Het is wel een woord dat we een jaar geleden nooit gebruikten, mondkapjesplicht. Een mondkapje, dat was iets dat in het ziekenhuis werd gebruikt. Of als er met gevaarlijke stoffen werd gewerkt. En dat waren dan ook hele andere exemplaren dan de stoffen lapjes die inmiddels het straatbeeld beheersen.

Vanaf 1 december is het dan zo ver. Het is verplicht om in openbare ruimtes een mondkapje te dragen. Als we de weekenden in België waren, was het op veel plaatsen al verplicht dus voor mij is het niet zo’n moeite. Daar noemen ze het overigens een mondmasker. Dat allitereert een beetje dus dat vind ik dan weer mooier klinken. Maar ach, what’s in a name.

Ik heb de discussie over voor en tegen zijdelings gevolgd. Natuurlijk, Het zal heus niet volledig afdoende zijn. Anderhalve meter afstand blijft nog altijd belangrijk, evenals het ontsmetten van spullen en het goed wassen van je handen. Maar het is toch weer een klein wapen in de strijd naar een normale maatschappij. En al doe je het niet voor jezelf, doe het dan in ieder geval voor je medemens. Je wilt een ander toch niet besmetten. Zeker niet de ouderen en wat minder weerbaren onder ons.

Hoewel, dat van die ouderen is soms toch wel heel betrekkelijk. Je hebt er eigenwijze exemplaren tussen hoor. Mensen die denken dat ze, omdat ze een zekere leeftijd hebben bereikt, ze dan ook een zekere wijsheid hebben ontwikkeld. Je hoort ze vaak ook al van een afstand oreren.

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje kwam ik er ook een tegen in de supermarkt. Ik stond achter hem in de rij bij de kassa. Mezelf al verwensend dat ik geen zelfscanner had gepakt. De dame achter de kassa droeg een kunststof kapje dat steunt op de kin. De man vroeg of ze daar geen last van had. Hij droeg zelf niets. De kassière gaf toe dat ze het niet fijn vond. Maar dat iedereen daar last van had. En dat er nog even niets aan te doen was. “U draagt geen mondkapje, bent u niet bang voor besmetting?” vroeg ze. De man keek haar een beetje laatdunkend aan. Hij vond het zichtbaar allemaal maar onzin.


Mevrouw, ik heb al 40 jaar geen griep gehad, ik heb een uitstekend immuunsysteem.”

Nadat de man had afgerekend gebaarde de kassière me te wachten. Ze haalde onder de kassa een enorme spuitbus met desinfectiemiddel tevoorschijn en besprayde omslachtig en demonstratief de boodschappenband en pinautomaat om daarna alles schoon te poetsen met een groot stuk keukenrol. Het gezicht van de oude man was goud waard.

Categorieën: Algemeen

1 reactie

Nummer 22 · 8 december 2020 op 14:24

Mooie observatie en vlot geschreven Machteld! Chapeau Ik herken de Belgische aanpak toen ik als expat in Antwerpen woonde en werkte. Ook ik droeg een mondmasker en zeker als ik Delhaize ging bezoeken in de wijk ‘T Eilandje. Helaas was mijn favoriete brouwerij toen al weken gesloten. De Antwerpse Brouwerij Compagnie schuin tegenover waar ik mijn appartement had op de 3e etages. Ik keek direct naar de ingang maar de poort bleef gesloten, maar dit terzijde.
Enfin, enige figuur die ik accepteer zonder mondmasker of in onze taal; mondkapje is Roodkapje! Roodkapje? ja, een sprookjes figuur voor bezoekers van De Efteling. Roodkapje zou dan haar naam moeten veranderen in Roodmondkapje! Zeg, Rondmondkapje waar ga jij henen? Ik?, ik ga naar Bonmama (B), Grootmoeder )NL) koekjes brengen zij is zo alleen maar wel op 1 meter 50 afstand van haar voordeur. Pas maar op Roodmondkapje in het bos wonen een nieuwe virus, pas maar op…pas maar op!
Maar, Machteld ook dat terzijde.

Geef een antwoord