We waren hem bijna vergeten, de waardebon van vijftig €, mooi verpakt in een doosje met een strikje er rond. Via Tom Tom, in ons geval Garmin, heeft de auto ons feilloos tot op de millimeter bij het juiste adres gebracht. We parkeren deze tussen enkele modellen waarvan ik de naam niet wil noemen. Ik weet wél dat er een nulletje meer op het prijskaartje stond van onder andere de cabrio met wit-lederen zetels. We gaan schoorvoetend de taverne binnen waar we nog nooit eerder geweest zijn. Van af mijn stoeltje in de comfortabele eetgelegenheid zie ik enkele foto’s aan de muur. Ze tonen de geschiedenis van het vroegere handelshuis waarin we ons nu bevinden. Wat mij op één der foto’s vooral opvalt is het tramspoor die de hoofdstraat van toen domineert.
Inderdaad, ook hier, zo ’n dertig kilometer van de dichtstbijzijnde stad liep er dus vroeger een tramlijn die de mensen, indien hoogst nodig, tot in de stad én terug bracht
Weinigen weten het maar ik vertel het nu; in de beginfase van het “mechanisch” vervoer ging alles richting tram en trein. Oude zwart-wit foto’s van vele grote steden tonen ons naast paard en kar en hier en daar een verbaast naar de camera kijkende voetganger, telkens weer, ook de statige aanwezigheid van een tram.

Helaas, en ik zeg wel, helaas is de geschiedenis van de mobiliteit een andere weg ingeslagen, de weg van koning auto. Vele redenen, waaronder zeker de wetten van de economie, de wetten van vraag en aanbod, hebben ons bij de toestand gebracht die we nu met zijn allen ondergaan. Let op de woorden “toestand” en “ondergaan” die blijk geven van een sterk aanwezige vorm van groot pessimisme in mij.

Mijn vrouw nipt aan haar “sangria” terwijl ik een stevig biertje gekozen heb als aperitief. Ze kent me en weet dat ik nu zal beginnen fantaseren over dit onderwerp, de weg die “De Wereld” ingeslagen is en de pure vergissing daar omtrent.
Miljoenen auto’s die ongeveer om de tien jaar moeten vervangen worden, dicht slippende wegen met knooppunten zoals “De lange wapper” die al lang geen lange wapper meer is maar een project waarop Antwerpen zich zal failliet prutsen, uit de hand lopende onderhoudswerken… Kortom, een bijna niet te berekenen kostenplaatje, en, een druk op de maatschappij met misschien wel “werkgelegenheid” als enige excuses en verzachtende omstandigheid voor deze situatie…

“Koning auto zal, naast de elektronica met de daarmee gepaard gaande media, zeker één van de koplopers zijn wat invloed op onze samenleving betreft,” vertel ik verder maar ook hier kom ik bij een eerder spijtige vaststeling. Daar waar het vroeger allemaal begonnen is rond het genereuze idee “elk gezin een auto” (volkswagen) is onze Westerse maatschappij op talrijke terreinen zodanig geëvolueerd, dat dat ding gewoonweg onmisbaar geworden is. “ Wat doet bijvoorbeeld de pas afgestudeerde jongeling bij het solliciteren naar een job, als hij merkt dat een auto één van de hoofdvereisten is om er voor in aanmerking te komen?”
De ober kan het, jonglerend met onze voorgerechten, niet laten even de wenkbrauwen te fronzen. Hij kent zijn vak en mengt zich uiteraard niet in het aan gang zijnde gesprek.

Het is wel vaker zo met uitvindingen en evoluties constateren we samen. Vandaag wordt er iets op de markt gegooid en morgen kan men het niet meer missen. Daar waar er vroeger, maar dan wel heel veel vroeger, maar enkele fysieke basisbehoeften waren, (eten en drinken, een dak boven het hoofd en kleding,) komen er dus steeds apparaten bij die bijna onontbeerlijk zijn. Eens dat iets “ingeburgerd” is, is de weg terug als het terugdraaien van de klok. Dit klinkt als achteruitboeren.

