Mien

Gepubliceerd door FranK op

Een Chinees? Dat wist de mevrouw van het pension niet. Haar hoofd loopt over. Ze is druk, erg druk. Naast pensionhoudster werkt ze als verzorgster van dementerende bejaarden. Ze heeft gewerkt vandaag en is net thuis. Pff. Met deze warmte valt het niet mee vertelt ze. Veel herhaling zeker, zei ik in een poging tot empathie. Maar het gesprek met de demente bejaarden was zij al voorbij denk ik. Het ging vooral over het niet luisteren van de bejaarden. Met deze warmte zijn ze dwarser dan ooit, volgens mevrouw. Ze zou ze graag wat hardhandiger corrigeren maar je mag niets terug doen hè, oreert ze. Ik kijk haar aan, beoordeel haar blik en denk dat ze ze het liefste een mep zou verkopen of ze tussen haar enorme borsten zou willen pletten. Een imposante voorgevel is het. Ik hoop dat ik daar niet van ga dromen vannacht; van die enorme vleesbommen, met die warmte. Beelden van zweet, smetplekken, zinkzalf en Engels pluksel doemen op maar verdwijnen gelukkig ook weer snel. Ik ril even. Ik kan ze ruiken. Zucht. Maar goed, geen Chinees. Weer geen Chinees. Wel een snackbar met twee schattige dames die zich verontschuldigden voor het feit dat ik hun Fries slecht kan volgen. Hamburger, patat en bier stonden op het bord boven de toonbank. Ik wees aan, betaalde en kreeg wat ik wilde. Er was uiteindelijk geen gesproken taal voor nodig. Het was mijn diner. Na een tweede blikje bier, dat ik had verkregen door het eerste omhoog te houden, oogcontact te zoeken en met opgetrokken wenkbrauwen naar het lege blikje te knikken, vertrok ik. Op de fiets richting dijk ging het. Ontdaan van de fietstassen en gesterkt door het diner was fietsen weer vooral plezier. Geheel in lijn met de afgelopen dagen was ik ook nu vrijwel alleen. Op de dijk aangekomen plaatste ik de fiets tegen een hek en zocht ik een plekje op het geasfalteerde deel. Slechts vogelgekwetter en mekkerende schapen om me heen. Een boot in de verte, de zakkende zon, terugtrekkend water en glibberig wad. Groeiend land is het. Een stukje waddeneiland zag ik, Terschelling gokte ik, Ameland kon ook. Het maakte niet uit.
Ik heb daar even gezeten, denkend aan dat wat mij bezig zou moeten houden. Een voor een passeerden mijn thema’s de revue: Hechting en ontvlechting; nestwarmte en luchtruim; vasthouden en loslaten; vrienden en geliefde; het waarom van fietsen door verlaten land. Verder dan wat mijmeren kwam ik echter niet. Ik liet het gaan. Concrete gedachten vervaagden. Het was het meditatieve niets van deze omgeving. Langzaam gingen ze uiteindelijk op in dat wat een mooie avond was.

Tegen half tien kwam ik terug bij het pension. Mevrouw was er nog. Samen met een man zat ze aan een late maaltijd. Ik herkende wortels en doperwten. Ze dronken er een glaasje fris bij. De man stelde zich voor als Henk, haar man. Mevrouw realiseerde zich dat ze zich ook nog niet had voorgesteld en gaf me een stevige hand. Willemien zei ze, maar iedereen noemt me Mien. Dat mocht ik ook doen.
Op uitnodiging schoof ik aan. Over koetjes en kalfjes ging het; windmolens en aardschokken. Mien voerde het woord. Ze had antwoorden en opvattingen. Daar kwamen Henk en ik niet tussen. Henk kende zijn plek. Ik luisterde, humde, voelde mijn benen en dacht aan mijn bed. Na ruim een half uur nam ik afscheid.

Het pension telde tien kamers. Ik had kamer een gekregen omdat ik als eerste was aangekomen. De overige gasten hadden trouwens afgebeld vertelde Mien. Ik zou vannacht de enige gast zijn. Ik maalde er niet om, het was goed.
Ik was bij Mien in vertrouwde handen.

Categorieën: VC-FranK

10 reacties

SIMBA · 1 september 2014 op 09:40

:yes:

Meralixe

Meralixe · 1 september 2014 op 10:05

Hm… Simba, dat is naar mijn mening toch een vrij positieve reactie hoor. Tuurlijk mogen meningen verschillen maar ik heb me echt door de tekst (zonder witregels) moeten sleuren. :no:

    SIMBA · 1 september 2014 op 18:08

    Zeker een positieve reactie. Ik vond het lekker lezen en een leuke titel van diegene die het stokje van Mien overneemt.

troubadour · 1 september 2014 op 12:57

Een werkelijk prachtige column vind ik het. Je proeft gewoon het vermogen van de schrijver om zijn beleving royaal en ongeremd te uiten. De beschrijving van de weelderige borsten spelen daarin een belangrijke rol, je proeft dan zijn nieren en weet; dit is een tweede Tommy Wieringa, deze schrijver laat zich niet insnoeren..
‘Engels pluksel’, wat een rijkdom!

evil-ine · 1 september 2014 op 13:39

Een tastbaar avontuurtje. Er gebeurt niets en ook veel tegelijk. Ik heb me niet ‘door de tekst geworsteld’, eerder fietsend met een beetje wind mee. Toch was ik aan het eind verbaasd, ik verwachtte een afsluiting. Maar dat is geen must denk ik. Of is het een eind dat ik niet snap, dat kan ook.

pally

pally · 1 september 2014 op 16:02

Hele mooie column, Frank! Geschreven op het ritme van een doorgaande gedachte- en ademstroom op de fiets. Waar ik normaal erg hecht aan alinea’s vond ik het hier juist goed zonder.

Dees

Dees · 1 september 2014 op 18:20

Ik vinnum prachtig. VC-waardig bovendien. Zeer welkom. Het lezen over het meditatieve was bijna meditatief. Knap gedaan.

Mien · 1 september 2014 op 23:45

… het waarom van fietsen door verlaten land.
Alleen al daarom brandt een stukje trots en bewondering in mijn borst. Verheugd over een spannende eersteling … die beantwoordt aan verwachting …
Thanks FranK. Ook voor de bijzondere ode aan Mien. Kortom, het smaakt naar meer. 😉

arta

arta · 3 september 2014 op 15:43

Ik vind hem ook geweldig!
Ben benieuwd naar jouw volgende VC’s!

FranK · 14 september 2014 op 09:17

Dank voor jullie aardige en waarderende reacties.

Geef een reactie