Ik mag niet liegen. Niet van de juffrouw, niet van mams, niet van paps en ook niet van al mijn tantes. Best wel moeilijk. Want wie liegt er nou niet? Ik hou heel veel van dieren en beesten. En het liegebeest is mijn favoriet. Ik heb er eentje gekregen toen ik zeven werd. Hij jaagt iedereen op de kast. Hij is heel trouw aan zijn baasje, het liegebeest. Hij laat zich door niemand anders knuffelen.
Maar soms is mijn liegebeest een echte lastpak. Vooral als ie niet wil luisteren. Gelijk een ezel. De ezel is mijn favoriete beest na het liegebeest. Een ezel kan ook zo’n lastpak zijn. Waar zou die dat van hebben? Zo’n lastige ezel verkoop je dan liefst een muilpeer. Een lastdier is het zo’n muilezel. Als je zo’n ezel goed bekijkt dan zie je dat ie eigenlijk niet goed bij zijn hoofd is. Mijn moeder zegt dan dat ie koppig is.
Ja, ja, ze lijken best veel op elkaar. De ezel en het liegebeest. Met dit verschil dat mijn liegebeest niet grijs is, maar groen. Hij lijkt ook een beetje op een slang. Een ezel heeft poten. Die kan de benen nemen bij een leugentje om bestwil. Maar mijn liegebeest kan dat niet. Hij krijgt ook altijd rode koontjes als ie liegt. Dat slaat dan als een tang op een varken. Want rood en groen geeft boerenfatsoen. Dat zegt een van mijn tantes altijd. Maar meestal komt mijn liegebeest goed weg met zijn leugentjes. Een ouwe ritselaar is het, die groene slang.
Hij kan ook dromen mijn liegebeest. Laatst droomde hij dat ie achterna gezeten werd door een vreemd meneerke met een grote loep. Een tovenaar met de naam Pepijn had die grote loep voor het meneerke getoverd. Pepijn woonde op een eiland, net als het meneerke. Verder woonde er nog een rare vogel op het eiland en een wetenschapper. Een vlerk van een vogel en een verstooide wetenschapper. Vlerk had gezien hoe de maffe wetenschapper had geprobeerd twee koffiepotten op te blazen. Als experiment. Maar voor de wetenschapper dat kon doen waren de twee koffiepotten snel ontsnapt. De twee koffiepotten gedroegen zich als robots en serveerden iedereen gratis koffie die een compliment maakte. Bij de twee koffiepotten kwam niemand tevergeefs op de koffie.
De laatste tijd praat mijn liegebeest een vreemde taal. Het lijkt op Nederlands, maar is het net niet. Hij heeft het dan veel over maaien en zunnen. Wat zunnen zijn weet ik niet. Maaien heb ik hem geprobeerd te voeren. Maar die spuwt ie gelijk uit. Mijn liegebeest is volgens mij een vegeterrier. Een beest dat alleen maar groen eet en daarvan heel oud wordt. Net als de dinosauriërs, heel vroeger. Het liefst eet mijn liegebeest patatten. Net als ik. We noemen elkaar dan voor de grap patatteneters. Vrij vertaald naar een eenorige kunstenaar met rood haar. Die zag ik in een stripverhaal voorbij komen en had ook iets met patatten. Nu … ennen … die zag net als ik en mijn liegebeest geen sterretjes maar zonnebloemen in de donkere hemel hangen. Dat is maf, maar ook heel mooi.

2 reacties
Libelle · 15 augustus 2013 op 18:16
Volgens mij is dit Harrie.
Beste Harrie, jou herken ik uit duizenden, zonder licht en in diepe duisternis. Iemand die om de tien woorden vloekt, herken je ook, maar dat bedoel ik niet. Het is het Eric en het klein insectenboek achtige..
Ik zou een boek van jouw hand gewoon uitlezen, puur van plezier.
Ferrara · 15 augustus 2013 op 23:16
Ik lieg niet als ik zeg dat ik deze liegebeest wel leuk vind.
Een liegebeest met rode koontjes. Sommigen krijgen een lange neus, maar dat is een ander verhaal.