, maar weinig oorspronkelijk. Dat is ook erg moeilijk bij dit onderwerp.
Even een technisch puntje:
Ik weet niet waarom je na de tweede alinea in de verleden tijd overgaat. Misschien heb je er een bedoeling mee die ik niet heb begrepen.

Toch raakte je column me, absoluut!

groet van Pally

Avatar

KawaSutra · 12 oktober 2007 op 01:27

Dromerig, meeslepend en heel goed geschreven.

Geef een antwoord