Ik werd naar een strenge katholieke jongensschool gestuurd en als je me vraagt welke leraar je bijblijft was dat meneer Buyle. Hij was in de zeventig, had de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt en had zoals hij zelf zei ogen op zijn rug. Eigenlijk was hij stokdoof en droeg hij een gigantische bril want stekeblind was hij ook. Maar hij had de arm waar een batting man in de Baseball League enkel kon van dromen.

‘Iedereen handen achter de rug en pennenzakken in de boekentas, ik wil niet dat jullie zitten te prullen tijdens de les.’

Er werd gebabbeld terwijl meneer Buyle het bord volschreef met geschiedkundige weetjes en geografische gegevens. Hij had het gehoord. O jee, de regel werd bovengehaald, eigenlijk was het een uit de kluitengewassen kerfstok hij mepte op volle kracht op de babbelaar zijn hand. Die jankte en wreef over zijn vuurrood geworden hand.

‘Neem allemaal een voorbeeld aan Michaël,’ zei hij

In zijn ogen was ik een perfecte leerling. Altijd aandachtig, beleefd en vooral stil. Dat de oorzaak een ziekelijk angst voor straf was wist hij niet. Ik bracht mijn prille schooljaren door als een zenuwwrak. De meeste leraars hadden een pik op me. Omdat ik dik was. Omdat ik niets kon van rekenen en vooral omdat ik vals zong in het koor elke woensdag toen er op school de misviering doorging. Ze hadden zelfs een altaar en een priester. De meest memorabele dag was toen de dochter van een leerkracht onze speelplaats betrad. We dachten dat er een alien geland was, met ogen als biljartballen en onze mond een open tochtgat staarden we haar aan. Een meisje. Zo’n school was dat.

Meester Buyle gaf verschillende graden les en deed de ochtendstudie er ook nog bij. Hij maakte één fout. Een stotteraar slaan omdat deze zijn naam door elkaar haspelde. Toen kwamen de oudercomités in opmars. Meneer Buyle werd verplicht jaren na datum op pensioen gestuurd.

Soms vraag ik me af wat er van die drilsergeant die mij altijd respectvol behandelde en iedereen gelijk behandelde geworden is. Ik vrees dat die mens in een zwart gat zal beland zijn. Les geven was zijn leven. Maar er waren ouders die zich begonnen moeien op het oudercontact waar mijn leraars (die zakken die me niet konden luchten en me vernederden) poeslief deden en de ouders paaiden voor het geld. En leerlingen werden mondiger en begonnen zich te verdedigen tegen lijfstraffen. Sommigen deelden er zelf uit aan de leraar. Ik zag de kentering. Net als dat schilderij van William Turner, een zeilboot die door een stoomboot voort werd getrokken, of wat de schilder nog meer raakte was het fototoestel. ‘Dit is het einde voor de schilderkunst.’ zei die
Volledig gelijk geef ik hem niet en hij zag niet dat de fotografie zelf een tak van de beeldende kunst werd.

Wel zo was het met meneer Buyle, leeraren mochten geen tikken meer uitdelen en zich plooien in bochten van ouders en leerlingen. De tijden heb ik persoonlijk zien veranderen. Het heeft me een dubbel gevoel. Net als het afschaffen van de legerdienst waar van jongens mannen werden gemaakt. Die tik verdienden ze meestal wel en orde en tucht kregen ze zo ook aangeleerd. Wat goed was, want niemand, zeker die oudercomités willen voor hun spruit een school waar anarchie heerst. En daarvoor, voor die lessen ben ik u dankbaar meester Buyle.

Categorieën: Algemeen

3 reacties

StreekSteek · 31 augustus 2016 op 13:18

Je weet beelden steeds weer in de juiste woorden te vatten.

Esther Suzanna · 1 september 2016 op 00:27

Mooi ☺

Mien · 1 september 2016 op 08:28

Ik kan me een beeld van Turner herinneren op een stoomboot of was het nu een zeilboot? Waarbij hij de ervaring van de belevenis in een schilderij of tekening vatte. Dat kan met fotografie nooit en te nimmer. Schilderkunst is veel meer naar binnen gekeerde emotie en fotografie meer naar buiten gekeerde. In het geval van de stokslagen. Pijnlijk naar binnen gekeerde emotie. Knap en kwetsbaar hoe je hier een lelijke geschiedenis optekent Midian. Uit vervlogen tijden, gelukkig.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder