Het eerder op die dag vergeten doosje eieren voor de omelet stond netjes op de passagiersstoel naast me. Ik reed achter een Pisa-koerier, een scheef achter het stuur zittende knul. Eenmaal zonder rijinstruc­teur zakken ze steeds vaker onverklaarbaar naar rechts. Ik wilde weleens weten waarom.

Mijn nieuwsgierigheid mocht tot aan de gemeentegrens reiken. Ik besloot hem te volgen. Die omelet kon wel even wachten.

Gelukkig stapte de knaap verrassend snel uit. Hij zwaaide het portier dicht, stak de straat over en slun­gelde naar een pleintje. Een kaarsrechte houding had hij niet. Eerder krom, maar iets scheefs kon ik niet ontdekken.

Twee jongens zaten op een houten tafel, hun voeten op de bank. Een onnavolgbare begroeting met vuisten en handpalmen volgde. Het mooist is het als het fout gaat. Een doelloze vuist en een smach­tend wachtende hand.

Ik slenterde zo onopvallend mogelijk naar zijn zwarte Golf. Zou daar wat mis mee zijn? Een doorge­zakte stoel? Het stuur in het midden? Mijn gedachten dwaalden af naar Thailand. De lift in een gam­mele vrachtwagen. De oude chauffeur die niet achter het stuur zat, maar levensgevaarlijk middenin op de bank. Een wonder dat hij bij de pedalen kon. Soms keek hij even naar de weg, maar veel vaker vertederd naar de vrije zitplaats. Ik vroeg nog of hij daar niet beter zelf kon gaan zitten. Hij lachte. Domme Europeaan, dacht hij vast. De beste plek was voor Boeddha. Om ons te beschermen.

De scheverik trok een sissend blikje open, bracht het naar zijn mond en vergastte het pleintje op een flinke boer. Triomfantelijk keek hij rond.

Ik dook ineen en morrelde wat aan mijn veter. Als kleuter was ik er al goed in. Ik denk dat ik in mijn hele leven maar een handjevol onbedoeld losse veters heb gehad, waar ik best trots op ben.

De drie hadden het er maar druk mee. Ze waren luidruchtig, duwden elkaar weg, dronken en spuug­den gezellig op de grond.

Ik staarde door het zijraampje naar binnen. Een piepklein sportstuur, keurige kuipstoelen, overal draden, pak­jes sigaretten en gedoe. Aan zijn auto leek het niet te liggen, dat scheve.

‘Hé!’ klonk het vanaf het pleintje. Voetstappen kwamen dichterbij.

Een smoes verzinnen of de dappere vraag, schoot het door mijn hoofd.

‘Wat moet dat!?’ klonk het dichterbij.

‘Ik vroeg me af waarom je scheef in je auto zat,’ vroeg ik stoer.

Zijn exacte antwoord wil ik u besparen. Goede smaak, censuur, dat soort zaken. Het kwam erop neer dat hij vond dat hij dat zelf wel bepaalde.

En eigenlijk had hij nog gelijk ook. Hij bracht het alleen zo vervelend, dat ik ernstig overwoog zijn kapsel een glibberig gelletje van vrije-uitloopeieren te gunnen. Dan maar geen omelet!


Henk Joosen

Schrijven en strepen tot het Kort en Klein genoeg is. Verhalen die passen in je dag. Op www.HenkTekst.nl staan meer Kort en Kleintjes. Ook verhalen voor kinderen, andere tekstopdrachten, corrigeren en redigeren.

8 reacties

Nummer 22 · 7 januari 2018 op 10:02

Vlot geschreven!? Omelet werd ommetje maar pas op als de ei inhoud in de pan ligt want anders druipt het ij het omelet draaien..

Mien · 7 januari 2018 op 10:47

Een Italiaan van niets. Kromme stai? Vrai bene.

Nummer 22 · 7 januari 2018 op 17:55

Na onderzoek blijkt dat het scheef zitten kwam door de langzaam scheef zakkende 5 pizza gevulde dozen op de bestuurdersstoel.

pally · 8 januari 2018 op 12:47

haha, geestig en ook invoelbaar stukje!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder