Eens per jaar moet hij met het baasje mee naar ‘de dierenarts’. Eerst wist hij helemaal niet wat dat was, het was ook niet erg. Hij moest op een tafel gaan staan en dan kwam er een vreemde man of vrouw die in zijn oren keek en op bepaalde plekken op zijn lijf voelde. Een prikje en daarna een snoepje, klaar was kees. Soms, als hij niet zo lekker was, gingen ze ook naar dat gebouw en dan kreeg hij iets waardoor hij zich weer beter voelde. Dat was ook niet zo’n ramp. Maar hij heeft zich toch wel eens een keer vreselijk belazerd gevoeld. Twee keer eigenlijk. De eerste keer toen hij die rare blauwe snoepjes had gegeten. “Hij heeft muizengif op!” Nou ja zeg, en dan nog. Die vervelende man had hem zo voor de gek gehouden. Eerst lekker eten en toen een prikje waar hij zo misselijk van werd dat hij al het eten er weer uitgooide. Zo zonde.

De tweede keer was natuurlijk toen hij last had van zijn pootje. Hij dacht zelf dat het wel over zou gaan maar het baasje en het vrouwtje waren heel bezorgd. Ze brachten hem naar een raar huis waar hij opeens wakker werd met heel zijn pootje in een strak verband. Hij kon er niet eens fatsoenlijk mee lopen. Hij had het hen wel laten merken hoor, de hele weg naar huis had hij zitten mopperen.

En nu was hij echt op zijn hoede als ze weer naar dat huis gingen. Hij vertrouwde het niet meer zo. Hij luisterde ook heel goed wat het baasje en vrouwtje tegen elkaar zeiden als het weer zo ver was. Het vrouwtje had het er al een tijdje over, dat hij niet te dik mocht worden. Zelf boeide hem dat niet, schei toch uit. Maar helaas besliste hij niet zelf hoeveel brokjes er in zijn bak werden gedaan. Echt veel te weinig, hij had de hele dag honger, verschrikkelijk. Het baasje had wel medelijden met hem. Dat wel. Maar hij kreeg niet meer eten, ook niet van het baasje.

Toen ze naar die vervelende plek reden zat hij gelijk weer rechtop. Daar gingen ze weer, benieuwd wat er nu weer ging gebeuren. Hij voelde zich prima dus dat was het niet. Eerst moest hij op de weegschaal. De dame die meeliep, schreef wat in zijn boekje. Het baasje nam dat mee naar de dierenarts en die keek heel tevreden. “Hij is keurig op gewicht, heel mooi.” Tsss, ja, wrijf het er maar in, nu zou hij helemaal wel niet meer te eten krijgen thuis. Het was ook het eerste dat het vrouwtje vroeg, “hoe was het met zijn gewicht?”

Waarom zeuren ze daar toch zo over. Hij ziet genoeg mensen die ook wel wat minder brokjes mogen eten. Gelukkig staat zijn varkensoor nog niet op rantsoen, dat krijgt hij nog iedere avond. Hij probeert wel het baasje te verleiden om wat eerder naar de garage te lopen maar daar trapt hij niet in, helaas. Maar hij blijft het proberen. Misschien val je daar ook wel van af.

Categorieën: Algemeen

0 reacties

Geef een reactie