Elke ochtend zaten ze daar. Gewoon gezellig met z’n tweetjes een beetje over koetjes en kalfjes te koeren, balkonnetje onder poepen en, als ze in een baldadige bui waren, gingen ze eventjes andersom zitten, met de duivenpoeperd op de straat beneden hen gericht. Op zulke momenten leek het net alsof ik ze stiekem zag grinniken. Er waren ook momenten dat ze duidelijk ruzie hadden. Op zulke dagen zaten ze alle twee aan een kant van het balkon. Keken ze elkaar geen moment aan. Maar normaal gesproken zaten ze als twee verliefde vogelpubers met elkaar te kroelen. Het geluk droop er vanaf en wel op zo’n manier dat ik stiekem een beetje jaloers was.

Ik noemde ze altijd Jut en Jul. Hoe hun namen werkelijk waren weet ik niet. Als duiven al namen hebben. Wie het weet mag het zeggen. Elke ochtend, zo rond twaalf uur, kwamen ze aanvliegen en gingen ze op de balustrade van het balkon tegenover mij zitten. Eerst kwam Jut en twee minuutjes later, nooit meer, kwam Jul. En dit nu al bijna twee jaar achter elkaar, zonder ooit een dag over te slaan. Heel gek, maar om twaalf uur gaat mijn blik bijna automatisch richting de overkant van de straat. Het is bijna net zo vanzelfsprekend geworden als plassen voor het slapen gaan. Logisch dat als ze dan een keer te laat zijn, ik een beetje ongerust word. Dit gebeurde echter zelden tot nooit. Sterker nog, ik begin zelfs te vermoeden dat postduiven, behalve een feilloos gevoel voor richting, ook een aangeboren gevoel voor tijd hebben. Een soort vliegende wekkers met GPS.

Gisteren keek ik, zoals gewoonlijk, om 12.00 uur naar de overkant. Wat ik zag was een leeg balkon. Misschien dat een duif ook achter kan lopen, vroeg ik me een beetje onnozel af. Jut en Jul waren te laat. Heel erg veel te laat zelfs. Zo erg veel te laat dat ik ze zelfs de hele dag niet heb gezien. Midden in de nacht dacht ik dat ik iets hoorde en ben ik even buiten gaan kijken. Maar er was niets of niemand. Vandaag ging mijn blik om 10.00 uur al richting de overkant. Niets. Om 11.00 uur niets. En om 12.00 uur ook niets. Ik heb tot een uur of drie naar de overkant gekeken. Maar het balkon bleef leeg. Heel erg leeg. Ik zal ze missen, Jut en Jul.

Jan van Oranje
www.janvanoranje.nl


Jan van Oranje

Onder het kopje 'In naam van Oranje...' publiceert columnist Jan van Oranje al enige tijd zijn goed gelezen columns. De columns zijn te lezen in Viva! Magazine maar ook op: www.janvanoranje.nl, facebook.com/jan.v.oranje, janvanoranje.blogspot.com en op twitter.com/janvoranje. Oh ja, Jan heeft extreem dyslectische vingers, dus vergeef hem zijn kleine schrijffoutjes.

7 reacties

Mien · 24 mei 2016 op 09:03

Ha, ha, wachten tot sint-juttemis heeft in deze geen enkele zin. Maarrehhh … what the fok … duiven hebben wel degelijk namen. Zoek maar eens op Vaillant, Mocker, Kaiser, Spike, Steady, Cher Ami en G.I. Joe.

Yfs · 24 mei 2016 op 09:09

Een zoete column Jan. Bitterzoet wel te verstaan.
Er gebeurt eigenlijk weinig behalve dat je het paar twee jaar lang elke dag hebt mogen begroeten.
Misschien was er sprake van gezinsuitbreiding en zijn ze verhuisd naar een andere ‘huurwoning” met een groter balkon waar ze geen last hadden van een ‘gluurder’ 😉

De afsluiting vind ik niet zo sterk.
Als je zegt “ik zal ze missen” lijkt het alsof je weet wat er met ze gebeurd is. En dat is dus niet zo.
‘Zij kwamen nooit weerom’ had misschien toepasselijker geweest! 😉

NicoleS · 24 mei 2016 op 09:25

Lieve column Jan. Erg leuk.?

Grumpy-old · 24 mei 2016 op 09:35

Ik moest ineens aan “café biljart”van Toon Hermans denken

Nachtzuster · 25 mei 2016 op 21:49

Geboeid gelezen over eigenlijk niets. En dat is knap.

Esther Suzanna · 26 mei 2016 op 00:21

Ik had al eerder een reactie geplaatst maar ik zie hem niet meer terug… 🙁

Heerlijk stukje dus. Ik zat te lezen met een glimlach!

pally · 27 mei 2016 op 13:25

Een leuk stukje over bijna niks. Heerlijk, daar hou ik van !
Ben het wel eens over de wat slappe afsluiting.

Geef een antwoord