Keurig zitten veertien kinderen om de doopvont, waaruit mijn nichtje elk moment haar doopsel mag ontvangen. Ze is al acht, dus begrijpt de woorden van de pastoor goed. Over een paar minuten zal zij erbij horen, bij de club. Bram kijkt achterom de kerk in en zoekt mijn blik. Hij is niet gedoopt en hoort er dus niet bij. Na het verwonderen, worden de vissen in het weiwater bewonderd, waarna de priester zich tot de kinderen richt.
“Weten jullie wat je allemaal met water kunt doen?”
Opgetogen steekt Bram zijn vinger op.
“Vissen!” krijst hij zo hard in de microfoon, dat elke aanwezige automatisch naar zijn oren grijpt. Trots kijkt hij weer naar ons om. [i]Zouden ze me wel gehoord hebben?[/i]
“Prima, prima”, zegt de pastoor. “Maar wat kun je er nog meer mee doen?” Door gebrek aan reacties van de andere kinderen, geeft hij met tegenzin de microfoon nogmaals aan mijn zoon.
“Je kunt er in plassen!” Bram kan er als enige smakelijk om lachen. De voorganger laat de rest van de vragen, die ook in het misboekje staan, varen.
“Jullie mogen nu allemaal in het water blazen, zo hard je kunt.” Tijdens het luide blaasconcert springt een fontein aan.
“Knap, hoor. Jullie hebben het water aangeblazen.” Sprakeloos staren de kinderen naar het wonder dat zij teweeg hebben gebracht. Bram niet. Als een echte spuit elf hangt hij met zijn hoofd onder het water, al mededelend: “Zo, nu ben ik ook gedoopt. Mag ik straks tenminste een tosti.” Na nog enkele terloopse opmerkingen, over wie nu toch die scheet heeft gelaten en andere interessante zaken, is de priester het zat. Water naar de zee dragen is duidelijk niet zijn stijl. Enigszins overspannen worden de kinderen weer naar hun plaats gepraat.

“En dan is het nu tijd voor het allerbelangrijkste.” De pastoor spreekt op geheimzinnige toon. De dopelingen, Ricardo, Ashley en Dylano mogen inclusief bijpassende ouders naar voren komen. Het lijkt alsof er plots een waterstofperoxidebom is ontploft die alleen vrouwen treft. Platinablond kent meer gradaties dan ik ooit voor mogelijk hield. Een tweede gevolg van de explosie lijkt totale dementie te zijn. Dit effect treft beide seksen. Niemand weet meer waarom ze eigenlijk hun kind laten dopen. Naar wie hebben ze het vernoemd? Ís het überhaupt vernoemd? Of ging het toch alleen maar om het feestje? De waarheid blijft in het midden.

Het gedrag van de kerkbankers is volkomen in evenwicht met dat van de mensen op het altaar. Onder gezucht -[i]”het duurt zó lang”[/i]- vliegen er sigaretten door de lucht. “Kunnen we er straks gelijk eentje opsteken.” Een lesbische peettante wordt onder grote hilariteit tot pottante benoemd en mijn zus, moeder van de gedoopte, zit de hele dienst de laatste roddels uit te wisselen met haar achterbuurvrouw. Wanneer de pastoor zegt dat god achter elk mens staat, begrijp ik haar.

Mijn vriend schuift steeds verder over de kerkbank naar het gangpad. Zijn houding zegt: “Ik hoor hier niet bij.” Mijn hand, strak in de zijne, voert echter de boventoon. Onopvallend zoekt hij gevoelsmatige hulp bij de andere families maar, niet gehinderd door enige mate van IQ, wordt dat als vriendelijke groet opgemerkt. Zijn blik daalt ontmoedigd weer naar de grond. Op zoek naar het gat, dat er nooit is wanneer je het nodig hebt.

Vol goede moed probeert de priester de strijd met de ongeïnteresseerdheid van de aanwezigen aan te gaan. Het is tevergeefs. Vlug worden de kinderen bewaterd vanuit de kerkelijke vissenkom. Mijn nichtje probeert nog een poepje van haar voorhoofd te vegen, maar de oliehand is sneller. Ze krijgt een donkerbruin liegebeestkruis op haar voorhoofd. Toch kijkt ze trots. In rap tempo wordt de mis afgerond. Achter in de kerk beginnen de mensen zich al voor de volgende dienst te verzamelen.

Opgelucht staan we op. Het feest wordt overgeslagen. Waarschijnlijk gaat ook dat in het water vallen. Naar huis, de eerste zegen van vandaag.
Terwijl we mijn zus gedag zeggen, komt de pastoor bij ons staan.
“Ik krijg nog zestig euro van u”, verwijt hij haar, als ware het de ultieme mis-daad. Met zo’n commercieel christelijk talent slaan we het collectebakje bij de uitgang graag over. De communiedienst in april overigens ook. Eén misser per jaar lijkt mij ruim voldoende.

