‘Pa, loop jij nu eens de andere kant op, dan weten we het zeker!’
Mijn vader en ik wisten het toen niet zeker. Mijn zoon en ik weten het nog steeds niet zeker. Maar ik loop nu zonder mijn vader, zonder mijn zoon. Ik wandel met mijn hond Bill. We lopen allebei in dezelfde richting. De maïs staat inmiddels zo hoog dat zwarte basketbalspelers uit Amerika zich daarin heel lang zouden kunnen verschuilen zonder door de knieën te hoeven gaan. Misschien zou zelfs John Coffey daar een veilig plekje vinden. De boeren van Kalmthout vinden het verstoppertje spelen in hun eten waarschijnlijk niet leuk.

De maan, onze maan, is nog niet helemaal vol. Wij slalommen door het groen. Zo laten we de meegaande maan onregelmatig gedeeltelijk verdwijnen achter grillige doodstille zwarte takken of graaiende maïsstengels. Om een decor te creëren dat me aan schilderijen doet denken van de Belgische surrealisten Magritte en Delvaux. Een lichtbol ontstaan uit een geheimzinnig palet op het donker perkament, getekend met en door Oost-indische inktlopers. Napelsgeel geschraapte pastelgensters maken het nachtelijk plaatje compleet.

Een mooi gezicht. Een ver gezicht. Maan heeft een gezicht. Wanneer de maan nog niet helemaal rond is lijkt hij op een masker. Een masker dat niet zou misstaan in het circus van de zon. Niet echt vrolijk, niet echt somber. Er tussen in. Zoals een boer met kiespijn. Die toch lacht.
Soms lijkt de maan wat triestig, een andere keer is het alsof hij glimlacht met blozend gebolde kaakskes en pretoogjes. Alsof hij geniet van de afwezigheid van zijn hete concurrent op het hoogste schavot.

De zon verwarmt, maakt mensen blij, bruin en verlicht. Zon is een allemansvriend. Die je nooit voor jezelf alleen hebt. Geef mij maar de maan. Vooral rond het middernachtelijk uur.
Sterren stralen en de zon is hot. Maar de maan is mijn kameraad geworden. Een vriend. Een verre vriend. Mijn verste vriend. Op zo’n late stille donkere nacht. Wat knipogen, verstoppertje spelen, samen oplopen, de tijd nemen. Dat schept een band.

De donkere kant van de maan en het elastiekje van dat masker zou ik wel eens willen zien.
Zou mijn hond daar mee akkoord gaan, om de achterkant te gaan bekijken? Dat is ver lopen. Iets meer dan die anderhalve kilometer van de laatste wandeling.

Heb ik ooit in het donker gewandeld zonder naar de hemel te kijken? Naar de maan en de andere hemellichamen? Met de ogen wat toegeknepen lijkt het alsof er aan de maan en de sterren lichtgevende veertjes zitten.

Sterren en sterretjes. Grote beer, kleine beer. De melkweg. Amaai zunne, ook daar gaan de boeren van Kalmthout niet mee kunnen lachen!
Sterren die geen witachtig licht afgeven maar eerder knipperend rood licht en bewegen zijn naar mijn bescheiden mening géén sterren.
Wit licht, daarmee staat of valt een echte ster en wanneer die valt doe ik een wens. Wat zou ik willen wensen? Geen honger, leed en onrechtvaardigheid? Geen discriminatie? Geen verdwaalde, verstopte en verloren kinderen? De gave van John Coffey?

Even stilstaand bij het derde boerderijtje aan de beek, met mijn gezicht naar de overweg. Twee stappen voor de gespleten treurbeuk. Op de afstand van een volwassen liniaal zie ik horizontaal links van de maan Venus. Dan een paardesprong hoger het Noorderlicht. Daar weer vandaan richting kerktoren op een passerspagaat een ministerretje. En nog één! En nog één! Plotseling lijkt de hele lucht bezaaid met sterren. Een miljoen sterren. Schitterend!

Mijn grappige hond naast me, mijn bijna droevige, bijna volle maan boven me. Sterren overal. Wat kan een mens nog meer wensen? Mocht u ooit eens in de gelegenheid zijn om de maan in al zijn glorie te bewonderen?
De maan en de andere hemellichamen eens aanschouwen. Zoals bijna alle mensen op de wereld minimaal één keer hebben gedaan. Mijn vader, Magritte, Van Gogh, Arta en Pally. Air Jordan, Tom Hanks, Rubin Carter en John Coffee.
Misschien hebt u het geluk dat ik vanavond nog had, dat er net een luchtig wolkje voorbij drijft. In het schamele licht. Of het geluk van een vallende ster! Wat zou u willen wensen?
Ik weet voor wie de volgende ster is die ik zie vallen!

Het meelopertje aan de andere kant van de lijn, op amper veertig centimeter van de grond gromt zachtjes en kijkt me aan. ‘Ik ben moe baasje. Zo moe als een hond.’
Hoe laat is het eigenlijk?
Ik kijk naar de maan en daarna op mijn horloge. Ze staan bijna gelijk.

Categorieën: Algemeen

7 reacties

Marja · 14 januari 2012 op 12:19

Prachtige overpeinzingen. Ik heb hiervan genoten.
Ben zelf dol op de maan.

arta · 14 januari 2012 op 13:51

Geweldige titel!
Verder ben ik het volledig eens met Marja en voel me wel vereerd, hoor, om genoemd te worden! :oeps: (Ook nog in één adem met Pally)

Harrie · 14 januari 2012 op 15:13

Eens met Arta. Mooie titel. Mooie column ook. Mis alleen een beetje lunatic. 😀

Meralixe · 14 januari 2012 op 15:43

Louis P ziet sterretjes.
Louis P in dromenland.

Maar wel mooi!!!

Het meelopertje aan de andere kant van de lijn, op amper veertig centimeter van de grond gromt zachtjes en kijkt me aan. ‘Ik ben moe baasje. Zo moe als een hond.’

Van wie is dat liedje alweer “wie laat wie nu uit”

Juist, Rudi Carrell uit 1978.

Mien · 15 januari 2012 op 11:53

Mooi column Louis.

[quote]Ik kijk naar de maan en daarna op mijn horloge. Ze staan bijna gelijk.[/quote]
:duimop: :duimop: :duimop:

Mien

pally · 15 januari 2012 op 16:12

Wat een heerlijke maanzieke column, Louis, en ik
– Je noemde het al, dank je – . Ook ik ben een groot maanliefhebber. Voel me klein en groot tegelijk als ik hem zie met die bergen er in en er omheen lijkt het zich eindeloos uit te breiden, hoe langer je kijkt hoe meer er komen. En de verre beloftes en gedachtes die maan en sterren in zich hebben…
Een fijne associatieve column. Al wandelend en vooral naar boven kijkend (pas op voor vallen!) geschreven. Bestaan er ook sterrenkijkers voor hondjes, denk je? 😉

Groet van Pally

sylvia1 · 8 mei 2012 op 14:16

Geweldig mooie column. Vooral die laatste twee zinnen… wow!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder