Karma. Ik weet zeker dat niet bestaat. Ik drink, rook en verslind ook geen talloze jongens, maar krijg ik iets terug? Daarop kan ik kort zijn: nee.

Een van de eerste keren dat ik het besefte, was toen ik voor het eerst bij een zogenaamde cardioloog zat. Een cardioloog die lachte om een waardevolle aanwijzing van mijn moeder, blijkt achteraf. Als het al zo goed als te laat is. Ik ga weg zonder een diagnose die ergens op slaat, om vele maanden in twijfel te zitten over wat ik nu wel heb. Zelfs nog in de maanden daarop heb ik alsnog last van tot dan onverklaarbare aanvallen waarvan ze zeggen dat het epilepsie of vasovogale syncope is. Leuk, zelfs op mijn verjaardag heb ik nog een aanval gehad. Weliswaar een kleine, maar het treft je mentaal. Zit ik weer met dezelfde vraag: wat heb ik? Het antwoord zou pas veel later komen.

Vier oktober, 2008. Hoewel het een zaterdag is, ga ik toch naar school vanwege een gymnasiumdag. Na mijn moeder te hebben uitgezwaaid die in de bus zit, ga ik met een vriendin mee naar haar huis. Later op de middag ga ik naar huis en die avond nog gaan we uit eten. Om een of andere reden voelde ik mij die dag niet zo lekker en ik was nogal chagrijnig, wat de omgeving niet zo goed kon waarderen. Wist ik toen maar dat het een voorteken was.

De volgende ochtend gaat de wekker. Ik heb een aanval. Weer een aanval. Zoals gewoonlijk zal ik weer buiten bewustzijn raken en een paar minuten door een paniekerige moeder wakker worden gemaakt. Dat dacht ik. Het was letterlijk een hartstilstand. Dankzij het snelle ingrijpen van mijn moeder en vader ben ik er vandaag de dag nog.

Ik herinner mij de eerste drie dagen vanaf de hartstilstand niks meer, maar wel de periode die ik in het ziekenhuis heb gelegen. Wat ik wel weet is dat ik beter af ben om zo min mogelijk te weten van die eerste paar dagen, want van wat ik het gehoord was het drastisch. Een kwestie van leven en dood. Letterlijk. Ik ben echt blij dat daar tenminste cardiologen met verstand rondlopen. Ik heb eerder medelijden met mijn familie als ik dit later hoor. Ze konden alleen maar toekijken en hopen, terwijl ik mij daarvan niks kan herinneren.

Dan de dagen dat ik bewust in het ziekenhuis lag. Daar lag ik, als meid van zeventien tussen al die oudjes met de bijna standaard hartkwalen. Elke keer wanneer ze weer eens op televisie zeggen dat je nooit jong genoeg kan zijn om zoiets te krijgen vind ik het weer raar, vooral als ze het tegen bejaarden zeggen. Te jong. Hoezo een understatement? Wanneer een kind een jonge leeftijd heeft, tussen nul en twee, nog niet geheel bewust van zijn omgeving, dan zal het kind niet zo snel lijden, maar alsnog de ouders. Dan de oudere categorie, drie jaar en ouder tot en met een jaar of tien, wanneer ze dingen meekrijgen, maar nog niet begrijpen. Die zullen het zeker onthouden. Tenslotte nog mijn leeftijdscategorie, vanaf een jaar of zestien. De leeftijd waarop je alles meekrijgt en onthoudt en je ouders al zo gewend aan je zijn dat ze je het liefst niet het huis uit zien gaan.

Oké, terug naar die dagen. Dagen waarop je nog geen reet kan uitvoeren. Nog niet eens fatsoenlijk naar de wc, althans de eerste twee dagen. Zelfs nog mijn eerste bouillon over mijn zus heen gekotst. Gelukkig dat ze nooit Prada of iets dergelijks draagt. Ik ben een aantal keer van afdeling en kamer verplaatst en ik weet het niet meer precies. Ik lig een tijdje bij iemand op de kamer, dan weer even een tijd apart, om vervolgens weer naast iemand te belanden. Deze keer was het een oudere, maar zeker vriendelijke dame. Ze deed mij denken aan de oma die ik nooit heb gehad, althans, een oma die echt luistert. Ze liet mij meekijken naar de televisie, ook al waren het niet altijd programma’s die mij aanspraken. Ik was al blij dat ik überhaupt iets te doen had. Het duurde niet veel dagen of ik kreeg uiteindelijk een kamer voor mijzelf, waar ik toch wel een beetje blij van was. Ik kon goed met haar opschieten, maar toch… het was niet mijn soort gezelschap. Is of was kan ik zelfs niet eens met zekerheid zeggen, want ik weet niet wat er van haar is geworden toen ik haar later weer wilde opzoeken.