Volgende evolutie van a, het avondje restaurantbezoek en b, MIJN onderwerp van gesprek:

“ Als, onder meer China, Indië en Pakistan dezelfde geschiedenis van ons Westerlingen zullen schrijven, wat betreft elk gezin een auto, dan komen er de komende decennia naar schatting zo ’n klein miljard auto’s bij!” fluister ik mijn vrouw toe. Ze knikt meewarig en verteld me dat er zich een heerlijke kookkunst op onze borden bevind. Vol van mijn eigen gefilosofeer ga ik druk verder. Ik vertel haar dat dat gigantische monster van de economie niet zo maar te stuiten is en dat, als marktonderzoek en trendsettende reclame, onze Aziatische medemensen in dezelfde valstrik van mobiliteit als de onze zullen lokken, er zelfs problemen voor de ganse Aarde zullen komen. “Energieproblemen, grondstoffenproblemen, vervuilingsproblemen en opwarming van de aarde zou wel eens het einde van de wereld kunnen betekenen!”
Te laat merk ik de ober op die andermaal een flardje van het gesprek opgevangen heeft. Hij vraagt of alles naar wens is en zet schijnbaar achteloos zijn weg verder. Zijn meewarige blik richting mijn partner is me niet ontgaan. HIJ doet maar, ik ben nog verre van uitverteld.

“We kunnen bijvoorbeeld de Chinezen, die momenteel de wereld aan het leegkopen zijn wat betreft ijzererts, olie en zelfs cement voor onder meer de aanleg van autostrades, toch niet verbieden te doen wat wij hen een veertigtal jaar geleden hebben voorgedaan!” Onverstoorbaar vervolg ik mijn relaas.
“ Waar waren we eigenlijk begonnen? “ vraag ik na een tijdje daar ik dan toch even de draad ben kwijt geraakt. Attent, zeer attent, mijn vrouw weet het nog. “ Bij die oude foto van die tramlijn!”
“Haha, die tramlijn! Stel U eens voor, dat we gans het kostenplaatje van die miljoenen auto ’s en de noodzakelijke infrastructuur in een openbaar vervoer zouden stoppen…”
“Maar, he… er is toch een openbaar vervoer?” onderbreekt ze me maar ik heb reeds nagedacht over dit gegeven. Doch neem ik er even de tijd voor en eet ondertussen nog wat verder, al is het maar om toch nog vlug eens alles te resumeren alvorens van wal te steken.
“Daar knelt het schoentje pas” schreeuw ik bijna euforisch ingetogen, om mijn grote gelijk. “ Eerst stuurt men aan op de auto als HET MIDDEL om zich te verplaatsen en daarna, als zowel de mensen als de ganse ratteklan van winkelcentra tot werkplaatsen en dergelijke, diep ingeburgerd zijn en, niet onbelangrijk, het systeem NU barst in haar voegen, zou dat openbaar vervoer plots de boel moeten redden!”
Het is bovendien ook zo dat het jarenlang gebruik van koning auto, nu voor de grootste concurrentie zorgt voor dat openbaar vervoer, ondanks de grote inspanningen van de overheid om de flexibiliteit van dat ding enigszins te benaderen. Er gaat ten slotte niets boven het gemak waarmee men bijvoorbeeld de kinderen naar het tennis brengt om hen daarna, op aangeven van een berichtje via de G.S.M. terug op te halen.

Bij het nemen van een koffie en het vragen naar de rekening die we niet kunnen betalen met enkel de cadeaubon leg ik haar ietsjes rustiger uit dat het allemaal niet zo simpel is. Enerzijds zijn er onze vehikeltjes die zoveel mogelijk zorgen voor het in stand houden van het huidige systeem, voornamelijk wat economie en mobiliteit betreft. Anderzijds is er een samenleving die veel vindingrijkheid aan de dag zal moeten leggen om grote problemen op te lossen.

We danken de uitbaters van de zaak voor het voortreffelijk etentje en begeven ons richting trouwe vierwieler. Met enkele vingertoetsen wordt de weg richting “huis” aan Garmin doorgegeven. Ik merk dat we ons op 78 km van deze plek bevinden. Gedwee volg ik de eerste richtlijnen van een iets te luide kille vrouwenstem: “Eerste straat rechts afslaan!”

