Eigenlijk heeft ze nooit over haar gesproken. Intimi wisten van haar bestaan, maar er werd altijd over gezwegen. Ook zij bracht haar weinig ter sprake. Er was wel een wekker, eigenlijk een biologische wekker, die ieder jaar rond dezelfde tijd afging, namelijk rond de tiende van april. Ook als zij niet aan haar dacht, ging die wekker af en waarschuwde haar. Het was alsof ze wilde zeggen “Denk je er om, mijn dag is gekomen.” Die dag liep iedereen in haar omgeving op zijn tenen. Ze behandelden haar voorzichtig of maakten juist ruzie met haar. Ze wilden haar bereiken, maar die dag was zij onbereikbaar voor iedereen. Behalve voor haar.

Zij had ook geen naam, bij het bevolkingsregister stond zij aangemerkt als “kindje”, haar kindje. Ze heeft het toentertijd niet kunnen opbrengen om de naam die zij Kindje stiekem had gegeven, op het geboortebewijs te zetten.

Niets is zij vergeten van die laatste dagen voor Pasen. Niet de echo, waar het kloppende hartje ontbrak, niet de arts die haar vertelde dat het kindje wat ze negen maanden bij zich had gedragen was overleden. En zeker haar eerste reactie niet, het moederinstinct wat Kindje wilde beschermen. Uiterlijk bleef ze onaangedaan, maar in haar schreeuwde alles dat de arts van haar kindje af moest blijven, dat hij het fout had.

Het beschermende gevoel sloeg ’s nachts om in afschuw, ze droeg een dood iets in haar, een lijk. Ze wilde het kwijt.
De volgende morgen meldde ze zich, keurig opgemaakt en gekleed op de vrouwenafdeling in het plaatselijke ziekenhuis. De kraamafdeling was voor haar verboden terrein. Het infuus werd ingebracht en de dienstdoende arts zette hoog in, het kon maar zo snel mogelijk achter de rug zijn vond hij.

Haar macabere humor heeft haar door de morgen getrokken, Ze nam afstand van Kindje en haar gevoel. Ze wilde deze pijn volwassen en waardig dragen. Rond twee uur verloor ze alle waardigheid toen ze van de pijn en misselijkheid brakend op de grond lag in de badkamer. Het infuus deed zijn werk.

Om half zes ‘s avonds kwam Kindje ter wereld. Ze voelt nu nog het slappe levenloze lijfje tussen haar benen. Ze hoort nog een oudere zuster haar indringend toespreken “Het is een mooi meisje. Neem afscheid van je kindje, je gaat hier later zoveel spijt van krijgen.” Ze weigerde, ze weigerde ook de valium die ze haar willen geven. Ze was sterk en wist wat ze deed.

Drie dagen later werd Kindje gecremeerd, zij was er niet bij om Kindje te begeleiden naar haar laatste rustplaats. Zij liep in het winkelcentrum, alleen, doelloos naar etalages te kijken.

Ze pakte haar leven weer op, negeerde de pijn, het verdriet. Ondanks het feit dat ze heftig geprobeerd heeft Kindje uit haar leven te bannen, hebben de pijn, spijt en verdriet haar toch ingehaald.
Ze zocht een manier om Kindje toch een soort van bestaansrecht te geven. Iets waaruit zou blijken dat ze, al was het maar heel even, hier op aarde voor iemand heel belangrijk is geweest.
Ze vond een site waar er een plekje was voor Kindje. Een tuin vol met vlinders, waar Kindje kon worden vergeten, maar waar Bobby haar plekje had gevonden.

[url=http://www.kindjeopkomst.nl/vlindertuin/ritueel42.html]http://www.kindjeopkomst.nl/vlindertuin/ritueel42.html[/url]


18 reacties

champagne · 15 april 2009 op 10:26

De inhoud van het stukje is aangrijpend en feit dat je over Kindje praat,onderstreept voor mij het verdriet, de onmacht, en de poging tot de verdringing. Mooi en eerlijk verwoord.