Een kamer voor mijzelf. Heerlijk. Ik hoefde in ieder geval geen meters te lopen voor een wc met die externe pacemaker. Wat had en heb ik daar een hekel aan, al die keren dat ze dat onding weer opnieuw moesten drempelen, net als al die ochtenden waarop zij mijn bloed moesten afnemen. Dan heb ik het nog niet eens gehad over het feit dat het infuus vaak naar maatstaven moest worden verwisseld. Misschien was dat wel een beetje mijn schuld, maar alsnog. Elke keer weer proberen om een goede ader te hebben, maar blijkbaar ging dat bij mij moeilijk, waardoor het niet gek was dat een tweede zuster moest worden geroepen. Desondanks dat ik een kamer voor mijzelf had, was het toch een beetje eenzaam. Ook al was ik blij van de vele kaarten die ik had gekregen en die nu nog bewaard zijn in een doos.

Niet alle dagen waren slecht. Een enkele zuster snapte mijn behoefte naar communicatie wel. Zij was het die een laptop voor mij regelde, weliswaar zonder internetverbinding, en bovendien ook nog eens een DVD voor mij had meegenomen. Van de broeder mocht ik af en toe zelfs op de computer bij de balie op die afdeling, waar wel internet was. Ah, wat was ik blij dat ik zelf eens contact op kon nemen met iemand, ook al waren de meesten al geïnformeerd.

Rond de tijd dat ik eindelijk even op de computer kon, zou ik ook een ICD krijgen, een interne defibrillator met een pacemaker. Het was toen wachten tot ik te horen zou krijgen wanneer ik het zou krijgen, maar toen het moment eenmaal daar was mocht ik diezelfde dag ochtend niks drinken. De operatie duurde ongeveer twee uur en ik was gewoon bij bewustzijn. De laatste tien minuten moest ik even onder het zeil om de ICD te testen, maar ik was al snel weer bijgekomen. Ik moest nog zeker een paar dagen in het ziekenhuis blijven, maar dat vond ik niet zo erg. Ik wist dat ik redelijk snel thuis zou zijn. De totale tijd dat ik daar heb gelegen is zo’n drie a vier weken en dan ook nog eens een volle week thuis gebleven.

Tot op de dag van vandaag heb ik geen aanval meer gehad. Misschien bestaat karma toch…


5 reacties

arta · 10 april 2009 op 14:45

Met de laatste regel haal je alles wat je eerder hebt geschreven weer onderuit.
Ondanks de heftigheid van het verhaal vond ik het niet zo goed geschreven. Een paar voorbeelden: [quote]Ik drink, rook en verslind ook geen talloze jongens[/quote]
Je rookt en drinkt dus, maar verslindt geen jongens? Volgens mij bedoel je het anders.
[quote]De volgende ochtend gaat de wekker. Ik heb een aanval.[/quote]
Ook deze zinnen komen anders over dan jij het waarschijnlijk bedoelt.
En zo staan er wel meer stukken in, die niet lekker lopen (bijv de gehele alinea over leeftijd)
Schrappen en overlezen of iemand het laten overlezen is misschien een optie voor een volgend stukje.
Heel veel beterschap!

KawaSutra · 10 april 2009 op 17:39

Als je het principe van karma zou willen volgen kan het natuurlijk zijn dat je in vorige levens een slecht karma hebt opgebouwd. Dat betekent voor nu goed je best doen en geen verkeerde dingen doen. Wellicht dat je daar dan in een volgend leven profijt van hebt.

LouisP · 10 april 2009 op 20:11

A.
het allereerste verhaal op CX dat ik las was getiteld ‘Karma Karma.’ Prachtig stuk. En ik dacht dat ‘Karma’ een vervolg zou zijn.
Je begint met twee foutjes in de eerste twee zinnen. Wat Arta schreef en een keer ‘dat’ vergeten.
Je hebt al wel verschrikkelijke zaken meegemaakt en ik hoop dat het allemaal goed afloopt of goed afgelopen is.

groet,
L.
‘Ik weet zeker dat niet bestaat.’
Ik heb de zin nog eens enkele keren gelezen. Het zou best wel kunnen, denk ik.

Marley_jane · 11 april 2009 op 02:00

Sommige stukken vond ik ook niet zo lekker lopen, maar je inhoud is boeiend en heftig.
Vooral ook voor je ouders inderdaad.
Ik hoop voor je dat de ICD nooit afgaat. En zowel, dan is het belangrijkste dat hij je leven redt.

Mien · 23 april 2009 op 15:21

Kortere zinnen en betere zinconstructies zouden het leesgemak bevorderen.
Je worstelt te veel met het verhaal waardoor het maar langzaam boven komt.
Jammer, misschien stond de emoite of je karma te veel in de weg.
Meer loslaten is mijn devies.

Mien Hokusai

Geef een antwoord