Arnold van Beuningen schrikt wakker van geklop op de deur. Of hij tien minuten geslapen heeft, of tien uur, weet hij niet. Het is halfdonker in het vertrek en hij kan zich niet meteen oriënteren. Zijn neus is gevuld met de stoffige geur van de divan. Zonder aarzeling brengt die hem terug naar de stoffige deken op het binnenplaatsje achter het Honk. De frisse, meisjesachtige geur van shampoo wordt verdrongen door de zure geur van angst. Hij voelt hoe zijn beginnende erectie harder wordt.
Resoluut gaat hij overeind zitten en schudt zijn hoofd. Niet nu.

De thuisreis vanaf de woonwijk, waar hij de vorige dag met zijn dienstauto op actie had zitten wachten, was grotendeels aan hem voorbij gegaan. Hij had pas gemerkt dat de BMW voor zijn villa stond, toen de chauffeur het portier voor hem opende. Nadat hij gehaast zijn spullen had gepakt, had hij nog gebromd dat hij de volgende morgen om zeven uur opgehaald wilde worden. Eenmaal binnen had hij zich in zijn werkkamer opgesloten, zonder een normale zin met zijn vrouw gewisseld te hebben. Hij was uitgeput op de divan gaan liggen en blijkbaar in slaap gevallen.

Opnieuw wordt er op de deur geklopt. ‘Arnold?’ zijn vrouw klinkt bezorgd. ‘Is alles goed?’
Arnold reageert niet en wrijft met zijn handen over zijn voorhoofd. Hij is trots op zijn volle haardos en zal nooit toegeven dat hij het regelmatig laat verven. Zelfs zijn vrouw weet dit niet.
‘Arnold? Je chauffeur zit in de keuken te wachten.’ Ze klinkt nu dwingender en voelt aan de klink van de afgesloten deur.
Gelaten staat hij op en opent de deur. ‘Ik was aan het werk en blijkbaar de tijd vergeten. Hoe laat is het?’
Ze bekijkt hem argwanend, blijkbaar zijn er sporen van slaap op zijn gezicht achtergebleven. Geïrriteerd vraagt hij zich af waarom hij hierover tegen haar liegt. Onnodig en blijkbaar gemakkelijk te doorzien. Voor de zoveelste keer neemt hij zich voor niet meer over alles te liegen. Het is destijds begonnen, toen in het Honk Peter van Zanten ineens in de deuropening had gestaan, terwijl Arnold …
Nee, niet aan denken nu.
‘Hoe laat is het?’ vraagt hij nogmaals, terwijl hij weer op de divan gaat zitten en zijn hoofd in zijn handen steunt.
‘Kwart over zeven. Dat zei ik al.’
Arnold kijkt haar aan en ziet in haar ogen een mengeling van irritatie en bezorgdheid. Die irritatie kent hij, die ziet hij al jaren in haar ogen. De bezorgdheid is nieuw, van de afgelopen paar dagen. Hij laat zijn hoofd weer voorover zakken en kreunt zacht.
Haast ongemerkt gaat ze naast hem zitten en legt haar handen op zijn schouders. ‘Zal ik je even een paar minuten masseren? Daar knapte je vroeger altijd van op.’
‘Vroeger, toen was alles beter,’ zegt hij fronsend. Hij slaat haar handen weg en staat op. ‘Zeg maar tegen Willem dat ik over een half uurtje klaar ben. Ik ga douchen.’

Als Arnold drie kwartier later de keuken binnenloopt, bonkt zijn hoofd nog steeds.
‘We gaan,’ zegt hij, terwijl hij koffie in een thermomok schenkt.
Vluchtig kust hij zijn vrouw op de wang. Ja, vroeger was alles beter, denkt hij. Vroeger kon het hem wat schelen als zij haar gezicht afwendde voor een afscheidskus. Vroeger zorgde ze er voor dat haar haar ’s ochtends niet meer in de krullers zat. Vroeger miste ze hem in bed als hij een nacht niet thuis sliep.
‘Waar wilt u heen, Minister?’ vraagt de chauffeur, terwijl hij de autodeur voor hem openhoudt.
‘Naar het ministerie,’ zegt Arnold kortaf.
‘Dan moet u er rekening mee houden dat we files zullen hebben onderweg. Het verkeer rond Den Haag is vastgelopen. Een gekantelde vrachtwagen, of zoiets, er is in elk geval een rijbaan afgesloten.’
Arnold reageert niet en lijkt de chauffeur niet gehoord te hebben. Eenmaal in de auto doet hij meteen de scheidingswand omhoog en pakt zijn telefoon. Voor de derde keer die ochtend probeert hij Jones te bellen, weer zonder resultaat. Sinds hij het geld voor de behandeling van Brigit heeft overgeboekt, is het hem niet meer gelukt om contact te krijgen.
‘Wat een teringzooi,’ moppert hij zacht. ‘Wat heb ik hier nou aan, niet eens een antwoordapparaat of voicemail. Altijd bereikbaar, was me verzekerd.’ Arnolds volume wordt met elk woord luider, tot hij de laatste woorden schreeuwt: ‘Neem verdomme een secretaresse!’


Lianne

Ik ben een enthousiast schrijfster van fictie. Voel me nog beginnend, schrijf korte verhalen in allerlei genres, maar altijd met aandacht voor de mens achter het verhaal. liannehartman.wordpress.com

0 reacties

Geef een reactie