Ik versnel altijd mijn pas wanneer ik op straat loop en er een auto met Frans kenteken naast me stopt. Of ik duik gauw een zijstraat of winkel in. Zo vermijd ik het risico dat de inzittenden uitgerekend iets aan mij vragen. Waar de dichtstbijzijnde slager is, bijvoorbeeld. Fransen te woord staan, nee dank u. Niet dat ik iets tegen Fransen heb hoor, integendeel. Mijn beste vrienden zijn Frans. Nou goed, dat is niet waar, maar ik heb wel een collega die Frans heet en daar kan ik prima mee opschieten. Nee, het is vanwege de taal. Ondanks jarenlang onderwijs beheers ik die abominabel slecht. Erg jammer, want als kind wilde ik dolgraag Frans leren spreken. Aan het eind van de zesde klas verheugde ik mij daarom zeer op de overstap naar de middelbare school. De klank van het Frans had een betoverend effect op mij; als ik het hoorde kreeg ik spontaan trek in stokbrood met kruidenkaas. Achteraf denk ik dat het kwam door de Boursin-reclamespotjes op TV, met dat vrolijke Franse “du pain, du vin, du Boursin”.

Mijn oom Henk deelde mijn enthousiasme niet. Jaren eerder, in de zomer van 1977, was hij met een caravan vol tante Dora, koffie en pindakaas naar Frankrijk gereden. Bij thuiskomst, twee weken later, had hij een dure eed gezworen: [i]dit dus never nooit weer[/i]. Zijn advies aan mij luidde dan ook: “Snel droppen, knul, dat maffe taaltje. Je hep d’r niks an, want die Fransozen willen je toch niet verstaan!” Vaak zette hij die woorden kracht bij met een in gebaren en mimiek zeer treffende imitatie van de stereotiepe arrogante Fransman, die je niet verstaat omdat je een woord met nét de verkeerde klemtoon uitspreekt.

Het zal allemaal wel, dacht ik dan. Voor proefwerken haalde ik hoge cijfers, dus ik moest me later wel kunnen redden in het Frans. Die verwachting werd in het examenjaar gelogenstraft door het desastreuze verloop van mijn mondeling tentamen. Op vragen die mij werden gesteld antwoordde ik voornamelijk met ‘ehm…’. Met een mooi Frans accent, dat wel. Ik verstond mijn docent nauwelijks en de omvang van mijn Franse vocabulaire was plotsklaps tot minieme omvang geslonken. Voor mijn ‘prestatie’ kreeg ik een 3.

Dit debacle en de jarenlange hersenspoelende pantomime van oom Henk hadden een verwoestende uitwerking op mijn zelfvertrouwen. Tot op de dag van vandaag voel ik een onoverkomelijke schroom om Frans te spreken. Bang dat ik me totaal niet verstaanbaar kan maken. En [i]if you don’t use it, you lose it[/i]. De woordjes die ik vroeger heb gestampt, de grammaticaregels waar ik op heb geblokt, het is allemaal weggezakt. Koffie bestellen in het Frans gaat nog wel, maar een echte conversatie voeren, ho maar. Een vriend probeerde mij eens te troosten met woorden van Friedrich Nietzsche, uit de beroemdecitatenscheurkalender:

[i]Wie een vreemde taal een beetje beheerst heeft er meer plezier aan dan wie haar goed spreekt. Het plezier is aan de half-kundigen.[/i]

Tja, daar is geen woord Frans bij, maar ik snap het niet echt.

Categorieën: Diversen

8 reacties

LouisP · 6 juni 2009 op 12:39

D.

Ik vind hem goed. Helemaal.
gr.
L.

DACS1973 · 6 juni 2009 op 16:54

Nou, [i]merci[/i], zoals de Franserds zeggen.

arta · 7 juni 2009 op 11:22

Met het ‘droog’ leren van een taal ben je er nog niet, schroom overwinnen is veel belangrijker om te communiceren in een andere taal. Overigens vind ik die uitspraak wel erg leuk. Handen en voeten-taal doet het goed in vele landen.:-)

lisa-marie · 8 juni 2009 op 09:07

Frans en ik dat is nooit samen gegaan zeker niet nadat ik ooit postzegels heb staan uitbeelden, ze mij echt wel begrepen maar geen moeite wilde doen.
Maar ik zou zeggen Nietzsche heeft met die uitspraak wel gelijk. 😀
Probeer het en je beleeft er zeker plezier aan.

Mien · 8 juni 2009 op 15:52

Allo, allo,

Listen very carefully, I shall say this only once … never learn French properly … it will get you!

Mien Michelle

Neuskleuter · 8 juni 2009 op 22:31

Hehe, goed geschreven en… herkenbaar. Bij Frans wist ik al gelijk dat het niets werd, al heb ik me in de allerlaatste herkansing nog met een 7 door de tekst gebluft omdat het tekstueel net voldoende raakvlak heeft met Engels. Ik dacht dat mijn Duits echter nog wel goed zat; tot ik zelf een Duitser zou antwoorden. Ik verstond hem prima, maar ik wist niet meer waar ik het in mijn eigen woorden zoeken moest.

Taal is een actief ding, dat net zo goed wegvalt als andere dingen die je niet meer nodig hebt.

KawaSutra · 28 december 2009 op 23:49

Behalve dat ik zo heet heb ik ook niets met Frans. ’t Was een ramp op school. Zodra je er familie bijkrijgt in Frankrijk dan rest alleen nog maar spijt. 😀
Goed geschreven!

Patrick · 13 juni 2010 op 23:38

Sterk..

Geef een antwoord