Joost van Wijk is eigenaar van een stoeterij. Hij is klein van postuur maar de strakke rijbroek en de bijbehorende laarzen geven hem toch het aanzien van een paardenman.
Als hij zich tussen de paarden begeeft en zijn stemgeluid verheft, spitsen de viervoeters hun oren. Zo maakt Joost van Wijk, die last heeft van zijn geringe lengte, zich groter dan hij eigenlijk is.
Vandaag heeft hij een speciale mededeling voor zijn raspaardjes. Hij gaat nogal amicaal om met zijn vriendjes en vertrouwt hen alles toe. Eigenlijk vormen ze voor hem een groot klankbord.
“Lieve Prins Orange, Charly Good, Beckingham en Lady Born, komen jullie eens even bij mij staan, ik moet jullie iets vertellen.”
De raspaardjes luisteren gedwee en schuiven langzaam richting Joost.
“Mijn schoonheden wat ben ik trots dat jullie in mijn stal staan. Ik kreeg als jongste zoon in een boerengezin al vroeg met paarden te maken. Doodsbang was ik voor het trekpaard van mijn vader. Groot, breed en krachtige benen. Mijn oudste broer Frits reed, zonder zadel, op dat beest terwijl het voor de hooiwagen liep. Vanaf grote hoogte pestte hij mij maar al te graag. Hé knulletje, je zou meer roggebrood moeten eten, daar groei je van.”
Orange, Charly, Beckingham en Born kijken met uitgebluste en ongeïnteresseerde blik richting Joost.
Nee hè, niet weer dat pathetische Calimero-verhaal van hun baasje, dat kennen ze nu zo onderhand wel. Joost ziet dat zijn verhaal niet langer indruk maakt en besluit het dit keer over een andere boeg te gooien.
Hij neemt zich terplekke voor af te rekenen met het jeugdtrauma. Groot zal hij worden.
Zijn stal zal zich blijven richten op de draf en rensport, daar staan drie prachtige hengsten garant voor, maar hij zal zich binnenkort gaan bezighouden met een nieuw ras. Zijn Lady Born, Friezin van geboorte en samen met hem kampioen in de dressuur, gaat daarbij helpen.
“Lieve paardjes, ik denk dat ik een gat in de markt gevonden heb. Een gat dat ons enorm groot gaat maken. Ik wil in de dressuur meer snelheid brengen en in de draf meer souplesse en coördinatie. Om de kans op succes te vergroten stel ik voor dat Orange, Charley en Beckingham eens flink gaan rossen met Born. Door ras te paren krijgen we een compleet nieuw raspaard.” Innig tevreden met zijn plan zet Joost het viertal op stal. Lady Born hinnikt van plezier. Ha, zich laten dekken door die opdondertjes, ik wil wel eens zien of hen dat lukt. Als het me niet bevalt ram ik ze met mijn achterbenen het fokprogramma uit voor ze eraan zijn begonnen.
“Zo wie wil er het eerst?” roept Joost de volgende ochtend.
Hitsige Orange springt zonder aarzelen recht op het gat van Born, maar dat staat de ass van Born niet toe. Met een ferme trap naar achteren vliegt Orange in een berg hooi.
Joost besluit in te grijpen. Dit gaat niet goed.
“Wacht effe jongens, dan houd ik onze lieve schat even vast.”
Terwijl Orange zich herstelt, streelt Joost Lady Born kalmerend over de achterhand en manoeuvreert haar in de juiste positie. Orange staat op zijn achterste benen en zal voor de tweede keer toe stoten. Joost van Wijk stapt net iets te laat op zij. Het linker achterbeen van zijn merrie treft hem vol op de schedel
Morsdood stort Joost neer. In een zwarte paardenkoets, getrokken door drie hengsten en een merrie, wordt Joost vijf dagen later naar de eeuwige jachtvelden geleid. Ze huilen tranen met tuiten, net als het gevolg dat achter de koets loopt.
Aan het graf stottert Frits nog een indrukwekkend in memoriam eindigend met: “Mijn jongste broertje, raspaardje onder de paardenfokkers, ik ben trots op hem. Ons Raspaardje is niet meer, maar hij zal ongetwijfeld zijn weg vinden naar zus Pega. Dag lieve broer!”
Co-column geschreven door Ferrara en Mien.

7 reacties
Libelle · 31 oktober 2013 op 08:35
Leuk drama, een snoepje voor het paardenvolk. Zo vlak na het overlijden van Bonfire kan Ankie ook wel een opstekertje gebruiken.
Mien · 31 oktober 2013 op 16:15
@Ferrara:
Hij staat er goed op. Onze Joost van Wijk (zaliger). Niks mis met de witregels en alinea’s. Het geeft de paardjes rust. Wederom genoten van een vruchtbare samenwerking op schrijfgebied. Thanx! :yes:
@Libelle:
Het coïncident was ons niet ontgaan tijdens het schrijven. Toeval bestaat niet, is slechts een kruising van twee wegen. Daar weet jij alles van. Bedankt voor je reactie. 😉
Ferrara · 1 november 2013 op 12:14
@ Mien, het lijkt dat de combinatie Ferrara-Mien niet echt succesvol is gebleken, gezien de lege reactievelden. Of is dat een goed teken? Voor mij was het een leerzaam experiment. Het verschil in schrijfstijlen alleen al vraagt bij het schrijven van een co-column alle zeilen bij. Maar ja wie sturen kan…
Met dank uiteraard.
Mien · 1 november 2013 op 12:33
@Ferrara:
Een goed teken? Ik zou het niet weten. Ik denk dat ColumnX qua reageren sowieso in een dipje zit. Maar dat komt altijd wel weer goed. De tijd zal het leren. Misschien hebben de lezers niet veel op met raspaardjes, kan ook, toch? 😉
Ik heb er ook weer veel van geleerd. Niets leuker dan dat.
Yfs · 1 november 2013 op 16:56
Hoewel ik vroeger gek was op Black Beauty, heb ik verder helemaalniets met paarden. Weet niet of het komt omdat het een co-column is, maar ik vond het verhaal niet uitnodigend genoeg om mezelf in te leven. Misschien te weinig emotie, spanning, beeldspraak of metafoor. Alleen in de laatste alinea kwam er iets los. Desalniettemin respect voor deze prestatie! :yes:
Pierken · 1 november 2013 op 17:38
Het proces van een co-column maken is erg leuk! Het product doorgaans minder. Ik vind het onderwerp en de kwinkslagen van deze co zeker origineel en de kwinkslagen goed gevonden. Maar de werkwijze ‘ik schrijf een stukje, daarna jij, dan ik weer’, etc., blijft voor mij meestal lezen als een naaiclubje dat op één avond een driemaster van zeilen wil voorzien. Daarbij komt dat je serieel aan het knutselen bent, niet parallel. (Op slechts taalfouten na dan.) Dat leidt mij af in het eindresultaat. Edoch, als de doorsnee afspraken worden ingevuld, dan ben ik toch benieuwd naar jullie volgende samenwerking.
Mien · 26 november 2013 op 17:24
Ik heb hem toch maar weer eens erbij gehaald.
En ik moet zeggen.
Hij blijft leuk.
Hoewel smaken verschillen natuurlijk.