Categorieën: Diversen

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

16 reacties

lisa-marie · 19 februari 2009 op 17:32

Dit had ik echt willen zien 😆 😆
Helemaal top ,ik heb genoten en ontzettend gelachen

Syl · 19 februari 2009 op 17:36

60 euro? Kon de pastoor niet gewoon wat water bij de wijn doen? Heerlijke column 😀

maurick · 19 februari 2009 op 18:17

Grappige column!

Toch vind ik de hoeveelheid humor te groot. Misschien had je het beter kunnen doseren, want nu val je van de ene grap op de andere, en dat is zonde.

Desalniettemin, leuk gedaan 😉

BTW, een groot deel van het gecollecteerde geld wordt vaak genoeg besteed aan “het bloed en de pis van Jezus”, namelijk in het café. Dit wetende door een persoonlijke ervaring met een dergelijk individu.

pally · 19 februari 2009 op 18:32

Hilarische gebeurtenis, en nog hilarischer beschreven, Arta! Carnaval in de kerk!

[quote]het lijkt wel of er plots een waterstofperoxidebom is ontploft.[/quote]

😆 😆

Maar [quote]weiwater[/quote]
Moet echt ‘wijwater’ zijn. 😀 Of mis ik een grapje?
Geinige titel, trouwens

groet van Pally

SIMBA · 19 februari 2009 op 18:55

[quote]Zijn houding zegt: “Ik hoor hier niet bij.” [/quote]
Natuurlijk hoort hij er niet bij, de “kouwe kant” hoort er nooit bij 😀 Maar jij arta….jij hoort er wél bij 😆

WritersBlocq · 19 februari 2009 op 20:00

Onwijs leuk stukje, maar het deel waar verveeld wordt is veuls te lang, daar had van mij in geschrapt mogen worden. ‘Mis-daad’, geweldig 🙂

Mosje · 19 februari 2009 op 21:02

Weiwater, wijwater, zijwater. Pally ziet weer eens water branden.
😉

doemaar88 · 19 februari 2009 op 22:32

[quote]“Ik krijg nog zestig euro van u”, verwijt hij haar, als ware het de ultieme mis-daad.[/quote]
😆

Een leuk stuk vol humor!

u-queen · 19 februari 2009 op 22:43

De pastoor zal wel blij geweest zijn met je zoon 😆
Heel leuk en veel humor 😀

LouisP · 20 februari 2009 op 00:38

goedemorgen ArtA,
ik heb jouw stukje een paar keer gelezen. Het lijkt voor mij duidelijk. Je weet wat belangrijk is en wat niet. Volgens mij is het verhaal over de overleden duif ook van jouw hand. De meer gevoelige schrijfsels door jouw op papier gezet vind ik persoonlijk wel beter.

Wel bijzonder om dit weer te lezen.

L.

Mien · 20 februari 2009 op 07:44

Dit is geen misvatting maar ik ken sterkere columns van jou.

… enneh hoort Bram er nu echt bij?

Ik was vooral benieuwd naar de tosties.

De afterparty van een doop maakt het feestje altijd compleet!!!

Evenzo de voorpret … de zenuwen, het aankleden … de stress!

Mien (dronk al het wij- zij- ons- hem- en haarwater op)

pally · 20 februari 2009 op 10:20

Hoezo dan, Mosje, dat wéér eens water zien branden?

Pally :eh:

Anne · 20 februari 2009 op 13:55

Da’s nog duur zat zeg, gedoopt worden. Of was het tien per kind misschien? Vijftien? Hoe dan ook de priester kon goed rekenen. Dat wel.
Fijn geschreven stukje Arta. Functioneel cynisme, geheel op zijn plaats hier.

arta · 21 februari 2009 op 08:51

Dank jullie wel voor de reacties!
Enne…to much? Ik heb in deze bizarre gebeurtenis al moeten schrappen, schrappen, schrappen. Overdrijven was niet nodig: Een hele kerk vol ongelovigen, die hun kind laten dopen voor de vorm of voor het feestje. Geweldig grappig, maar ook heel cru.

Weiwater moet idd écht wijwater zijn… Zou de verschrijving door het kuddegedrag om mij heen zijn gekomen? 😀

Dees · 21 februari 2009 op 11:08

Geweldig grappig, met prachtige subtiele grapzinnen:

[quote]Het lijkt alsof er plots een waterstofperoxidebom is ontploft die alleen vrouwen treft.[/quote]
[quote]Zijn blik daalt ontmoedigd weer naar de grond. Op zoek naar het gat, dat er nooit is wanneer je het nodig hebt.[/quote]
[quote]Ze krijgt een donkerbruin liegebeestkruis op haar voorhoofd.[/quote]

Ik krijg er zin van om naar de kerk te gaan 😀 De katholieke wel te verstaan, want ongelovige katho’s have more fun than ongelovige gerefo’s, dat is wel weer duidelijk!

KawaSutra · 22 februari 2009 op 00:15

Goed geschreven Arta. Tegenwoordig zie ik alleen nog niet-gelovigen in de kerk bij begrafenissen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Geef een antwoord