Gisteren heb ik na lange tijd weer eens een wedstrijd mogen leiden. Eigenlijk
moet ik leiden met een lange ij schrijven want lijden, dat doet een scheids. Ik heb best wel ervaring als scheidsrechter, zij het dan weliswaar in de kelder van het amateurvoetbal, maar toch. Misschien is de kelder wel het meest moeilijke niveau om te fluiten, want je hebt hier voornamelijk te maken met pseudo-Ronaldos die vooral DENKEN dat ze kunnen voetballen, maar in de praktijk
gedurende 90 minuten geen enkele bal goed raken. Wat ze wel raken, en dat
zeer regelmatig, is hun tegenstander. Meestal gaat dat ook nog gepaard met
het uitten van de nodige verbale krachtsuitdrukkingen. Je gelooft niet welke
lichaamsdelen en ziektes er voorbij komen.

Nou, ik begon dus met goede moed aan de wedstrijd. Het dient nog opgemerkt te
worden dat ik ook als bestuurslid bij de thuisspelende vereniging aktief
ben. Je zou dan toch verwachten dat die ‘houthakkers’ een klein beetje respect
kunnen opbrengen voor je persoon. Niets is minder waar. Op elk foutje van
mijn kant werd ik genadeloos afgerekend – verbaal welteverstaan.

Op een gegeven moment werd een speler van de thuisspelende vereniging aan
zijn been geraakt. Dat hij die overtreding aan zich zelf te danken had omdat
hij min of meer over de bal struikelde, ontging hem natuurlijk. En maar
schreeuwen naar mij van: “Heb je niet gezien dat die man me raakte? Het was
opzet, een smerige overtreding enz enz….”. Dat hij op dat moment zijn
energie aan mij besteedde, en niet aan zijn blessure, was voor mij een
duidelijke aanwijzing dat het allemaal wel meeviel.

En zo ging het maar door. Een bal werd gespeeld, de een of andere nozem,
met een iq dat lager is dan zijn schoenmaat, kon weer eens niet van zijn tegenstander afblijven: vrije trap. Herhaal dit ongeveer 100 keer, en je
hebt een goed beeld van de wedstrijd. Met andere woorden: het was een draak
van een wedstrijd.

Wat ook de nodige frustratie opriep waren de grensrechters. Zoals wellicht
bekend, zijn het mensen van de spelende verenigingen die deze, niet
onbelangrijke taak, op zich nemen. Dat deze mensen niet objectief zijn,
is wellicht te begrijpen. Maar dat maakt de taak van de scheidsrechter
er natuurlijk niet gemakkelijker op. De spelers verlangen namelijk dat
je op de beslissing van de grensrechter afgaat – als het in het voordeel
van de speler is, natuurlijk. Nou, ik had gisteren weer eens te maken met
grensrechter die zo warrig vlagden dat ik bang was dat een vliegtuig op
het veld zou landen. In de meeste gevallen heb ik dan ook maar de vlagsignalen
naast me neer gelegd.

Gedurende de wedstrijd vroeg ik me toch regelmatig af waar ik in godsnaam
mee bezig was. Heb ik het nou nodig dat ik door leden van mijn eigen vereniging
zo uitgescholden word ? Met name door die leden die geen bal kunnen raken,
die fout op fout stapelen en beter kunnen gaan dammen opdat ze dan hun
tegenstanden niet kunnen verwonden ? En dan te bedenken dat je het vrijwillig
doet. ‘Voor de club’ heet dat. Je moet wel echt gek zijn om dat allemaal
te slikken !

Ik troost me met de gedachte dat die spelers het zelf niet aandurven een wedstrijd te leiden. Ik zou ze wel eens willen zien als ze zelf in dat
apenpakje op het veld zouden staan. Maar dat zal natuurlijk nooit gebeuren. Lafbekken !

Categorieën: Sport

1 reactie

Casperio · 23 september 2003 op 21:52

Beste Mapema,

Als scheidsrechter lijkt het me tegenwoordig inderdaad niet makkelijk. Lijkt me niet echt een pretje om regelmatig te doen! Ook ik als supporter ben het soms niet eens met een beslissing van de scheids, maar alles goed kunnen zien, de regels op de juiste manier toepassen zonder gemanipuleerd te worden door de spelers: het is niet te doen.

Erg leuk om eens de andere kant van het verhaal (van de scheids zelf) te horen! 😉

Alvast sterkte met de volgende wedstrijd…. probeer er wat leuks voor jezelf van te maken.

Geef een antwoord