“Achtenzeventig maal twee is honderdzessenvijftig” rekent mijn wederhelft me voor.

Nee, die auto was voor de mensheid geen goed idee…


Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

8 reacties

Libelle · 14 augustus 2012 op 08:58

U stijgt ver boven uzelf uit Meralixe, met dit verhaal. Mag ik dit zeggen?
Die solitaire zin in het midden had weg gemogen.
Veel plezier met uw trouwe vierwieler.

sylvia1 · 14 augustus 2012 op 09:27

Ik vind ‘m ook erg mooi. Meesterlijk hoe je die ober erin hebt geschreven. Goed geschreven, Meralixe, misschien ook omdat je in deze column grotendeels aan de stijl van een gesprek kon vasthouden. Jij bent een verteller, denk ik.

Sagita · 14 augustus 2012 op 16:30

Je hebt je stokpaard mooi in deze vertelling verpakt. Ik lees je prettige manier van schrijven graag. Heerlijk naturel! Daar hou ik van!
groet Sa

Ferrara · 14 augustus 2012 op 21:44

Tjonge, gij zijt een gezellige mens om mee uit eten te gaan. Ik dacht even dat de een na laatste zin de rekening van uw etentje was.

Meralixe · 15 augustus 2012 op 07:06

Aan allen, dank voor het reageren. :
Haha… ik wist na het schrijven van dit verhaal ook wel dat een gans etentje lang zeuren over die auto niet bepaald “gezellig” was. Anderzijds ben ik er wel in geslaagd, door wat ik kwijt wilde over Koning Auto in een totaal verhaal met restaurantbezoek en ober te gieten, de lezer vast te houden tot op het einde. De TE persoonlijke kijk op het ”probleem” kreeg zijn kans.
Waar ik NIET in geslaagd ben is ironie in het verhaal te stoppen zoals bijvoorbeeld Trawant dat zo heerlijk kan. Ik heb er wel naar gezocht. Deze ironie zou er dan in bestaan dat een betweterige zich zelf graag bezig horende Meralixe niet ziet dat hij maar een domoor is die de hemel mag prijzen dat vrouwlief er niet met de ober(en zijn cabrio met wit lederen zetels) vandoor is…
Eigenaardig, echt, eerlijk waar, ik ben bijna van plan geweest het verhaal onder de noemer “liefde is” te plaatsen wat dan slaat op het geduld van “Meralixa” om pakweg twee uur lang te blijven luisteren… :kus:

Ferrara · 15 augustus 2012 op 13:07

Meralixe, ik heb tijdens het lezen even aan Trawant gedacht. Inderdaad met de vraag wat zou die hier van gemaakt hebben.

Mup · 15 augustus 2012 op 15:46

Geduld van uw partner, kille vrouwenstem, wij noemen haar Ans.
Mooie sfeertekening,

Groet Mup

Wayan · 15 augustus 2012 op 18:40

Mooi beschreven, Meralixe ! Dit doet mij denken aan de inhuldiging van de stoomtram Antwerpen-Hoogstraten op 12 september 1885, zoals beschreven in het boek Mijn Land in de Kering van Prof. Dr Van Isacker.
Dankzij die stoomtram werd het platteland ontsloten en konden de boeren naar Antwerpen reizen om hun manden met groenten en fruit te verkopen.
Van auto’s was toen nog geen sprake. Mijn overgrootmoeder verkocht zo haar groenten in de stad door die stoomtram te nemen, dat vertelde mij mijn grootmoeder, die pas in 1886 geboren werd.

Ik hou van de volgende paragraaf in je column : We parkeren deze tussen enkele modellen waarvan ik de naam niet wil noemen. Ik weet wél dat er een nulletje meer op het prijskaartje stond van onder andere de cabrio met wit-lederen zetels. We gaan schoorvoetend de taverne binnen waar we nog nooit eerder geweest zijn.

Je verwoordt zeer subtiel de schuchterheid, die geen schaamte is.

Goede column !

Geef een reactie

Avatar plaatshouder