‘Het dagboek van Anaïs Nin’ kwam uit in 1966. Ik las haar boek voor het eerst toen ik een jaar of vijfentwintig was. Nooit eerder had ik van haar gehoord en opeens was daar een boek met woorden van een vrouw die haar diepste gedachten – juist die het meest moeilijk te verwoorden zijn – uitte waardoor er iets in mij geraakt werd. Haar passie voor schrijven, haar relaties met ‘haar mannen’, de neurotische relatie met haar vader, haar behoefte aan rust en herstel na perioden van euforie en overdadige geestelijke en fysieke prikkelingen boeide mij. Haar schrijven drong diep binnen, alsof ik in haar gedachtenwereld gezogen werd. Het voelde haast als herkenning. Na meerdere keren lezen bleef het effect net zo groot.

Ik heb het heel lang niet meer gelezen al ligt het nog steeds als een soort bijbel binnen bereik in elk huis waar ik heb gewoond. Nu, jaren later, besef ik pas waarom ik zo gefascineerd werd door haar boek. Als ik terugkijk op mijn leven zie ik grote overeenkomsten. Dat is niet iets wat ik zocht maar een feit.

In haar schrijven worstelt zij met haar fysieke krachten, haar liefdes, haar passies die haar uitputten. Ze geeft alles wat ze in zich heeft aan een ieder die het nodig heeft. Haar vader is een dominante man met narcistische trekken die van zijn mooie dochter een partner wil maken. Zij onttrekt zich daaraan door al vroeg te trouwen met een man die voor haar een soort vaderrol inneemt.

De relatie met haar vader is een wringende ongemakkelijke factor door het hele dagboek heen waardoor je voelt dat daar de bron ligt van haar zoeken, haar hunkeren, haar overdadige geven. Ze analyseert iedereen om zich heen, beschrijft hun gedachten maar bovenal analyseert ze zichzelf en haar gevoelens. Die van anderen legt ze onder de loep, ze reflecteert en beschrijft elke gedachtenkronkel en neurose zonder schaamte. De lezer gaat met haar mee in de krochten van haar geest ze geeft zich bloter dan naakt.

Elke liefde in haar leven is puur, een fascinatie voor de gedachtenwereld van haar mogelijke minnaars en de mannen maar ook vrouwen voelen zich gezien en begrepen als nooit tevoren. Ze is een mooie vrouw dus het geestelijke wordt bijna altijd fysiek omdat zij geeft als zij vragen en natuurlijk vragen zij. Naast haar man heeft zij meerdere minnaars waar ze ook een geestelijk sterke verbintenis mee heeft. Haar man adoreert haar en weet van haar escapades maar sluit zijn ogen, hij wil haar niet kwijt. Henry Miller, een medeschrijver, is haar grote liefde die zij dient in alle facetten. De grote schrijver lijkt qua karakter op haar vader: een egocentrische narcist die haar adoratie als hem toekomend beschouwt. Het inzicht dat zij in wezen toegeeft aan haar vader als zij met Henry de liefde bedrijft en in zijn armen ligt sijpelt langzaam het boek, de schrijfster en de lezersgeest binnen. Toch kan zij zich niet losmaken van Henry. Ze gaat de confrontatie met haar vader aan en zoekt hem op in haar ouderlijk huis maar hij heeft nog steeds te veel macht over haar en ze slaat weer voor hem op de vlucht. Haar verleden heeft haar gevormd en het zoeken naar de belangrijkste antwoorden zal een leven lang duren.

Waarom is mijn vader niet gewoon een liefdevolle vader en welke geestesziekte houdt hem in de ban? Nog prangender is de vraag: Lijk ik op mijn vader?

 

Categorieën: Algemeen

Esther Suzanna

Ik schrijf omdat ik het niet laten kan op https://www.facebook.com/esthersuzanna/ en http://suzannaesther.nl/

9 reacties

Frans · 21 juni 2015 op 22:50

Oei, dit is wel heftig, geloof ik. Kunnen we hier in het café niet een beetje over napraten. Ik moet overigens bekennen dat ik ‘Het dagboek van Anaïs Nin’ niet ken.

    Esther Suzanna · 22 juni 2015 op 12:23

    Haar dagboek is minder bekend. Het meest gelezen is Erotica Incest en Henry & June. Haar boeken waren sterk erotisch. Haar dagboek is meer psychologisch…

Mien · 21 juni 2015 op 23:10

De eigen geschiedenis gekoppeld aan wereldliteratuur.
Dat is wat wereldliteratuur zo mooi maakt. :yes:

troubadour · 22 juni 2015 op 07:51

De fascinatie voor de schrijfster bezit je, maar is moeilijk over te brengen op derden. Evenals datgene wat jullie delen. Eerlijk epos.

Meralixe · 22 juni 2015 op 08:14

Ook ik ken dat dagboek niet en heb na het lezen van uw column wel zin gekregen daar wat aan te doen.

Tja, die zoektocht naar jezelf en de vraag waarom je bent zoals je bent kan harde realiteiten bloot leggen he. En, inderdaad,
het schrijft niet gemakkelijk. Kon je maar blijven steken bij Hansje en Grietje. 🙂

    Esther Suzanna · 22 juni 2015 op 12:20

    Hans en Grietje hadden het ook niet echt makkelijk… :-(( 😉

Dees · 24 juni 2015 op 09:46

Ik heb het wel gelezen. Toen ik 14 was. Te vroeg, eigenlijk. In die zin is herlezing een idee. Ik weet wel dat ook zij door enkelen geacht wordt aan NPS en borderline te hebben geleden. Wat natuurlijk ook kan helpen om de rem van het opschrijven van gevoelens eraf te halen.

Als het thema je bezig houdt, lees ook eens Alice Miller (het drama van het begaafde kind). En ‘Niemandskinderen’ van Carolien Roodvoets.

    Esther Suzanna · 24 juni 2015 op 21:41

    Ze had in ieder geval iets…
    HSP, ADD, bipolair… geen narcisme. Daarvoor was zij te liefdevol en empatisch.
    Dank voor tip, Dees. 🙂

arta · 25 juni 2015 op 09:03

Mooi om te lezen wat een boek met je geest kan doen…

Heel mooi geschreven, Esther.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder