Ze kruipt tegen me aan op de bank en ze verteld me dat ze blij is dat we weer contact hebben.
Ze pakt een toastje van het bord op tafel en besmeerd hem met eiersalade.
Ook voor mij doet ze er een smeersel op en brengt hem naar mijn mond.

Het was rond 17:00 uur op zaterdagmiddag.
Ik ontdekte trouwens een enorme vlek in mijn blauwe spijkerbroek.
Als zij die maar niet heeft gezien.

Ik sluit mijn ogen, ik ben veel te moe.
Mijn hoody ruikt nog steeds naar dat kampvuur op het strand van vorige week in Zeeland.

Op de bank, dat is waar we zitten.
Ik wil niet dat dit moment voorbij gaat en dat ze vanavond weer weggaat.
Ik wil binnenblijven, het is buiten toch koud en guur.
En trouwens: We zijn hongerig en als ik honger heb verander ik in een monster.

Ik denk, met haar tegen mij aan, aan een weekje weg, maar het kan nog niet.
Lekker naar Berlijn, Tokyo of misschien wel Jamaica.
Gaan en staan waar ik wil en met wie ik wil.
Maar ik blijf liever op de bank, met haar.

En als de avond valt en de ochtend zijn intrede doet op zondag, dan kijk ik naar Formule 1.
Ineens heb ik interesse in Max Verstappen, ik kijk dit nooit.
Ik denk weer even aan gisteravond toen zij hier bij mij was.
Ik zie mezelf vliegen langs Parijs, Rome en Rio.
En terwijl ik Las Vegas passeer verschijnt zij in mijn telefoon.

‘Het was gezellig, ik zie je snel weer, op je bank’

Categorieën: Diversen

1 reactie

Arta · 12 mei 2021 op 00:01

Heel lief, dit stuk, I-Pat!

Geef een antwoord