LouisP · 15 april 2009 op 16:46

Bitchy,

zo goed beschreven. Ik zal nog vaak aan Bobby en dit gevoelige verhaal denken.

groet,

Louis

SIMBA · 15 april 2009 op 17:10

Ik kende het verhaal al en het heeft me weer getroffen, mooi opgeschreven Veer!

DreamOn · 15 april 2009 op 17:40

Heel indrukwekkend.

Ook die site, heftig hoor.

Liefs, DO.

lisa-marie · 15 april 2009 op 17:52

Heftig en ontroerend door deze manier van schrijven. Knap gedaan !
Ook op de site gekeken en was onder de indruk.

KawaSutra · 15 april 2009 op 20:40

Heel authentiek geschreven. Ik geloof echt dat dit soort dingen een enorme impact hebben op een moeder. En dat heb je uitstekend overgebracht.
Bobby is toch geen meisjesnaam? :eh:

Neuskleuter · 15 april 2009 op 22:35

Heel mooi, aangrijpend. Ik wist niet dat er zulke sites bestaan, maar ik vind het een mooi initiatief. Het is toch een online monumentje voor iemand die je nooit hebt gekend, maar alles van wilde weten..

doemaar88 · 16 april 2009 op 10:04

Heftig en aangrijpend geschreven. De emoties, onmacht zijn duidelijk voelbaar in dit stuk. Knap! Mooi ook, die website.

pally · 16 april 2009 op 14:42

Heel aangrijpend, de herinnering die naamloos rond blijft dolen, maar eenmaal genoemd, Rust geeft. :wave:

groet van Pally

Bitchy · 16 april 2009 op 19:22

@Kawa Toentertijd deed Andre van Duin een sketch waarin hij zijn buik vasthield en dan *bobberdebobbob* deed. Ik liep toen op mijn werk mijn kantoor binnen en deed hem regelmatig na. Vanaf die tijd noemde ik haar stiekem Bobby.

Dank jullie wel voor jullie lieve reacties!

Mien · 24 april 2009 op 16:56

Onder de indruk van deze waardig geschreven column.
Roerende website ook.

Mien

champagne · 1 mei 2009 op 09:44

Proficiat met je CvdM! Terecht een ereplaatsje voor Kindje.

DriekOplopers · 1 mei 2009 op 17:33

Een absoluut terechte CvdM!

Compliment, felicitatie en lieve groet!

Driek.

DreamOn · 2 mei 2009 op 00:07

Gefeliciteerd!

Fijn, dat deze prachtige column nog een maandje op de voorpagina staat! :kus:

Bitchy · 3 mei 2009 op 19:12

Ik wilde net lekker gaan lezen, toen ik opeens mijn naam op de voorpagina zag staan. Ben er enorm blij mee. Bobby heeft nu echt haar plekje gevonden, een ereplekje!
Eerlijk bekennen dat ik er best wel beetje emo van ben.
Dank jullie wel!! :kus:

Syl · 4 mei 2009 op 10:25

Jouw kadootje voor Bobby dit jaar is het mooiste dat je haar en jezelf hebt kunnen geven. Voor altijd “levend” in de Vlindertuin en nu ook op X en heel internet altijd terug te vinden. Niet alleen geeft het jou troost, maar ook duizenden vrouwen met je die hetzelfde hebben meegemaakt.
Megahug van je dinnetje. xxx

Dees · 12 mei 2009 op 12:39

Mooi stukje, ik heb het echt honderden malen gemist. Maar ben blij dat ik het nu gelezen heb.

Mup · 14 mei 2009 op 11:10

Ben sowieso gegrepen door je stuk, maar extra door ‘haar macabere humor’ die haar toen waarschijnlijk gered heeft,

Groet Mup

Geef een antwoord