Het jonge stel dat naast ons woonde, is onlangs verhuisd. Ze woonden heel graag aan ‘ons’ haventje maar met twee jonge kinderen wordt dat op een gegeven moment toch lastig. Je blijft heen en weer rijden naar school, sportclub en vriendinnetjes. Mijn maatje en ik vonden het wel jammer, het waren aardige mensen. Toen ze afscheid kwamen nemen, kregen we een bos bloemen. Op het kaartje stond “bedankt dat jullie altijd onze pakjes aannamen”. Ach, dat was een kleine moeite.

Een paar dagen stond het huis leeg. Toen stond er ineens een aanhanger voor de deur. We keken elkaar aan, een aanhanger, hoelang zou het verhuizen dan wel niet gaan duren. ’s Middags stond de nieuwe buurvrouw voor onze deur. Mijn maatje deed open en begroette het, in onze ogen, jonge meisje dat voor hem stond. “Ik kom naast jullie wonen met mijn vriend” zei ze vrolijk. Ze hoopte dat we niet te veel overlast zouden ondervinden. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal toch wel meevallen.” “Ik denk het ook wel hoor, het duurt niet zo lang” zei onze nieuwe buurvrouw, “wij hebben nog niet zo veel spulletjes…”

In mijn gedachten vloog ik jaren terug. Het eerste eigen huis van mijn maatje en mij. Nieuw gekocht, helemaal zien opbouwen. Het was een hoekhuis in een nieuwbouwwijkje. Allemaal nieuwe huizen, relatief jonge mensen. Die eerste zomer waren we allemaal bezig met het inrichten van onze tuintjes.

Wat waren we trots op ons eerste huis. Natuurlijk stond het nog niet helemaal vol met spullen maar wat we nodig hadden, dat was er. Sommige dingen splinternieuw, andere gebruikt en overgenomen of gekregen. Onze familie hielp met verhuizen en inrichten. Dat veroorzaakte nog wel eens misverstanden. Ik weet nog precies dat mijn maatje en ik tegels en sanitair moesten uitzoeken. Zijn moeder was mee, voor de gezelligheid. Toen ik ging voor grijs, lichtgrijs en wit, zag ik haar slikken. Zelf stond ze met een bruine staal in haar handen. Hmm, smaken verschillen.

De eerste boodschappen, waar je nog helemaal niks hebt, nog geen vaatje zout. Het was een bijzonder boodschappenlijstje, vooral omdat we ook nog een televisie moesten gaan kopen en die er ook maar bijgeschreven hadden.

Maar het moment dat ik me nog het beste kan herinneren, is toen we na de vakantie, die we genomen hadden voor het verhuizen, weer moesten gaan werken. We waren al vaker samen op vakantie geweest maar dan waren we ieder weer naar ons ouderlijk huis gegaan. En van daar uit gaan werken. En nu liep de wekker af en stonden we samen op. Koffiedrinken, brood smeren en dan op pad. Dat was raar. Wat zeg je dan, ’tot vanavond’?

Inmiddels zijn we nog eens verhuisd, al een hele tijd geleden, en kom ik eigenlijk nooit meer in die buurt. Een enkele keer rij ik er nog wel eens door, als ik naar de tandarts ben geweest. Het is er veel veranderd, het valt me ook steeds op hoe krap het is in vergelijking met waar we nu wonen. Ik mis ook niet, terwijl ik dat wel had verwacht. Alleen dat gevoel, van de eerste keer samen in je eigen nieuwe huis, dat is iets dat nooit meer terugkomt.

Categorieën: Overig

1 reactie

van Gellekom · 22 juni 2020 op 09:48

Ik verneem nog graag hoe de relatie met jullie nieuwe buren verloopt 😀

Geef een reactie