Heel, heel langzaam haalt Klaartje de wikkel van haar snoepje af. Ondeugend en frivool kijkt ze Hieronimus aan. Ze knippert zwoel met haar wimpers. Vanuit haar ooghoek neemt ze de reactie van Hiero waar. Hiero, zo noemt ze haar mannetje altijd, als ze opgewonden raakt. Hiero weet al wat er komen gaat. Nu gaat Klaartje naar boven, naar de badkamer en gaat haar lippen stiften. Karmijnrood. Dat weet Hiero zeker. Vrijwel zeker. En inderdaad. Na een paar minuten komt Klaartje naar beneden. In een strak geruit rokje met ijzeren speld, de haren in een knotje en roze laklaarzen. Jemig de pemig. Wat ziet ze er gelikt uit, zijn alfavrouwtje. Stout stuurt ze haar tongetje over de karmijnrood gestifte bolle lippen.
Er knapt bijna iets bij Hiero. Dit had hij niet verwacht. Niet in zijn stoutste dromen. Onder de keukentafel vraagt zijn lid om aandacht. Zijn hofnarbolknak staat stram omhoog en schuurt in zijn veel te nauwe terlenka. Zijn knak wil naar buiten, dat mag duidelijk zijn. Koest, koest, briest Hieronimus en slaat met zijn vlakke hand tegen zijn gulp. Mag niet, mag niet. Lieve heer, vergeef me.
Ach Hiero, vooruit nu, doe niet zo belachelijk. Je weet toch wel wat voor dag het is vandaag? Het is zaadterdag. Ben je dat vergeten? Morgen is het pas zondigdag. Je vergist je? Doe niet zo flauw.
Maar, maar, roze laklaarzen, roze … laklaarzen. Dat was niet de afspraak. Niet op zaadterdag. Dat mag niet. Dat kan niet. Uit, uit, uit. Nu.
Nee Hiero, ben je nu helemaal daaro. Klaartje tikt veelbetekenend op haar voorhoofd. Het karmijnrood op haar lippen loopt van de opwinding een beetje uit. Haar onderste voortand kleurt nu ook roze. Dit is te veel voor Hiero. Hij ritst zijn terlenka open en springt achter de keukentafel vandaan. Al trappend probeert hij de terlenka over zijn schoenen te schuiven. Maar dat wil niet echt lukken. Hij valt. Hoort allemaal bij het spel.
Klaartje speelt de reddende engel. Snel tovert ze uit het keukenkastje boven de magnetron, twee doorzichtige vleugeltjes die ze snel op haar rug bindt. Uit de keukenla rukt ze een klein rood EHBO-koffertje. Hiero, Hiero, wat doe je daaro? Je bloedt, je bloedt. Blijf liggen. Ik kom eraan. Uit het EHBO-koffertje haalt Klaartje vliegensvlug een berebootpleister. De leukste die ze kan vinden. Och … arme Hiero. Je hebt toch niet je bolknak gebroken hè? Die heb je nog nodig hoor vandaag?
Hiero zwijgt en kijkt toe hoe Klaartje heel zachtjes zijn bolknakje masseert. Op en neer. Ritmisch. Lief. Zacht. De blik in haar ogen windt Hiero vreselijk op. Steeds heftiger masseert Klaartje tussen haar beide handen de knak. Nu en dan rollend en dan weer trekkend. De bol knakt er net niet af maar wordt wel langzaam vuurrood. Karmijnrood. Hiero begint te kreunen. Klaartje gooit haar volle lippen over zijn bolknak. Ze zuigt het bolletje tot aan haar huig naar binnen. Op en neer. Plop, plop, plop. Nog effe en dan … ja, ja, … ja, jaahhhhh … Klaartje is klaar. Nu is het de beurt aan Hiero. Maar Hiero is niet langer daaro. Hij heeft wat meer tijd nodig. Het is wat met die mannen. Klaartje zet intussen koffie.

5 reacties
Libelle · 22 augustus 2013 op 07:17
Tot het einde spannend. Gretig gelezen. Leuke naampjes en woordspelingen. Mooi. Louis denk ik.
Mien · 23 augustus 2013 op 09:40
Eens met Libelle, maar wie het geschreven heeft? Geen idee dit keer.
Nachtzuster · 23 augustus 2013 op 17:02
Ik zeg Harrie. Leuk gedaan.
Sagita · 27 augustus 2013 op 01:55
Eens met Nachtzuster ik denk dat deze door Harrie geschreven is.
Mien · 2 september 2013 op 10:02
Nou eigenlijk heb ik wel een idee. Deze RWIB heb ik geschreven. Leuk thema by the way. Dank aan Nachtzuster voor het initiatief. 19 Inzendingen op dit thema, daar mag je trots op zijn.